Zwarte kamperfoelie (Lonicera nigra)

Foto: Nicolás Joseph Jacquin, Public domain · bron

Struik · Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)

Zwarte kamperfoelie

Lonicera nigra

In andere talen: Camérisier noir (Français) · Black-berried honeysuckle (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De zwarte kamperfoelie is een bladverliezende struik uit de berggebieden van Midden- en Zuid-Europa, zoals de Alpen, de Pyreneeën, de Jura, de Vogezen en de Karpaten. Daar groeit hij in de ondergroei van beuken- en naaldbossen, op open plekken en langs bosranden, meestal op koele, vochtige plaatsen. In België groeit hij niet wild; je ziet hem soms in tuinen en arboreta. Hij lijkt niet op de bekende klimmende kamperfoelie: het is een rechtopgaande struik met kleine, lichtroze bloempjes die per twee op een lang steeltje staan, en in de zomer met glanzend zwarte bessen, ook in paartjes. Hommels en bijen bezoeken de bloemen en vogels eten de bessen. In een schaduwrijke natuurtuin is hij een sobere, maar fijne struik.

Let op: De zwarte bessen zijn niet eetbaar en licht giftig: ze kunnen buikpijn, braken en diarree geven. Kinderen kunnen ze verwarren met bosbessen of met de eetbare honingbes. Leer kinderen het verschil en laat honden er niet van eten.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1,5 m

    hoog, 1,5 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenfebruari–maart
Hoogte1,5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeimei–juni

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Rechtopgaande, losse, bladverliezende struik van 1–1,5 m, soms tot 2 m, met dunne, grijsbruine takken. Geen klimplant.
Blad
Tegenoverstaand, elliptisch tot langwerpig, 3–7 cm, met een gave rand en een kort steeltje; jong aan de onderkant wat behaard, later kaal en matgroen.
Bloem
Klein (ongeveer 1 cm), tweelippig, lichtroze tot roze-wit, telkens met twee samen aan het eind van een lang, dun steeltje van 2–4 cm; in mei–juni.
Vrucht
Glanzend blauwzwarte bessen van 6–8 mm, in paartjes die hooguit aan de basis met elkaar vergroeid zijn; rijp in juli–augustus.
Wortels
Fijn vertakt en vrij ondiep; hij houdt van een koele, humusrijke bodem.
Verwarring met
De rode kamperfoelie (Lonicera xylosteum) heeft zachtbehaarde bladeren, geelwitte bloemen op korte steeltjes en rode bessen. De alpenkamperfoelie (Lonicera alpigena) heeft grote, rode, bijna volledig vergroeide bessen. De eetbare honingbes (Lonicera caerulea) heeft blauwe, berijpte bessen die volledig tot één vrucht vergroeid zijn.

Bloei: mei–juni · Snoeien: februari–maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De lichtroze bloempjes in mei–juni geven nectar en stuifmeel aan hommels en bijen.
  • De glanzend zwarte bessen in juli–augustus zijn voedsel voor merels, lijsters, roodborstjes en zwartkoppen.
  • Een van de weinige bloeiende struiken die het goed doet in vrij diepe schaduw onder bomen.
  • Blijft compact, ongeveer 1–1,5 m: geschikt voor een kleine schaduwtuin of als onderbegroeiing in een bosrand.
  • Een minder bekende verwant van onze wilde kamperfoelie, boeiend voor wie Europese bergplanten verzamelt.

Waar staat een zwarte kamperfoelie graag?

  • In het wild: loof- en naaldbossen in de bergen, open plekken, bosranden en struwelen, op koele, vochtige plaatsen.
  • In de tuin: halfschaduw tot schaduw. In volle zon droogt hij uit en lijdt het blad onder hitte.
  • Humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond, licht zuur tot kalkrijk.
  • Mooi als onderbegroeiing onder hoge bomen, in een bosrand of in een schaduwrijke vogelhaag.

Mooi samen met

  • Lievevrouwebedstro: Een geurig, wit bloeiend tapijt in dezelfde koele schaduw.
  • Wijfjesvaren: Frisgroene, fijne varenbladeren als onderbeplanting.
  • Bosanemoon: Bloeit in maart–april, voor de bomen erboven in het blad komen.
  • Gele dovenetel: Een bodembedekker voor schaduw met vroege nectar voor hommels.
  • Hazelaar: Een hogere struik voor de achterkant van een schaduwrijke vogelhaag.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een zwarte kamperfoelie?

  1. Koop hem bij een kwekerij met bijzondere heesters of wilde Europese struiken. Haal nooit planten uit het wild, ook niet in de bergen tijdens de vakantie.
  2. Plant in oktober–november of in maart, als de grond niet bevroren of te nat is.
  3. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er wat bladcompost door.
  4. Zet de plant even diep als in de pot, druk de grond goed aan en geef een flinke gieter water.
  5. Reken op 1–1,5 m ruimte per plant; in een gemengde haag plant je op 80 cm.
  6. Leg een laag bladcompost of houtsnippers rond de voet en geef het eerste jaar water bij droogte.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar wekelijks bij droogte. Later alleen in lange, droge zomers: hij houdt van een koele, vochtige bodem.
Bemesten
Niet nodig. Het eigen gevallen blad laten liggen of wat bladcompost in het voorjaar volstaat.
Mulchen
Een laag bladeren of houtsnippers houdt de grond koel en vochtig, zoals in een bergbos.
Plek
Bescherm hem tegen felle middagzon: bij hitte en droogte laat hij zijn blad snel hangen.
Bessen
Laat ze hangen voor de vogels; pluk alleen een paar als je zelf wilt zaaien.

Tip: Plant hem waar je hem vanuit het raam ziet: in juli komen merels en zwartkoppen de zwarte bessen een voor een plukken.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: februari–maart.

Wanneer: Weinig nodig. Uitdunnen in februari–maart, voor het blad uitloopt.

Hoe:

  • Haal om de paar jaar een of twee van de oudste takken aan de voet weg: zo blijft de struik jong en open.
  • Knip dode, zwakke en kruisende takken weg.
  • Kort de struik niet over de hele buitenkant in: zo behoud je de natuurlijke vorm en de bloemknoppen.

Let op: Hij bloeit op takken van vorig jaar: wie in de winter alles inkort, heeft dat jaar weinig bloemen en bessen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Haal de zaden in de zomer uit rijpe bessen, spoel ze schoon en zaai ze in de herfst buiten in een pot. Ze hebben een koude periode nodig en kiemen in het voorjaar.
Stekken
Halfrijpe stekken van 10 cm in juni–juli, onder plastic in vochtige stekgrond. Of houtige stekken van 20 cm in december–januari, buiten in de grond.
Afleggen
Pin een lage tak in het voorjaar vast in de grond; na een jaar heeft hij wortels en kun je hem loskoppelen.

Hoe komt een zwarte kamperfoelie de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Verliest in de herfst zijn blad en staat de hele winter kaal.
  • Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: een echte bergplant die geen bescherming nodig heeft.
  • Het gevallen blad onder de struik is een schuilplek voor insecten, spinnen en egels: laat het liggen.
  • Loopt in het voorjaar vroeg uit, als de bomen erboven nog kaal zijn.

Ziektes en plagen

  • Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Lieveheersbeestjes, gaasvliegen en vogels ruimen ze meestal op.
  • Droogte: Hangend of bruin blad in hete zomers. Geef water, mulch de grond en kies eventueel een koelere plek.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge zomers. Laat ruimte rond de struik, geef water aan de voet en knip zwaar aangetaste takken weg.
  • Bessen voor kinderen: Kinderen kunnen de zwarte bessen voor bosbessen aanzien. Leer ze het verschil of plant hem waar kleine kinderen niet spelen.

Het jaar rond

  • Februari: Uitdunnen: een paar oude takken aan de voet weg.
  • Maart: Planten. Mulch aanbrengen. Laatste snoeiwerk.
  • April: Het blad loopt uit. Letten op bladluis.
  • Mei: Bloei: hommels en bijen op de lichtroze bloempjes.
  • Juni: Laatste bloemen. Halfrijpe stekken nemen.
  • Juli: De bessen kleuren zwart; merels en lijsters komen eten.
  • Augustus: Rijpe bessen. Zaad oogsten en schoonspoelen. Water bij droogte.
  • Oktober: Planten. Zaad in een pot buiten zaaien.
  • November: Planten. Gevallen blad laten liggen.
  • December: Houtige stekken nemen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Bij de struikkamperfoelies staan de bloemen altijd in paartjes, en daaruit groeien ook twee bessen naast elkaar: zo herken je de groep meteen.
  • Het geslacht Lonicera is genoemd naar Adam Lonicer, een Duitse arts en plantkundige uit de zestiende eeuw.
  • In het Duits heten struikkamperfoelies Heckenkirsche, ‘haagkers’, naar de glanzende bessen die op kleine kersen lijken.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…