
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
Bosbingelkruid
Mercurialis perennis
In andere talen: Mercuriale vivace (Français) · Dog’s mercury (English)
Komt in België in het wild voor.
Bosbingelkruid is een overblijvend kruid van loofbossen dat met kruipende wortelstokken grote, donkergroene tapijten vormt. Het groeit in vochtige maar niet natte, voedselrijke bossen op leem of kalk, zoals de hellingbossen van Brabant, Haspengouw, de Condroz en de Ardennen, en geldt in Vlaanderen als een typische plant van oude bossen. Je herkent het aan de rechtopstaande, onvertakte stengels met tegenoverstaande, gekartelde, ruw behaarde bladeren die bovenaan dicht opeen staan, en aan de onopvallende groene bloempjes, al vanaf februari. Mannelijke en vrouwelijke planten zijn gescheiden, en gekneusd ruikt de plant wat onaangenaam. Bosbingelkruid is giftig, maar het is een sterke bodembedekker en een teken van een oud, rijk bos.
Let op: Bosbingelkruid is giftig voor mens en dier. Opeten kan een ernstige vergiftiging met maag- en darmklachten geven. Kinderen, honden, paarden, schapen en runderen lopen risico: plant het niet waar kinderen spelen of dieren grazen en geef tuinafval met bosbingelkruid nooit aan dieren. Verwar het niet met eetbare wilde bladgroenten. Bij inslikken meteen een arts of het Antigifcentrum bellen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
februari–mei
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | februari–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant van 15–40 cm met rechtopstaande, onvertakte stengels, in dichte groepen uit kruipende wortelstokken.
- Blad
- Tegenoverstaand, elliptisch tot lancetvormig, 3–8 cm, gekarteld en ruw behaard, donkergroen; de bladeren staan bovenaan de stengel dicht opeen.
- Bloem
- Tweehuizig. Mannelijke bloempjes in kluwentjes aan lang gesteelde, rechtopstaande aren; vrouwelijke bloempjes met 1–3 aan een lange steel. Groen, zonder kroonblaadjes. Van februari tot mei.
- Vrucht/Zaad
- Een behaard, tweeknoppig doosvruchtje van 6–8 mm met twee zaden, dat openspringt.
- Wortels
- Lange, witte, kruipende wortelstokken, waarmee de plant dichte tapijten vormt.
- Verwarring met
- Tuinbingelkruid is eenjarig, kaal en vertakt en groeit als onkruid in tuinen. Verwar bosbingelkruid ook niet met eetbare wilde bladgroenten die in het voorjaar in bosranden groeien: pluk alleen wat je zeker herkent.
Bloei: februari–mei
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een kenmerkende plant van oude bossen: waar grote tapijten staan, is het bos vaak al eeuwen bos.
- Een van de eerste groene planten op de bosbodem: de scheuten verschijnen al in de late winter en bloeien vanaf februari.
- Een dichte, inheemse bodembedekker voor diepe schaduw, die de grond op hellingen vasthoudt en weinig onkruid toelaat.
- Het dichte bladerdak biedt beschutting aan kevers, spinnen en andere bodemdiertjes.
- Voor bestuivers heeft het weinig waarde: het wordt grotendeels door de wind bestoven. Mieren nemen de zaden mee.
Waar staat een bosbingelkruid graag?
- In het wild in loofbossen, hellingbossen, ravijnbossen, oude houtkanten en holle wegen, op leem of kalk.
- Schaduw tot halfschaduw; in de volle zon verdroogt het.
- Voedselrijke, humusrijke, vochthoudende maar goed doorlatende grond, kalkrijk tot neutraal. Op zure zandgrond en natte grond doet het het slecht.
- In de tuin onder bomen en struiken in een schaduwrijke bostuin, als bodembedekker. Niet in een kleine border: het breidt zich flink uit.
Mooi samen met
- Daslook: Groeit in dezelfde voedselrijke loofbossen en bloeit in april–mei wit.
- Gele dovenetel: Gele bloemen en een goede plant voor hommels, in dezelfde schaduw.
- Mannetjesvaren: Een forse varen die boven het tapijt uitsteekt.
- Lievevrouwebedstro: Witte sterretjes in mei op dezelfde humusrijke grond.
- Hazelaar: Een inheemse struik die de schaduw geeft waarin bosbingelkruid gedijt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bosbingelkruid?
- Koop planten in pot bij een kwekerij voor inheemse planten.
- Plant in september–november of in februari–maart, in de schaduw onder loofbomen of struiken.
- Zet de planten in groepjes op 30–40 cm afstand: de wortelstokken vullen de ruimte daarna zelf op.
- Meng wat bladcompost door de plantgrond en leg een laag bladeren rond de planten.
- Geef de eerste zomer water bij droogte. Kies een plek uit de buurt van een speelhoek of een weide met dieren.
- Graaf nooit planten uit in het wild: bosbingelkruid hoort bij oude bossen en verdient daar bescherming.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna niet meer nodig in een schaduwrijke, humusrijke bostuin.
- Bemesten
- Niet nodig. Laat het bladafval liggen: dat is mest genoeg.
- Bladafval
- Laat in de herfst de bladeren op de planten vallen en liggen; ze vormen een beschermende, voedende laag.
- Woekeren
- Het breidt zich met wortelstokken uit. Steek de randen in de herfst af met een spade, of plaats een wortelbegrenzer.
- Handschoenen
- Draag handschoenen als je planten afsteekt of verplant, en was je handen.
Tip: Geef bosbingelkruid een plek onder bomen waar je een dichte, groene bodembedekker wilt, en houd het met een spade weg van tere voorjaarsbloeiers.
Snoeien en maaien
Wanneer: Snoeien of maaien is niet nodig: het blad sterft vanzelf af in de late herfst.
Hoe:
- Laat het afstervende blad gewoon liggen; het verteert tot humus.
- Wil je het tapijt kleiner houden, steek dan in de herfst de randen af met een spade en haal de wortelstokken weg.
- Houd rond tere voorjaarsbloeiers wat ruimte vrij door daar de nieuwe uitlopers weg te trekken.
Let op: Gooi uitgestoken planten niet in een weide of bij dieren: ze zijn giftig.
Vermeerderen
- Scheuren
- In de herfst of de late winter een stuk van het tapijt met wortelstokken afsteken en elders planten.
- Zaad
- Vers zaad in de zomer meteen buiten zaaien in een pot of bak; het kiemt traag en onregelmatig, scheuren gaat veel sneller.
Hoe komt een bosbingelkruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De meeste stengels sterven in de late herfst af; in zachte winters blijven sommige groen.
- De wortelstokken overwinteren in de grond; in januari–februari verschijnen de nieuwe scheuten.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Het kan tere voorjaarsbloeiers zoals bosanemoon en sleutelbloem overgroeien. Steek de randen jaarlijks af.
- Giftig voor dieren: Paarden, schapen, runderen en honden kunnen er ziek van worden. Plant het niet langs een weide en geef geen tuinafval aan dieren.
- Verdroging: In de zon of op droge zandgrond verwelkt en verdort het. Kies een koele, schaduwrijke plek met humusrijke grond.
- Roest: Soms oranje vlekjes op de bladeren. Onschuldig; laat het blad gewoon liggen.
Het jaar rond
- Januari: Eerste scheuten breken door de bladlaag.
- Februari: Eerste groene bloempjes. Planten of scheuren kan.
- Maart: Bloei. Het tapijt wordt dicht.
- April: Bloei; de vrouwelijke planten maken vruchtjes.
- Mei: De vruchtjes springen open; mieren nemen de zaden mee.
- Juni: Een dicht, donkergroen tapijt in de bosschaduw.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Randen afsteken als het tapijt te groot wordt.
- November: Het blad sterft af. Bladafval laten liggen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Gedroogd verkleurt bosbingelkruid opvallend blauwachtig: de plant bevat een stof die bij het drogen blauw wordt. Zo herken je het ook in een herbarium.
- De Engelse naam dog’s mercury betekent zoiets als ‘waardeloos bingelkruid’: met ‘dog’ werd vroeger een plant aangeduid die niet eetbaar of minderwaardig was.
- Een groot tapijt is vaak één kloon die zich via wortelstokken over vele vierkante meters heeft uitgebreid. Daarom zijn alle stengels op zo’n plek vaak ofwel mannelijk, ofwel vrouwelijk.