
Foto: Michael Becker, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
Tuinbingelkruid
Mercurialis annua
In andere talen: Mercuriale annuelle (Français) · Annual mercury (English)
Komt in België in het wild voor.
Tuinbingelkruid is een eenjarig, kaal, lichtgroen kruid uit de wolfsmelkfamilie, maar zonder het witte melksap van de wolfsmelken. Het is een bekend onkruid van moestuinen, borders, akkers, kwekerijen en wijngaarden, en groeit ook tussen straatstenen en aan de voet van muren in dorpen en steden. In België is het algemeen, vooral op losse, voedselrijke grond die regelmatig bewerkt wordt. Je herkent het aan de tegenoverstaande, glanzende, gekartelde blaadjes en aan de aparte mannelijke en vrouwelijke planten: de mannelijke dragen lange, rechtopstaande aren met groene bloempjes, de vrouwelijke bijna zittende, borstelige, tweeknoppige vruchtjes in de bladoksels. Het is giftig, bloeit van het voorjaar tot de eerste vorst en heeft voor bestuivers weinig waarde, omdat het door de wind bestoven wordt.
Let op: Tuinbingelkruid is giftig voor mens en dier. Opeten kan maag- en darmklachten geven. Kinderen mogen er niet van eten, en ook kippen, konijnen, cavia’s, paarden en ander vee lopen risico. Verwar het in de moestuin niet met eetbare plantjes zoals melde of ganzenvoet. Draag handschoenen als je veel wiedt en was je handen na afloop. Bij inslikken een arts of het Antigifcentrum bellen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -10 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–november
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–november |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarige, kale, sterk vertakte plant van 10–50 cm, met een vierkantige, wat glanzende stengel.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond tot lancetvormig, 2–5 cm, lichtgroen, glanzend en gekarteld, met een kort steeltje.
- Bloem
- Tweehuizig. Mannelijke planten: kluwentjes kleine, groene bloempjes aan lange, rechtopstaande, gesteelde aren. Vrouwelijke planten: 1–3 bijna zittende bloempjes in de bladoksels. Van mei tot de eerste vorst.
- Vrucht/Zaad
- Een tweeknoppig, borstelig behaard doosvruchtje van 3–4 mm met twee zaden, dat openspringt en de zaden wegschiet.
- Wortels
- Een korte penwortel met fijne zijwortels: de plant laat zich makkelijk uittrekken.
- Verwarring met
- Bosbingelkruid is overblijvend, behaard en onvertakt en groeit in bossen. In de moestuin lijken jonge plantjes van melde of ganzenvoet er soms op, maar die hebben verspreid staande, vaak melige bladeren. Wolfsmelken hebben wit melksap; tuinbingelkruid niet.
Bloei: mei–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Eerlijk gezegd vooral een onkruid: het wordt door de wind bestoven en heeft bijen en vlinders weinig te bieden.
- De zaadjes hebben een klein, vetrijk aanhangsel; mieren slepen ze mee naar hun nest.
- Een duidelijke aanwijzer: waar veel tuinbingelkruid staat, is de grond los, voedselrijk en vaak bewerkt.
- Een leerzame plant om mannelijke en vrouwelijke planten te leren onderscheiden: bij kruiden is zo’n strikte scheiding vrij zeldzaam.
- Het groeit ook nog in de late herfst, als bijna alles al uitgebloeid is, en houdt kale grond dan bedekt.
Waar staat een tuinbingelkruid graag?
- In het wild als onkruid in moestuinen, borders, akkers, kwekerijen, wijngaarden, op bouwgrond en in kieren tussen straatstenen en aan de voet van muren.
- Zon tot halfschaduw.
- Losse, voedselrijke, vaak bewerkte grond, van zand tot leem; matig vochtig.
- In de tuin vooral op omgewerkte bedden en kale grond; in een dichte, vaste beplanting of onder mulch krijgt het weinig kans.
Mooi samen met
- Hondsdraf: Een dichte, inheemse bodembedekker die kale grond bezet, zodat tuinbingelkruid minder kans krijgt.
- Phacelia: Een groenbemester die kale moestuinbedden snel bedekt en bovendien geliefd is bij bijen.
- Bosaardbei: Bedekt de grond in een halfschaduwrijke rand en geeft je nog vruchtjes ook.
- Robertskruid: Zaait zich uit in dezelfde hoekjes, maar is wel een goede plant voor kleine bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tuinbingelkruid?
- Zaaien of planten is niet nodig en niet aan te raden: tuinbingelkruid is giftig en komt vanzelf, met compost, aangevoerde grond of potplanten.
- Wil je het toch in een wilde hoek, laat dan enkele spontane planten staan op een plek waar kinderen, huisdieren en kippen niet komen.
- Wil je het juist kwijt, schoffel of wied dan van april tot oktober om de 2–3 weken, voor de vrouwelijke planten rijpe vruchtjes hebben.
- Draag handschoenen als je veel wiedt, en was daarna je handen.
- Houd de grond bedekt met mulch, een groenbemester of een dichte beplanting: op bedekte grond kiemt het veel minder.
- Haal nooit planten of grond uit de natuur om ergens iets mee te beplanten: zo voorkom je ook dat je onkruid en zaden meebrengt.
Verzorgen
- Wieden
- Trek of schoffel jonge planten weg voor ze zaad zetten. Alleen de vrouwelijke planten maken zaad: die zijn het belangrijkst om op tijd weg te halen.
- Mulchen
- Een laag compost, bladeren of houtsnippers op kale grond remt het kiemen sterk.
- Compost
- Planten met rijpe vruchtjes horen niet op een koude composthoop, want het zaad overleeft daar. Gooi ze bij het gft-afval of in een hete compost.
- Bemesten
- Niet nodig. Rijke, kale grond is net waar tuinbingelkruid van houdt.
- Bodem niet omwerken
- Elke keer je spit, haal je zaad uit de bodem naar boven. Werk de grond zo weinig mogelijk om.
Tip: Wied vooral de vrouwelijke planten, met de borstelige bolletjes in de bladoksels, voor die rijp zijn: de mannelijke planten maken geen zaad.
Snoeien en maaien
Wanneer: Snoeien is niet van toepassing. Wied of schoffel van april tot oktober, voor de vruchtjes rijp zijn.
Hoe:
- Trek planten uit met de wortel, liefst als de grond vochtig is.
- Schoffel bij droog weer: de kiemplantjes verdrogen dan meteen.
- Wacht niet tot de vrouwelijke planten borstelige vruchtjes hebben: die springen open en verspreiden het zaad.
- Laat de laatste planten in de herfst niet staan: in een zachte winter bloeien ze gewoon door.
Let op: Draag handschoenen en was je handen na het wieden; houd de uitgetrokken planten weg bij kinderen en dieren.
Vermeerderen
- Zaad (verspreiding)
- Het verspreidt zich uitsluitend met zaad. De rijpe vruchtjes springen open en schieten de zaden weg, en mieren slepen ze verder mee.
- Zaadbank
- Het zaad blijft enkele jaren kiemkrachtig in de grond en kiemt van het voorjaar tot de herfst telkens als de grond bewerkt wordt.
Hoe komt een tuinbingelkruid de winter door?
Winterhard tot −10 °C: beschermen in strenge winters.
- Tuinbingelkruid is eenjarig: vorst doodt de planten.
- In zachte winters overleven sommige planten en bloeien ze gewoon door.
- Het zaad overwintert in de grond en kiemt vanaf het voorjaar.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: Op losse, rijke grond kiemt het in massa. Wied jong en vaak, en bedek de grond.
- Zaadbank: Na een jaar met veel zaad komt het nog jaren terug. Laat het geen zaad meer zetten en houd vol: de voorraad in de grond slinkt dan.
- Verwarring met eetbare plantjes: Jonge plantjes van melde en ganzenvoet lijken er soms op. Pluk in de moestuin alleen wat je zeker herkent.
- Giftig voor dieren: Kippen, konijnen en cavia’s mogen het niet eten. Geef geen gewied onkruid aan dieren.
Het jaar rond
- Maart: Eerste kiemplantjes op kale grond.
- April: Schoffelen bij droog weer. Mulch aanbrengen.
- Mei: Eerste bloemen. Wieden voor de zaadzetting.
- Juni: Mannelijke en vrouwelijke planten zijn goed te herkennen. Wieden.
- Juli: Wieden; de vrouwelijke planten eerst.
- Augustus: Wieden. Kale grond bedekken met een groenbemester.
- September: Wieden. Nieuwe kiemplanten na het oogsten.
- Oktober: Laatste planten weghalen.
- November: Vorst doodt de planten; in zachte winters bloeien ze door.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Mercurialis verwijst naar de Romeinse god Mercurius, die volgens de Romeinse schrijver Plinius de plant ontdekt zou hebben.
- Mannelijke en vrouwelijke planten staan apart en het stuifmeel waait met de wind van de ene naar de andere. Wetenschappers gebruiken de plant daarom om te onderzoeken hoe planten mannelijk of vrouwelijk worden.
- Hoewel het tot de wolfsmelkfamilie hoort, heeft tuinbingelkruid geen wit melksap.