Bergvaren (Oreopteris limbosperma)

Foto: James K. Lindsey, CC BY-SA 3.0 · bron

Varen · Moerasvarenfamilie (Thelypteridaceae)

Bergvaren

Oreopteris limbosperma

In andere talen: Fougère des montagnes (Français) · Lemon-scented fern (English)

Komt in België in het wild voor.

Bergvaren is een frisgroene, bladverliezende varen met lange, smalle bladeren die in een losse trechter uit een korte wortelstok groeien. Wrijf je over de onderkant van het blad, dan ruik je een frisse citroengeur: daar komt de Engelse naam lemon-scented fern vandaan. In het wild groeit hij op zure, vochtige grond in open bossen, langs bosbeken, op taluds van boswegen en op heidehellingen, vooral in heuvel- en berggebieden. In België komt hij vooral voor in de Ardennen; in Vlaanderen is hij zeldzaam. Je herkent hem aan het geelachtige groen, de blaadjes die naar de voet van het blad toe steeds kleiner worden en de kleine sporenhoopjes vlak langs de rand van de slipjes.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,6 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëJa

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Bladverliezende varen van 50–100 cm, met bladeren in een losse trechter op een korte, rechtopstaande wortelstok.
Blad
Lancetvormig, enkel geveerd met diep ingesneden blaadjes, geelachtig groen; de onderste blaadjes worden geleidelijk heel klein, tot stompjes onderaan de korte steel.
Geur
De onderkant van het blad draagt veel kleine, gele kliertjes die bij kneuzen naar citroen ruiken.
Sporen
Kleine, ronde sporenhoopjes vlak langs de rand van de slipjes, zonder of met een heel klein, snel verdwijnend dekvliesje; rijp in juli–augustus.
Steel en wortels
Korte steel met lichtbruine schubben; korte, dikke wortelstok die langzaam nieuwe kronen vormt.
Verwarring met
Mannetjesvaren is donkerder groen, ruikt niet naar citroen en heeft grotere sporenhoopjes met een niervormig dekvliesje midden op de slipjes. Wijfjesvaren is fijner, twee- tot drievoudig geveerd, met langwerpige sporenhoopjes.

Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een geurende varen: kneus een blaadje en je ruikt citroen, een leuke ontdekking voor kinderen en volwassenen.
  • Een sierlijke, frisgroene structuurplant voor een vochtige, zure schaduwtuin of bostuin.
  • De bladtrechters houden de bodem koel en vochtig en geven beschutting aan kikkers, padden en andere kleine dieren.
  • Een inheemse varen die in Vlaanderen zeldzaam is: in een tuin op zure grond geef je hem een extra plek.
  • Mooi in de herfst, als het blad geel tot roestbruin verkleurt.

Waar staat een bergvaren graag?

  • In het wild: open loof- en naaldbossen, bosranden, oevers van bosbeken, ravijnen, taluds van boswegen en vochtige heidehellingen, vooral in heuvels en bergen.
  • Zure, humusrijke, vochtige tot natte grond, liefst met wat bewegend grondwater; geen kalk.
  • Lichte schaduw tot halfschaduw; in de zon alleen als de grond altijd vochtig blijft.
  • In de tuin: een vochtige, beschutte plek onder bomen, langs een beekje of aan de schaduwkant van een vijver, in zure, humusrijke grond.

Mooi samen met

  • Blauwe bosbes: Houdt van dezelfde zure, humusrijke grond en vormt een lage struiklaag.
  • Dalkruid: Een lage, inheemse bodembedekker met witte bloempjes in mei, op zure grond.
  • Witte klaverzuring: Fijne klaverbladeren en witte bloempjes aan de voet, in koele schaduw.
  • Smalle stekelvaren: Een andere inheemse varen van zure, vochtige bossen, met fijner, donkerder blad.
  • Hulst: Een wintergroene struik die schaduw en beschutting geeft als de varen in de winter weg is.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bergvaren?

  1. Koop een plant bij een kwekerij van varens of inheemse planten; graaf nooit varens uit in het wild.
  2. Plant in april–mei of in september–oktober, als de grond vochtig is.
  3. Meng zware of kalkhoudende grond met bladcompost of verteerde naalden: hij wil zure, humusrijke grond.
  4. Zet de wortelstok net zo diep als in de pot: het hart moet aan de oppervlakte blijven en mag niet ingegraven worden.
  5. Reken op 60–80 cm tussen de planten.
  6. Geef meteen ruim water en leg een laag bladcompost of fijne houtsnippers rond de plant.

Verzorgen

Water
Houd de grond het eerste jaar altijd vochtig. Later alleen water geven bij lange droogte, liefst regenwater.
Bemesten
Niet nodig. Laat het afgevallen blad van de bomen liggen: dat is voeding genoeg.
Mulchen
Een laag bladcompost of naaldstrooisel in het voorjaar houdt de grond zuur, koel en vochtig.
Kalk
Gebruik geen kalk en geen kalkrijk puin in de buurt; hij verdraagt kalk slecht.
Oud blad
Laat het in de winter liggen als bescherming voor het hart en haal het in maart weg.

Tip: Plant hem langs een pad of aan de rand van een beekje, waar je er makkelijk langs strijkt: dan ruik je telkens zijn frisse citroengeur.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe bladeren uitrollen.

Hoe:

  • Knip de oude, bruine bladeren af net boven de wortelstok.
  • Pas op voor de jonge, opgerolde bladeren in het hart: knip er niet in.
  • Laat het oude blad in de winter staan of liggen: het beschermt het hart en geeft kleine dieren beschutting.
  • Leg het afgeknipte blad als mulch onder de struiken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april een plant met meerdere kronen voorzichtig uit elkaar snijden, met wortels aan elk stuk, en meteen herplanten.
Sporen
In juli–augustus een rijp blad op papier leggen en de sporen opvangen. Zaai ze op vochtige, zure zaaigrond onder glas; na enkele maanden verschijnen de eerste varentjes.

Hoe komt een bergvaren de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Bladverliezend: het blad sterft in de herfst af en verkleurt geel tot bruin.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • Het hart overwintert aan de oppervlakte; laat het oude blad erover liggen als bescherming.
  • In mei rollen de nieuwe bladeren uit, vrij laat in het seizoen.

Ziektes en plagen

  • Verdroging: Bruine bladranden en slap blad in droge zomers. Geef regenwater en mulch de grond.
  • Kalkrijke grond: In kalkrijke grond of zware, natte grond zonder lucht kwijnt hij weg. Kies een zure, humusrijke plek.
  • Te veel zon: Het blad verbleekt en verbrandt. Verplant hem naar een schaduwrijkere plek.
  • Slakken: Kunnen in mei de jonge, opgerolde bladeren aanvreten. Meestal valt het mee; laat egels, kikkers en loopkevers het werk doen.

Het jaar rond

  • Maart: Oude bladeren wegknippen. Mulch aanbrengen.
  • April: Planten of delen.
  • Mei: De nieuwe bladeren rollen uit.
  • Juni: Volle groei. Water geven bij droogte.
  • Juli: De sporen rijpen. Kneus een blaadje en ruik de citroengeur.
  • Augustus: Sporen oogsten. Water geven bij droogte.
  • Oktober: Herfstkleur. Planten.
  • November: Afgestorven blad laten liggen als bescherming.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Oreopteris komt van het Griekse oros (berg) en pteris (varen); limbosperma betekent ‘met zaad aan de rand’, naar de sporenhoopjes langs de rand van de slipjes.
  • De citroengeur komt van kleine, gele kliertjes op de onderkant van het blad.
  • Vroeger werd hij ingedeeld bij hetzelfde geslacht als de moerasvaren, Thelypteris; daarom staat hij in de moerasvarenfamilie.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…