
Foto: No machine-readable author provided. Folini assumed (based on copyright claims)., CC BY 2.5 · bron
Kruidachtige plant · Brandnetelfamilie (Urticaceae)
Klein glaskruid
Parietaria judaica
In andere talen: Pariétaire de Judée (Français) · Pellitory-of-the-wall (English)
Komt in België in het wild voor.
Klein glaskruid is een lage, bossige vaste plant uit de brandnetelfamilie, maar zonder brandharen. Hij groeit bij ons vooral op oude muren met kalkmortel: kerk- en kasteelmuren, kademuren, ruïnes en oude tuinmuren, en aan de voet ervan. In België is hij vrij algemeen in steden, oude dorpskernen en rivierdalen zoals de Maasvallei, maar elders zeldzamer. Je herkent hem aan de roodachtige, sterk vertakte stengels, de kleine eironde bladeren met een gave rand die licht aan je kleren blijven plakken, en de onopvallende groenige bloempjes in kluwens in de bladoksels. Hij brengt groen op versteende plekken, en rupsen van de atalanta worden er soms op gevonden.
Let op: Het stuifmeel is een bekende oorzaak van hooikoorts. Heb je daar last van, plant hem dan niet vlak bij ramen of een terras en wied of knip hem bij vochtig weer of buiten de bloeitijd. De plant brandt niet, anders dan brandnetel.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
tot -18 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,4 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Vaste plant van 10–40 cm, sterk vertakt, met liggende tot opstijgende, roodachtige en zacht behaarde stengels die losse pollen vormen.
- Blad
- Verspreid, eirond tot elliptisch, 1–5 cm, met een gave rand en een steel. Fijn behaard en een beetje kleverig, zonder brandharen.
- Bloem
- Kleine, groenige bloempjes in kluwens in de bladoksels, van juni tot oktober. De meeldraden springen bij warm weer plots naar buiten en geven een wolkje stuifmeel af.
- Vrucht/Zaad
- Piepkleine, glanzend zwarte nootjes, omgeven door het verdroogde bloemdek.
- Wortels
- Een houtige wortelstok met wortels die diep in voegen en spleten doordringen.
- Verwarring met
- Groot glaskruid (Parietaria officinalis) groeit rechtop, is nauwelijks vertakt en heeft grotere bladeren van 5–12 cm; het staat eerder in ruigten langs rivieren. Grote brandnetel heeft getande bladeren en brandharen. Tuinbingelkruid heeft tegenoverstaande, getande bladeren.
Bloei: juni–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige planten die op oude muren groeien: hij maakt van een kale stadsmuur een klein leefgebied.
- Rupsen van de atalanta worden er soms op gevonden, net als op brandnetel, zijn familielid.
- In de dichte pollen schuilen slakjes, pissebedden, spinnen en kleine insecten, waar het winterkoninkje naar zoekt.
- Bloeit lang, van juni tot oktober, al is de bloei onopvallend: hij wordt door de wind bestoven en is voor bijen niet interessant.
- Een stukje cultuurgeschiedenis: oude muren met glaskruid tonen waar al eeuwen met kalkmortel werd gebouwd.
Waar staat een klein glaskruid graag?
- In het wild op oude muren met kalkmortel, kademuren, ruïnes, rotsen en aan de voet van muren, vaak op stikstofrijke plekjes.
- Zon tot halfschaduw; hij verdraagt warme, droge muren goed.
- Kalkrijke, goed doorlatende grond of mortel; aan de voet van muren ook voedselrijke grond.
- In de tuin: in de voegen van een oude tuinmuur, een stapelmuur of een stenen trap, of tussen stenen aan de voet van een muur.
Mooi samen met
- Muurleeuwenbek: Lila bloempjes en ronde blaadjes die over dezelfde oude muren klimmen.
- Muurvaren: Een klein varentje van kalkrijke muurvoegen.
- Steenbreekvaren: Fijne veertjes met zwarte nerf in schaduwrijke voegen.
- Gele helmbloem: Bloeit maandenlang geel op muren en stoepranden.
- Muurbloem: Geurige gele tot oranje bloemen in het voorjaar, voor zonnige muren.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een klein glaskruid?
- Koop een plant bij een kwekerij voor inheemse planten, of verzamel in de nazomer wat rijp zaad van een plant op een muur in je buurt, nooit in een natuurgebied.
- Zaai in september–oktober: strooi het zaad met een handje leem of zand in de voegen van een oude muur of tussen de stenen aan de voet ervan.
- Of zaai in een potje met arme, kalkrijke grond en zet de jonge plant in het voorjaar in een gat in een muur of tussen stenen.
- Duw wat vochtig mos of leem achter en rond de kluit, zodat hij niet uitdroogt.
- Geef de eerste weken af en toe water met een plantenspuit; daarna redt hij zich.
- Zet hem niet op een monument of een muur met losse voegen zonder overleg met de eigenaar.
Verzorgen
- Water
- Alleen tot hij is aangeslagen. Daarna niet meer nodig, ook niet in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig; aan de voet van muren is de grond vaak al rijk genoeg.
- Muuronderhoud
- Op een stevige oude muur kan hij gerust blijven staan. Moet een muur opnieuw gevoegd worden, haal hem dan uit de voegen die je herstelt.
- Woekeren
- Zaait zich uit langs muren en in voegen. Trek ongewenste zaailingen jong uit, als hun wortels nog klein zijn.
- Hooikoorts
- Last van stuifmeel? Wied of knip hem liefst na een regenbui of buiten de bloeitijd.
Tip: Wil je een kale, oude muur laten begroeien, strooi dan in de herfst zaad van glaskruid en muurleeuwenbek met een handje leem in de voegen: zo krijg je een levende muur zonder te planten.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei begint, of helemaal niet.
Hoe:
- Laat de oude stengels de winter over staan: kleine insecten en spinnen overwinteren erin.
- Knip in maart dode en te lange stengels terug tot net boven de nieuwe scheutjes aan de voet.
- Een te grote pol aan de voet van een muur kun je in de zomer met de helft inkorten; hij loopt vlot weer uit.
Let op: Heb je hooikoorts, knip dan niet tijdens de bloei: bij elke aanraking komt er een wolkje stuifmeel vrij.
Vermeerderen
- Zaad
- In september–oktober zaaien in muurvoegen of in potjes met arme, kalkrijke grond. De zaailingen verschijnen in het voorjaar.
- Scheuren
- Een pol aan de voet van een muur kun je in maart–april met een spade verdelen en elders tussen stenen zetten.
Hoe komt een klein glaskruid de winter door?
Winterhard tot −18 °C: jonge planten beschermen.
- In zachte winters blijft hij deels groen; bij strenge vorst sterven de stengels af en loopt hij in het voorjaar weer uit vanuit de wortelstok.
- In een beschutte muur verdraagt hij vorst tot ongeveer −18 °C.
- De dichte pollen bieden beschutting aan slakjes, pissebedden en spinnen, en daarmee voedsel voor het winterkoninkje.
Ziektes en plagen
- Hooikoorts: Het stuifmeel kan bij gevoelige mensen hooikoorts geven. Plant hem niet vlak bij ramen of een terras en werk er buiten de bloeitijd aan.
- Schade aan voegen: Op een muur met losse of zachte voegen kunnen de wortels de voegen verder openwerken. Op een stevige muur is hij meestal onschuldig.
- Uitzaaien: Zaailingen in borders of voegen waar je ze niet wilt, trek je makkelijk uit zolang ze klein zijn.
- Uitdrogen: Jonge planten drogen in een zonnige muur snel uit. Zaai liever, of plant in het najaar of vroege voorjaar.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels terugknippen. Te grote pollen scheuren.
- April: Nieuwe scheuten. Jonge planten in de muur zetten.
- Juni: Begin van de bloei. Opgepast bij hooikoorts.
- Juli: Bloei. Soms atalanta-rupsen op de bladeren.
- Augustus: Bloei. Te grote pollen inkorten.
- September: Het zaad rijpt. Zaaien in muurvoegen.
- Oktober: Laatste bloei. Nog zaaien.
- December: De pollen bieden beschutting aan kleine dieren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Parietaria komt van het Latijnse paries, ‘muur’; judaica betekent ‘uit Judea’.
- De meeldraden zitten in de knop gespannen naar binnen gebogen en springen bij warm weer plots naar buiten, waarbij ze een wolkje stuifmeel loslaten.
- De ruwe, licht klevende bladeren werden vroeger gebruikt om glas en flessen schoon te wrijven: vandaar de naam glaskruid.