
Foto: Johi at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Streepvarenfamilie (Aspleniaceae)
Muurvaren
Asplenium ruta-muraria
In andere talen: Rue des murailles (Français) · Wall-rue (English)
Komt in België in het wild voor.
Muurvaren is een klein, wintergroen varentje van amper 3–15 cm dat bijna altijd in de voegen van oude muren groeit. Je vindt het op kerkhofmuren, bruggen, kademuren en oude tuinmuren met kalkmortel, in Wallonië ook op natuurlijke kalkrotsen. In Vlaanderen is het vrij algemeen, maar bijna volledig afhankelijk van muren, want natuurlijke rotsen zijn er nauwelijks. Je herkent het aan de doffe, blauwgroene blaadjes die in kleine, wigvormige slipjes verdeeld zijn, een beetje zoals de bladeren van wijnruit. Muurvaren verraadt een oude, kalkrijke muur en geeft er veel karakter aan.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,15 m breed
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Klein, wintergroen polletje van 3–15 cm, met de bladeren in een losse rozet die uit een muurvoeg groeit.
- Blad
- Dof blauwgroen tot donkergroen en wat leerachtig; twee tot drie keer geveerd met kleine, wig- tot ruitvormige slipjes met een fijn getande top. De bladsteel is groen, aan de voet donker, en meestal langer dan de bladschijf.
- Sporen
- Geen bloemen: in de zomer en de herfst liggen aan de onderkant lijnvormige sporenhoopjes langs de nerven, die uiteindelijk bijna de hele onderkant bruin kleuren.
- Wortels
- Een kort, kruipend wortelstokje met fijne wortels die diep in de mortel tussen de stenen kruipen.
- Verwarring met
- Steenbreekvaren heeft enkelvoudig geveerde bladeren met kleine, ronde blaadjes aan een glanzend zwarte steel. Schubvaren heeft diep ingesneden bladeren met roestbruine schubben aan de onderkant. Tongvaren heeft onverdeelde, tongvormige bladeren.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige planten die op een kale muur kan leven: het maakt oude muren groen en levendig.
- Wintergroen: ook in januari zie je de blauwgroene polletjes in de voegen.
- Het wijst op oude kalkmortel en een gezond muurmilieu, samen met mossen, korstmossen en andere muurplanten.
- Tussen de varentjes en mossen schuilen kleine diertjes zoals spinnen, pissebedden en springstaarten.
- Het blijft klein en heeft fijne wortels: het doet een muur veel minder schade dan houtige zaailingen zoals vlier of vlinderstruik.
- Leuk om te bekijken: in de zomer zie je aan de onderkant van de blaadjes de bruine sporenhoopjes.
Waar staat een muurvaren graag?
- In het wild: voegen van oude muren met kalkmortel, bruggen, kademuren en kerkhofmuren; in Wallonië ook spleten in kalkrotsen.
- Zon tot halfschaduw: het verdraagt een zonnige, droge muur beter dan veel andere varens.
- Het heeft kalk nodig: zachte kalkmortel of kalksteen. Moderne, harde cementvoegen bieden weinig houvast.
- In de tuin: een oude tuinmuur, een droogstapelmuur met wat kalk, een rotstuin of een blok tufsteen, altijd met goede afwatering.
Mooi samen met
- Steenbreekvaren: Een ander klein muurvarentje, met fijne, ronde blaadjes aan zwarte stelen.
- Muurleeuwenbek: Hangt over de stenen met kleine lila bloempjes, de hele zomer lang.
- Muurpeper: Kleine gele sterretjes in juni op de zonnige bovenkant van de muur.
- Gele helmbloem: Bloeit maandenlang geel in muurvoegen en houdt van kalk.
- Tongvaren: Voor de schaduwkant van dezelfde muur.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een muurvaren?
- Haal muurvaren nooit uit een muur in het wild of in het dorp: het overleeft dat zelden en je beschadigt de muur. Koop een plant bij een gespecialiseerde varenkwekerij.
- Plant in april–mei of in september, als de muur niet uitdroogt of bevriest.
- Kies een voeg of spleet en vul die met een mengsel van zand, steengruis en wat gruis van kalkmortel of kalksteen.
- Schuif het kluitje diep in de spleet, met de wortels naar binnen, en zet het vast met wat mos of steengruis.
- Nevel de eerste weken voorzichtig bij droog weer; daarna redt het zich met regenwater.
- Je kunt ook sporen zaaien: strooi rijpe sporen op een vochtige baksteen of kalkrijke zaaigrond onder glas. De jonge plantjes zijn pas na een jaar of langer groot genoeg.
Verzorgen
- Water
- Na het aanslaan niet nodig: het leeft van regen en dauw. Alleen het eerste jaar bij lange droogte wat nevelen.
- Bemesten
- Nooit: het groeit in een muur juist omdat er weinig voedsel en weinig concurrentie is.
- Hervoegen
- Moet de muur hersteld worden, gebruik dan kalkmortel en voeg de begroeide stukken niet allemaal tegelijk opnieuw: zo blijven er plantjes over om de nieuwe voegen te koloniseren.
- Concurrentie
- Houd klimop en grote zaailingen weg van de muur: ze nemen het licht weg en hun wortels doen de muur wel schade.
- Muur reinigen
- Gebruik geen hogedrukreiniger of onkruidbestrijder op de muur: daarmee verdwijnen varens en mossen.
Tip: Wil je muurvaren in je tuin, laat dan een oude muur met kalkmortel gewoon met rust: niet hervoegen met cement, niet afspuiten en niet borstelen. Vaak verschijnen de varentjes dan vanzelf.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: oude bladeren sterven vanzelf af.
Hoe:
- Laat de plant met rust; bruine bladeren vallen in het voorjaar vanzelf weg.
- Trek hooguit een dood blad voorzichtig met de hand weg, zonder aan de wortels te trekken.
- Krab nooit de voegen uit om een muur ‘proper’ te maken.
Let op: Gebruik geen draadmaaier of staalborstel langs de muur: dan trek je het varentje met wortel en al los.
Vermeerderen
- Sporen
- Laat in de zomer of de herfst een rijp blad met bruine sporenhoopjes drogen in een papieren zakje. Strooi de sporen op een vochtige, kalkrijke ondergrond (bijvoorbeeld een baksteen in een schoteltje water) onder glas, op een lichte plek zonder felle zon. Eerst verschijnt een dun groen laagje (de voorkiemen), pas maanden later de eerste blaadjes.
- Vanzelf uitzaaien
- Op een muur die het bevalt, verspreidt het zich via sporen vanzelf naar nieuwe voegen.
Hoe komt een muurvaren de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Wintergroen: de blaadjes blijven de hele winter staan en vallen dan goed op in kale muren.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: ook strenge vorst op een kale muur deert het niet.
- Oude bladeren sterven af in het voorjaar, als de nieuwe zich ontrollen.
Ziektes en plagen
- Hervoegen en reinigen: De grootste bedreiging: hervoegen met cement, gevels zandstralen of afspuiten met hoge druk. Hervoeg in fasen met kalkmortel en spaar de begroeide stukken.
- Uitdrogen: Een pas geplant varentje in een droge, zonnige voeg kan verdorren. Begin op een plek met ochtendzon en nevel bij droog weer.
- Overgroeid: Klimop, mos of grote planten kunnen het varentje verstikken. Snoei klimop van de muur terug.
- Slaat niet aan: In gewone tuingrond of in een pot kwijnt het vaak weg door te veel vocht en te weinig kalk. Kies een kalkrijke, goed doorlatende spleet.
Het jaar rond
- Januari: Wintergroen: de blauwgroene polletjes vallen op in de kale muur.
- Maart: Oude bladeren sterven af. De muur liefst niet reinigen of hervoegen.
- April: Nieuwe bladeren ontrollen. Goede maand om te planten.
- Mei: Planten in een muurvoeg. Nevelen bij droog weer.
- Juli: Sporenhoopjes vormen zich aan de onderkant van de blaadjes.
- Augustus: Bij lange droogte jonge plantjes wat nevelen.
- September: Sporen zijn rijp: verzamelen om te zaaien. Goede plantmaand.
- Oktober: Sporen zaaien onder glas.
- December: Rust. Wintergroen in de muur.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wetenschappelijke naam ruta-muraria betekent ‘wijnruit van de muren’: de blaadjes lijken op die van wijnruit.
- Asplenium komt van het Griekse woord voor milt (splen): vroeger geloofde men dat deze varens hielpen tegen miltkwalen.
- Varens maken geen zaad: uit een spore groeit eerst een piepklein, hartvormig plantje, de voorkiem, en pas na de bevruchting groeit daaruit de eigenlijke varen.