
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Rozenfamilie (Rosaceae)
Zilverschoon
Potentilla anserina
In andere talen: Potentille ansérine (Français) · Silverweed (English)
Komt in België in het wild voor.
Zilverschoon is een laag, kruipend kruid met zilverglanzende, geveerde bladeren en heldergele bloemen, dat je overal in België vindt waar de grond betreden of af en toe nat wordt. Hij groeit langs veldwegen, in karrensporen, op erven, dijken en slootkanten, in vochtige weilanden en in duinvalleien. Met lange, roodachtige uitlopers die telkens nieuwe rozetten vormen, bedekt hij snel kale grond. Je herkent hem meteen aan de bladeren met veel getande blaadjes, die vooral aan de onderkant zilverig behaard zijn, en aan de vijftallige gele bloemen op lange steeltjes. Het is een sterke bodembedekker voor natte, zonnige plekken waar weinig anders wil groeien.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
mei–augustus
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Lage rozetplant van 5–20 cm met lange, roodachtige uitlopers die op de knopen wortelen.
- Blad
- Geveerd, 5–25 cm lang, met 7–12 paar getande blaadjes en daartussen kleinere blaadjes. Zilverig zijdeachtig behaard, vooral aan de onderkant.
- Bloem
- Eén bloem per lange steel, 1,5–2 cm breed, met vijf heldergele kroonbladen, van mei tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, droge nootjes in een hoopje op de bloembodem.
- Wortels
- Verdikte, zetmeelrijke wortels onder de rozet.
- Verwarring met
- Vijfvingerkruid heeft ook uitlopers en gele bloemen, maar handvormige bladeren met vijf blaadjes. Kruipende boterbloem heeft glanzende gele bloemen en drielobbige bladeren. Agrimonie heeft geveerd blad, maar lange, rechtopstaande aren met kleine gele bloempjes.
Bloei: mei–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Gele bloemen van mei tot augustus voor zweefvliegen, kleine bijen en kevertjes.
- Mooi zilverig blad dat het hele seizoen opvalt, ook zonder bloemen.
- Verdraagt betreding en tijdelijke overstroming: een plant voor moeilijke plekken.
- Een snelle, lage bodembedekker voor een vijverrand, een nat pad of tussen stapstenen.
- De wortels werden vroeger, vooral in tijden van schaarste, gekookt of geroosterd gegeten.
Waar staat een zilverschoon graag?
- In het wild: veldwegen, karrensporen, erven, dijken, slootkanten, vochtige weilanden, oevers en duinvalleien.
- Volle zon; in de schaduw groeit hij ijl en bloeit hij weinig.
- Vochtige tot natte, vaak verdichte grond, op klei, leem of zand. Verdraagt tijdelijke overstroming.
- In de tuin: een vijverrand, een natte strook langs een pad, tussen stapstenen of op een kale, betreden plek.
Mooi samen met
- Moerasvergeet-mij-nietje: Lichtblauwe bloemen aan dezelfde natte rand.
- Echte koekoeksbloem: Roze, rafelige bloemen in mei–juni, in hetzelfde natte grasland.
- Pinksterbloem: Lila bloemen in april–mei, voor zilverschoon bloeit.
- Watermunt: Geurige, lila bolletjes langs de vijverrand in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zilverschoon?
- Koop plantjes bij een kwekerij van inheemse planten en plant ze in maart–april of september–oktober.
- Zet ze op 30–40 cm; binnen een seizoen groeien de uitlopers aan elkaar.
- Zaaien kan in de herfst in potjes: strooi het zaad op vochtige zaaigrond, dek het dun af en laat de potjes buiten overwinteren.
- Geef na het planten water en houd de grond vochtig tot de uitlopers wortelen.
- Wied het eerste jaar gras en onkruid tussen de jonge planten, tot ze een dichte mat vormen.
- Graaf nooit planten uit in de natuur.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten, of op droge zandgrond in een hete zomer.
- Bemesten
- Niet nodig; op arme grond blijft hij compact.
- Betreding
- Je mag er gerust over lopen: hij herstelt snel.
- Woekeren
- Knip uitlopers die te ver gaan af of trek ze uit; ze wortelen ondiep.
- Licht
- Hij heeft licht nodig. Tussen hoge planten verdwijnt hij; houd de buren kort of maai eromheen.
Tip: Plant zilverschoon tussen de stapstenen naar je vijver: hij verdraagt betreding, vult de voegen en laat zijn zilveren blad bij elke stap oplichten.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig. Uitlopers inkorten kan het hele seizoen.
Hoe:
- Knip uitlopers af die buiten de gewenste plek groeien.
- In een grasland mag hij gewoon mee gemaaid worden; hij verdraagt dat goed.
- Laat het afgestorven blad in de herfst liggen.
Vermeerderen
- Uitlopers
- Van juni tot september een geworteld rozetje van een uitloper knippen en verplanten. Lukt bijna altijd.
- Zaad
- In de herfst zaaien in potjes en die buiten laten overwinteren.
Hoe komt een zilverschoon de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad sterft grotendeels af; de plant overwintert met een knop in het hart van de rozet.
- In zachte winters blijven soms kleine, zilverige blaadjes zichtbaar.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Op een open plek bedekt hij snel alles. Knip uitlopers af of leg een rand van stenen.
- Te weinig licht: IJle groei en geen bloemen. Verplaats hem naar de zon of houd de buren kort.
- Droogte: Op droge grond verwelkt het blad in de zomer. Geef water of kies een vochtigere plek.
- Gras ertussen: Gras groeit door een jonge mat heen. Wied het eerste jaar; daarna sluit de mat zich.
Het jaar rond
- Maart: Nieuwe rozetten lopen uit. Planten.
- April: Het zilveren blad ontvouwt zich. Planten of verplanten.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Bloei. De uitlopers vormen nieuwe plantjes; verplanten kan.
- Juli: Bloei. Te lange uitlopers inkorten.
- Augustus: Laatste bloemen. Water geven bij droogte op zandgrond.
- September: Planten. Zaad oogsten en in potjes zaaien.
- Oktober: Planten. Potjes buiten laten staan.
- November: Het blad sterft af. Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Anserina komt van het Latijnse anser, gans: de plant werd geassocieerd met ganzen en de weiden waar ze graasden.
- Op de Schotse Hebriden werden de wortels vroeger gegeten, vooral in tijden van hongersnood.
- Botanici plaatsen zilverschoon tegenwoordig vaak in een apart geslacht, Argentina, naar het Latijnse argentum, zilver.