Vijfvingerkruid (Potentilla reptans)

Foto: Fritz Geller-Grimm, CC BY-SA 2.5 · bron

Kruidachtige plant · Rozenfamilie (Rosaceae)

Vijfvingerkruid

Potentilla reptans

In andere talen: Potentille rampante (Français) · Creeping cinquefoil (English)

Komt in België in het wild voor.

Vijfvingerkruid is een overblijvende plant uit de rozenfamilie, met lange, kruipende uitlopers die op de knopen wortelen, handvormige bladeren met vijf getande blaadjes en losse, botergele bloemen. Hij is algemeen in heel België: in bermen, op dijken, in graslanden en gazons, langs akkerranden, paden en slootkanten, vaak op wat vochtige, voedselrijke of kleiige grond. Je herkent hem aan het lang gesteelde blad met vijf, soms zeven blaadjes als vingers aan een hand, en aan de enkele bloemen van 1,5–2,5 cm met vijf kroonbladen, die op lange steeltjes uit de knopen van de uitlopers komen. Van juni tot in september is hij een nectarbron voor zweefvliegen, bijen en kleine vlinders. In de tuin is hij een sterke bodembedekker, maar hij kan ook flink woekeren.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 1 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvende plant met kruipende, bovengrondse uitlopers van een meter of langer, die op de knopen wortelen. Blad en bloemen worden 5–20 cm hoog.
Blad
Handvormig samengesteld, met 5, soms 7 omgekeerd eironde, gezaagde blaadjes van 1–4 cm, op lange stelen; groen en licht behaard.
Bloem
Enkel, botergeel, 1,5–2,5 cm breed, met vijf licht ingesneden kroonbladen, op lange steeltjes uit de knopen van de uitlopers, van juni tot september.
Vrucht/Zaad
Een bolletje kleine nootjes binnen de blijvende kelk.
Wortels
Een korte, wat verdikte wortelstok, plus nieuwe wortels aan elke knoop van de uitlopers.
Verwarring met
Kruipende boterbloem heeft driedelig blad en glanzende gele bloemen. Tormentil heeft meestal vier kroonbladen en bijna zittende, drietallige bladeren. Kruipganzerik heeft vier of vijf kroonbladen en drie- tot vijftallig blad, en groeit op zuurdere grond. Zilverschoon heeft geveerde, zilverig behaarde bladeren. Bosaardbei heeft drietallig blad en witte bloemen.

Bloei: juni–september · Snoeien: september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit lang, van juni tot in september, en geeft nectar en stuifmeel aan zweefvliegen, kleine bijen, hommels en vlinders.
  • Waardplant voor de rupsen van de aardbeivlinder, een klein dikkopje dat ook op andere ganzerikken en op bosaardbei leeft.
  • Een sterke bodembedekker voor een wilde rand, een talud of een bloemrijk gazon: hij verdraagt maaien en betreding.
  • Een vrolijke gele toets in een bloemengazon dat je minder vaak maait.
  • Vroeger een bekende plant in de volksgeneeskunde, en het vijfblad is een geliefd motief in de heraldiek.

Waar staat een vijfvingerkruid graag?

  • In het wild in bermen, op dijken, in graslanden, weilanden, gazons, akkerranden, langs paden, sloten en bosranden.
  • Zon tot halfschaduw; in de volle zon bloeit hij het rijkst.
  • Vochtige tot matig droge, voedselrijke grond, vaak klei of leem. Hij verdraagt tijdelijk natte grond en betreding.
  • In de tuin als bodembedekker op een talud, in een bloemrijk gazon, een wilde rand of onder losse struiken; niet in een border met kleine plantjes.

Mooi samen met

  • Madeliefje: Samen een bloeiend gazon, van het voorjaar tot de herfst.
  • Gewone brunel: Paarse aartjes in hetzelfde gemaaide gras, geliefd bij hommels.
  • Witte klaver: Een andere kruiper voor het bloemengazon, met veel nectar voor bijen.
  • Kruipend zenegroen: Blauwe aren in het voorjaar op dezelfde vochtige grond, nog voor het vijfvingerkruid bloeit.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een vijfvingerkruid?

  1. Koop planten bij een kwekerij voor inheemse planten, of neem een gewortelde uitloper van een plant uit je eigen tuin of die van een buur.
  2. Plant in maart–april of in september–oktober, op 40–50 cm afstand: de uitlopers vullen de ruimte snel op.
  3. Zaaien kan ook, in het najaar of het vroege voorjaar, op losgemaakte grond; druk het zaad goed aan. Zaailingen groeien trager dan uitlopers.
  4. Giet aan en houd de grond vochtig tot de planten aangeslagen zijn.
  5. Zet hem niet naast kleine, zwakke planten: begrens hem desnoods met een pad, een graskant of een harde rand.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur, ook niet uit een berm.

Verzorgen

Water
Alleen bij het aanslaan en bij lange droogte.
Bemesten
Niet nodig: op rijke grond woekert hij nog meer en bloeit hij minder.
Maaien
In een bloemrijk gazon maai je om de 3–6 weken op 5–8 cm: hij blijft en bloeit tussen de maaibeurten. In een grasland één keer per jaar maaien, eind september, en het maaisel afvoeren.
Woekeren
Trek uitlopers die te ver gaan gewoon uit; ze laten makkelijk los. Doe dat geregeld, dan blijft het werk beperkt.
Uitlopers sturen
Wil je dat hij snel een plek bedekt, pin de uitlopers dan met een gebogen takje vast op de grond.

Tip: Laat vijfvingerkruid toe in een gazon dat je minder vaak maait: om de vier weken maaien op 6–8 cm hoogte geeft je een gazon vol gele sterretjes, zonder dat het een rommeltje wordt.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: september.

Wanneer: Eind september maaien in een grasland of wilde rand; uitlopers inkorten kan het hele groeiseizoen.

Hoe:

  • Maai het grasland of de wilde rand en voer het maaisel af.
  • Knip of trek uitlopers weg die in borders of over paden groeien.
  • In een gazon maai je hem gewoon mee met de rest.
  • Laat in een wilde hoek wat blad en stengels liggen als schuilplek voor kleine diertjes.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Uitlopers
Het makkelijkst: knip in het voorjaar of in september een gewortelde jonge plant van een uitloper los en plant hem meteen uit.
Zaad
Zaai in het najaar of het vroege voorjaar in een bak of ter plaatse.
Scheuren
Oudere pollen kun je in het voorjaar in stukken steken en elders planten.

Hoe komt een vijfvingerkruid de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Het blad sterft grotendeels af; de plant overwintert met knoppen aan de wortelstok en aan de knopen van de uitlopers.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • De oude uitlopers en bladeren vormen een losse laag waaronder kleine insecten en spinnen overwinteren.

Ziektes en plagen

  • Woekeren in borders: De uitlopers kruipen tussen andere planten. Trek ze geregeld uit en houd een harde rand.
  • In het gazon: Wil je een strak gazon, dan krijg je hem moeilijk weg. Steek hem met wortel en al uit en zaai de kale plek opnieuw in, of aanvaard hem als bloem in je gazon.
  • Weinig bloei: In diepe schaduw of op te rijke grond geeft hij vooral blad. Geef hem meer licht en bemest niet.
  • Meeldauw: Bij droogte soms wit poeder op het blad. Onschuldig: laat het zo.

Het jaar rond

  • Maart: Planten of gewortelde uitlopers verplanten.
  • April: Nieuwe uitlopers lopen uit. Begrenzen waar nodig.
  • Mei: Uitlopers inkorten bij borders.
  • Juni: Begin van de bloei.
  • Juli: Volle bloei. Zweefvliegen en bijen op de bloemen.
  • Augustus: Bloei. Uitlopers in toom houden.
  • September: Laatste bloei. Eind september maaien en afvoeren. Jonge planten verplanten.
  • Oktober: Planten of scheuren.
  • December: Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Het vijfblad, een gestileerd blad met vijf blaadjes, is een bekend motief in de heraldiek en in het maaswerk van gotische kerkramen.
  • Potentilla komt van het Latijnse potens, ‘krachtig’, een verwijzing naar de vroegere faam van ganzerikken in de volksgeneeskunde.
  • Eén plant maakt in een seizoen uitlopers van een meter of langer, met op elke knoop een nieuw plantje.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…