Zwartwordende wilg (Salix myrsinifolia)

Foto: HermannSchachner, CC0 · bron

Struik · Wilgenfamilie (Salicaceae)

Zwartwordende wilg

Salix myrsinifolia

In andere talen: Saule noircissant (Français) · Dark-leaved willow (English)

Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.

De zwartwordende wilg is een bladverliezende struik uit de wilgenfamilie. Hij groeit wild in Noord-Europa, van Scandinavië en Finland tot in Schotland en Noord-Engeland, en verder in de bergen van Midden-Europa, zoals de Alpen. Daar staat hij langs rivieren en beken, op grindbanken, aan meeroevers en in natte graslanden en moerassen. In België groeit hij niet wild; je vindt hem soms in arboreta en wilgencollecties. Je herkent hem aan de donkergroene, vrij glanzende bladeren met een grijsblauwe onderkant, de fijn behaarde twijgen en vooral aan het blad dat zwart wordt als het verwelkt of gedroogd wordt. In april–mei bloeit hij met katjes die bijen en hommels voeden, en zoals alle wilgen is hij een waardplant voor tal van rupsen.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    3 m

    hoog, 2,5 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenfebruari–maart
Hoogte3 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Bloeiapril–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Bladverliezende, rechtopgaande tot brede struik van 1–4 m, soms een kleine boom. Tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke katjes groeien op aparte struiken.
Twijgen
Donkerbruin tot zwartbruin, jong dicht en fijn behaard, later deels kaal. Aan de voet van de bladsteel staan vaak opvallende, oorvormige steunblaadjes.
Blad
Elliptisch tot omgekeerd eirond, 2–7 cm, met een fijn getande rand. Bovenaan donkergroen en wat glanzend, onderaan meestal grijsblauw berijpt met een groen topje. Wordt zwart bij verwelken en drogen.
Bloem
Katjes van 2–4 cm die tegelijk met of net voor de bladeren verschijnen, in april–mei. Mannelijke katjes met gele helmknoppen, vrouwelijke groenig.
Vrucht/Zaad
Kleine doosvruchtjes die in juni openspringen en piepkleine zaadjes met wit pluis vrijlaten, dat met de wind wegwaait.
Verwarring met
De theebladwilg (Salix phylicifolia) heeft kale twijgen en glanzender blad dat bij het drogen niet zwart wordt. De grauwe wilg (Salix cinerea) heeft grijs behaard blad en de geoorde wilg (Salix aurita) kleine, gerimpelde bladeren met een golvende rand. Wilgen kruisen makkelijk, waardoor sommige struiken moeilijk te benoemen zijn.

Bloei: april–mei · Snoeien: februari–maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De katjes in april–mei geven stuifmeel en nectar aan honingbijen, hommels, zandbijen en zweefvliegen.
  • Wilgen zijn waardplant voor heel veel insecten: rupsen van onder meer de hermelijnvlinder en de avondpauwoog eten van het blad.
  • Al die insecten zijn op hun beurt voedsel voor mezen, fitissen en andere zangvogels.
  • Een stevige, snelgroeiende struik voor een natte hoek, een vijveroever of een beekkant.
  • Een bijzondere noordelijke wilg met een verrassend kenmerk: het blad kleurt zwart bij het drogen.

Waar staat een zwartwordende wilg graag?

  • In het wild: oevers van rivieren, beken en meren, grindbanken, natte graslanden, moerassen en struwelen, in het noorden van Europa en in de bergen.
  • In de tuin: zon tot lichte halfschaduw; in de schaduw groeit hij ijl en bloeit hij minder.
  • Vochtige tot natte grond, liefst neutraal tot kalkrijk; hij verdraagt tijdelijk hoog water en een koude, natte plek.
  • Plant hem niet vlak bij de riolering, drainagebuizen of de fundering: wilgenwortels zoeken actief water op.

Mooi samen met

  • Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in de zomer op dezelfde natte grond.
  • Grote kattenstaart: Paarse aren in juli–augustus, een nectarbron voor bijen en vlinders aan de oever.
  • Gele lis: Gele bloemen in mei–juni aan de waterkant, aan de voet van de wilg.
  • Koninginnenkruid: Late bloei in augustus–september, geliefd bij vlinders.
  • Sporkehout: Een andere struik van natte grond, die maandenlang bloeit voor hommels en waardplant is van de citroenvlinder.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een zwartwordende wilg?

  1. Koop hem bij een kwekerij die wilgen of wilde Europese struiken kweekt. Haal nooit planten uit het wild, ook niet tijdens een vakantie in de bergen of in Scandinavië.
  2. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is: wilgen slaan in die periode makkelijk aan.
  3. Graaf een plantgat iets breder dan de kluit; op arme grond meng je er wat compost door.
  4. Reken op 2–3 m ruimte per struik; in een natte, gemengde haag plant je op 1 m.
  5. Geef meteen flink water en het eerste jaar regelmatig bij droogte: een jonge wilg mag niet uitdrogen.
  6. Heb je al een struik, dan groeit een stevige winterstek van 30 cm, voor twee derde in vochtige grond gestoken, meestal vanzelf uit tot een nieuwe plant.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar regelmatig bij droogte. Op een natte plek daarna niet meer; op gewone tuingrond in droge zomers flink water geven.
Bemesten
Niet nodig. Op vochtige, voedselrijke grond groeit hij vanzelf snel genoeg.
Afzetten
Wil je hem laag en dicht houden, zet hem dan om de 3–5 jaar in februari–maart af tot 30–50 cm boven de grond; hij loopt krachtig weer uit.
Mulchen
Een laag blad of houtsnippers rond een jonge plant houdt de grond vochtig.
Plaats
Houd hem weg van leidingen en de fundering: wilgenwortels dringen in lekkende buizen.

Tip: Twijfel je of je de echte zwartwordende wilg hebt? Pluk in de herfst een blad en laat het een paar dagen drogen: wordt het zwart, dan zit je goed.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: februari–maart.

Wanneer: Uitdunnen of afzetten in februari–maart, voor het blad uitloopt en voor de vogels gaan broeden.

Hoe:

  • Haal om de paar jaar een paar van de oudste takken aan de voet weg: zo blijft de struik jong en dicht.
  • Knip dode, gebroken en kruisende takken weg.
  • Wil je hem laag houden, zet hem dan om de 3–5 jaar helemaal af tot 30–50 cm; heb je meerdere struiken, doe het dan niet allemaal in hetzelfde jaar.
  • Snoei elk jaar maar een deel van de takken, dan heb je ieder voorjaar katjes voor de bijen.

Let op: Snoei niet in het broedseizoen, van april tot juli. Wat je in de winter afzet, bloeit dat voorjaar niet: de knoppen van de katjes zitten al aan de takken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Winterstekken
Steek tussen november en maart potloodsdikke twijgen van 20–30 cm voor twee derde in vochtige grond. Wilgen wortelen heel makkelijk: de meeste stekken slaan aan.
Zomerstekken
Groene stekken van 10–15 cm in juni wortelen snel in een glas water of in vochtige stekgrond.
Zaad
Wilgenzaad blijft maar kort kiemkrachtig. Zaai het in juni meteen na het uitwaaien op vochtige potgrond. Zaailingen kunnen kruisingen met andere wilgen zijn.

Hoe komt een zwartwordende wilg de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Verliest in de herfst zijn blad, dat na het vallen snel donker tot zwart verkleurt.
  • Uiterst winterhard, tot ongeveer −35 °C: een noordelijke soort die geen bescherming nodig heeft.
  • De donkere, behaarde twijgen met de knoppen voor de katjes zijn in de winter goed te zien.
  • Laat het gevallen blad liggen: het is een schuilplek voor insecten en voedsel voor het bodemleven.

Ziektes en plagen

  • Bladwespgallen: Rode of groene boontjes op het blad zijn gallen van kleine bladwespen. Onschuldig en interessant: je hoeft er niets aan te doen.
  • Wilgenroest: Oranje stipjes aan de onderkant van het blad in de nazomer. Meestal onschuldig; een open, luchtige plek helpt.
  • Wilgenhaantje: Kleine, glanzende kevertjes en hun larven vreten het blad tot een skelet. Vogels ruimen er veel op en een wilg herstelt zich meestal snel.
  • Wortels in leidingen: Wilgenwortels zoeken water en dringen in lekkende buizen. Plant hem op ruime afstand van riolering en drainage.
  • Droogte: Op droge grond verliest hij in de zomer al vroeg zijn blad. Kies een vochtige plek of geef water.

Het jaar rond

  • Januari: Rust: de donkere, behaarde twijgen met dikke knoppen.
  • Februari: Uitdunnen of afzetten. Winterstekken nemen en poten.
  • Maart: Laatste snoeiwerk voor het broedseizoen. Planten.
  • April: Katjes en jonge blaadjes: bijen, hommels en zandbijen komen erop af.
  • Mei: Laatste katjes. Rupsen op het blad: mezen en fitissen zoeken er voedsel.
  • Juni: Wilgenpluis: het zaad waait uit. Zomerstekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Augustus: Gallen van bladwespen op het blad: onschuldig.
  • Oktober: Het blad valt en kleurt zwart. Planten.
  • November: Planten en winterstekken poten. Gevallen blad laten liggen.
  • December: Winterstekken nemen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De oude wetenschappelijke naam Salix nigricans betekent ‘zwartwordende wilg’: in een herbarium worden de geperste bladeren bijna zwart.
  • Myrsinifolia betekent ‘met bladeren zoals Myrsine’, een geslacht van groenblijvende struiken uit warmere streken.
  • Het woord salicylzuur is afgeleid van Salix: in de negentiende eeuw werd uit wilgenbast de stof salicine gehaald.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…