
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Olijffamilie (Oleaceae)
Wilde liguster
Ligustrum vulgare
De wilde liguster is onze inheemse liguster: een struik van 2–4 m met smalle, glanzende bladeren die pas in de loop van de winter afvallen. In juni–juli bloeit hij met witte, sterk geurende pluimen vol vlinders, bijen en zweefvliegen; daarna volgen glanzend zwarte, giftige bessen die tot in de winter blijven hangen voor de vogels. Hij is de waardplant van de ligusterpijlstaart. Als haag verdraagt hij zware snoei, als vrije struik past hij in elke gemengde haag.
Let op: De zwarte bessen en het blad zijn giftig: bij kinderen geven ze braken en diarree, en ook voor honden, katten, paarden en vee is liguster giftig. Geef geen knipsel aan dieren. Vogels eten de bessen zonder probleem.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–4 m
hoog
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | mei–juni, augustus–september en november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 2–4 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een wilde liguster?
- Groeivorm
- Struik van 2–4 m met dunne, opgaande takken.
- Blad
- Tegenoverstaand, lancetvormig, 3–6 cm, gaaf; valt in de loop van de winter af.
- Schors
- Grijs en glad.
- Bloem
- Witte, sterk geurende pluimen in juni–juli.
- Vrucht
- Glanzend zwarte bessen die de hele winter blijven; giftig.
- Verschil met de haagliguster
- De haagliguster heeft breder, ovaal blad dat langer blijft.
Bloei: juni–juli · Snoeien: mei–juni, augustus–september en november–maart
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Zwarte bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Haagliguster Ligustrum ovalifolium: breder, ovaal blad dat langer blijft. Verschil met haagliguster
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Inheems: bloemen voor insecten, bessen voor vogels en blad voor de rupsen van de ligusterpijlstaart.
- Een halfgroenblijvende haag die zware snoei verdraagt.
- Geurende witte bloei in juni–juli.
- Een inheems alternatief voor de vlinderstruik.
Waar staat een wilde liguster graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Liefst kalkhoudende, goed doorlatende grond, maar hij groeit op bijna elke grond; geen natte voeten.
- Als vrije struik reken je op 2–3 m breed; als haag houd je hem 50–70 cm breed.
- Geschikt voor een geschoren haag, een vrij groeiende gemengde haag of een houtkant.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 2,5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Eenstijlige meidoorn: Samen de basis van een inheemse gemengde haag, vol bloesem en bessen.
- Hondsroos: Rozen en rozenbottels in de haag; beide houden van kalk en zon.
- Gele kornoelje: Gele bloei in februari in dezelfde kalkminnende haag.
- Wilde kardinaalsmuts: Roze vruchten en rode herfstkleur naast de zwarte ligusterbessen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Samen een gemengde inheemse haag, goed voor vogels en insecten: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos, rode kornoelje, gelderse roos, spaanse aak, haagbeuk
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een wilde liguster?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- Voor een haag: 3–4 planten per meter in één rij, of 5 per meter in twee rijen in zigzag.
- Zet de planten even diep als ze stonden en druk de grond goed aan.
- Knip na het planten alle scheuten met de helft terug: zo vertakt de haag vanaf de voet.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna nauwelijks nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; wat compost in het voorjaar bij een haag die vaak geknipt wordt.
- Jonge haag opbouwen
- Knip de eerste jaren twee keer per jaar en laat de haag telkens maar 10–20 cm hoger worden; houd de top iets smaller dan de voet.
- Bloemen en bessen
- Een strak geknipte haag bloeit weinig. Laat een deel van de haag of een paar struiken vrij groeien, voor bloemen en bessen.
Tip: Wil je een haag die in de winter langer groen blijft? Kies het ras ‘Atrovirens’: een wilde liguster die zijn blad langer houdt.
Wanneer snoei je een wilde liguster?
Snoeimaanden: mei–juni, augustus–september en november–maart.
Wanneer: Een haag knip je in mei–juni en eind augustus; een vrij groeiende struik dun je in de winter uit.
Hoe:
- Verdraagt zware snoei: een kale, oude haag mag je in de winter stevig terugzetten, ze loopt weer uit.
- Knip een haag met een iets smallere top dan voet en span een koord voor een rechte lijn.
- Zaag bij een vrije struik om de paar jaar enkele van de oudste takken aan de grond weg.
Let op: Kijk vóór de knipbeurt in mei–juni of er geen vogels in de haag broeden; vrije struiken dun je uit vóór half maart.
Vermeerderen
- Winterstekken
- Steek in de winter stukken van 20 cm van eenjarige twijgen voor twee derde in de grond; ze wortelen heel makkelijk.
- Zaaien
- Zaai de pitten uit rijpe bessen in de herfst buiten; ze kiemen traag.
Hoe komt een wilde liguster de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Het blad valt in de loop van de winter af; in zachte winters blijft een deel hangen.
- De zwarte bessen blijven de hele winter hangen, als voedsel voor lijsters en merels.
Ziektes en plagen
- Kale voet: Een haag die bovenaan breder is dan onderaan, wordt onderaan kaal. Knip een trapeziumvorm, of zet een oude haag in de winter stevig terug.
- Grote groene rups: In de zomer vreet een dikke groene rups met paarse en witte schuine strepen en een hoorntje achteraan aan het blad: de ligusterpijlstaart. Laat hem gerust, de struik lijdt er niet onder.
- Bladluis en trips: Gekrulde of zilvergrijs gespikkelde bladeren in de zomer; meestal onschuldig.
Het jaar rond
- Januari: Vrije struiken uitdunnen; bessen voor de vogels.
- Februari: Wintersnoei van vrije struiken; planten.
- Maart: Laatste wintersnoei vóór half maart; laatste maand voor wortelgoed.
- Mei: Eerste knipbeurt van de haag, eind mei; let op nesten.
- Juni: De haag knippen als het in mei niet lukte; vrije struiken beginnen te bloeien.
- Juli: Bloei: geurende pluimen vol vlinders; rupsen van de ligusterpijlstaart.
- Augustus: Tweede knipbeurt, vanaf eind augustus.
- September: Laatste knipbeurt van de haag; zwarte bessen.
- November: Planten, winterstekken nemen en vrije struiken uitdunnen.
- December: Wintersnoei van vrije struiken.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Inheemse, halfgroenblijvende haag.
- Voor de natuur
- Waardplant van de ligusterpijlstaart; bessen voor vogels.
Let op: De bessen zijn giftig.
Goed voor dieren
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Zweefvliegen
- Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Waardplant van de ligusterpijlstaart, een van onze grootste nachtvlinders.
- De geurende bloemen trekken zoveel vlinders dat de wilde liguster een volwaardig inheems alternatief is voor de vlinderstruik.
- De meeste ligusterhagen in tuinen zijn geen wilde liguster, maar de ovaalbladige liguster (Ligustrum ovalifolium) uit Japan, met bredere bladeren die langer aan de struik blijven.
- De Romeinse dichter Vergilius noemde de liguster al: ‘alba ligustra cadunt’, de witte ligusterbloemen vallen af, als beeld van vergankelijke schoonheid.