
Foto: Rasbak at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldstruik · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Sierjeneverbes
Juniperus · ook: Chinese jeneverbes, Sabina, Pfitzer-jeneverbes
Sierjeneverbes is de verzamelnaam voor de vele gekweekte jeneverbessen in onze tuinen: van kruipende bodembedekkers en breed uitgroeiende struiken tot smalle zuilen, 0,5–5 m hoog. Ze dragen stekelige naaldjes, schubvormige blaadjes of allebei, vaak blauwgrijs en harsig geurend. Ze zijn sterk, groenblijvend en houden van zon en droogte: ideaal voor een talud, rotstuin of grindtuin. Eén nadeel: veel sierjeneverbessen zijn tussengastheer van perenroest. Staat er bij jou of bij de buren een perenboom, kies dan een andere conifeer.
Let op: Tussengastheer van perenroest: plant hem niet in de buurt van perenbomen. De schimmel heeft beide nodig; zonder jeneverbes in de buurt blijven de peren gezond.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
0,5–5 m
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,5–5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een sierjeneverbes?
- Groeivorm
- Sierconifeer van 0,5–5 m: kruipend, breed uitgroeiend of zuilvormig.
- Blad
- Jonge twijgen met stekelige naaldjes, oudere met schubvormige blaadjes; vaak blauwgrijs en harsig geurend.
- Schors
- Roodbruin, in repen afschilferend.
- Vrucht
- Kleine blauwe, berijpte bessenkegels.
- Verschil met de jeneverbes
- De inheemse jeneverbes heeft alleen stekelige naalden, per drie.
- Verschil met de levensboom
- De levensboom heeft alleen platte schubtwijgjes.
Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Stekende naalden · Schubjes in plaats van naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Jeneverbes Juniperus communis: alleen stekelige naalden per drie. Verschil met jeneverbes
- Levensboom Thuja: alleen platte schubtwijgjes. Verschil met levensboom
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend en in alle vormen: kruipend, breed of zuilvormig.
- Verdraagt droogte, wind en arme grond; ideaal voor een zonnig talud of een grindtuin.
- Blauwgrijs, groen of geel naaldwerk geeft het hele jaar kleur en structuur.
- Kruipende vormen houden onkruid tegen en vragen bijna geen onderhoud.
Waar staat een sierjeneverbes graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij ijl en vanbinnen kaal.
- Elke goed doorlatende grond, ook arm en droog; geen natte voeten.
- Reken op 1–3 m breed, afhankelijk van het ras: lees het etiket goed.
- Niet in de buurt van perenbomen: de sporen van perenroest waaien een paar honderd meter ver.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 5 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Struikhei: Paarse bloei in de nazomer tussen het grijsgroene naaldwerk, voor een zonnige, zure plek.
- Echte lavendel: Geurige, paarse zomerbloei voor dezelfde zonnige, droge plek.
- Geel zonneroosje: Een laag, bloeiend dwergstruikje voor de rand van een talud of grindtuin.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
- Krijgt perenroest via deze plant: peer, wilde peer
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een sierjeneverbes?
- Plant uit pot in het voorjaar (april–mei) of in de vroege herfst (september–oktober).
- Graaf een ruim plantgat en meng zware grond met wat grof zand of grind, voor een betere afwatering.
- Zet de kluit even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Geef na het planten flink water, en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna kan hij bijna overal zonder.
- Bemesten
- Zelden nodig; op heel arme grond wat compost in het voorjaar.
- Uitkammen
- Dode, bruine naaldjes in het binnenste van de struik zijn normaal: schud of kam ze eruit, dan blijft de struik luchtig.
- Perenroest
- Kijk in april–mei naar verdikte twijgen met oranje, geleiachtige uitsteeksels en knip ze weg.
Tip: Kies het ras op zijn eindmaat: een kruipende jeneverbes wordt vaak 2–3 m breed, ook al is hij in de pot klein.
Wanneer snoei je een sierjeneverbes?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: In mei–juni of in de nazomer.
Hoe:
- Knip alleen in het groene deel; in oud, kaal hout loopt een jeneverbes niet meer uit.
- Haal te lange of storende takken weg vanuit het binnenste van de struik, zodat hij er natuurlijk blijft uitzien.
- Een kruipende vorm hou je in toom door de langste takken onder de andere weg te knippen.
Let op: Scheer een jeneverbes niet als een haag: wat kaal wordt, groeit niet meer dicht.
Vermeerderen
- Stekken
- Trek in augustus–september een zijtakje met een hieltje van de tak en steek het in zanderige stekgrond, koel en vochtig; het wortelt traag.
- Afleggen
- Kruipende vormen wortelen vaak vanzelf waar een tak de grond raakt: steek dat stuk in het voorjaar los en plant het apart.
Hoe komt een sierjeneverbes de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; sommige rassen kleuren in de winter paars of brons.
- Zware sneeuw kan zuilvormen openbuigen: schud de sneeuw eraf of bind de takken losjes samen met een zacht koord.
Ziektes en plagen
- Perenroest: Oranje, geleiachtige uitsteeksels op verdikte twijgen in het voorjaar; op perenbladeren later oranje vlekken. Knip de aangetaste twijgen weg en plant niet bij perenbomen.
- Wortelrot: Op natte grond verkleurt de struik grijsbruin en sterft hij af. Plant op een goed doorlatende plek.
- Spint: In hete, droge zomers verkleurt het naaldwerk grijs of bruin, met fijne webjes. Spuit de struik af met water en geef water bij droogte.
- Bruine plekken: Bij kruipende vormen vaak door hondenplas of een laag nat blad. Knip dode delen weg; ze groeien niet terug.
Het jaar rond
- April: Planten; verdikte twijgen met perenroest wegknippen.
- Mei: Snoeien in het groene deel.
- Juni: Snoei afronden; let op spint bij droogte.
- Juli: Water geven bij lange droogte, vooral aan jonge planten.
- Augustus: Snoeien in de nazomer; stekken.
- September: Laatste snoeimaand; planten kan weer.
- December: Sneeuw van zuilvormen schudden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Bodembedekker of lage sierconifeer voor zonnige, droge plekken.
Let op: Tussengastheer van perenroest: plant hem niet in de buurt van perenbomen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Veel sierjeneverbessen zijn tussengastheer van perenroest: de schimmel die oranje vlekken op perenbladeren geeft.
- De ‘bessen’ zijn eigenlijk kleine kegels met vergroeide, vlezige schubben.
- Veel sierjeneverbessen dragen tegelijk jeugdblad (naaldjes) en volwassen blad (schubjes); sommige rassen blijven hun hele leven in de jeugdvorm.
- De Pfitzer-jeneverbes is een kruising van de Chinese jeneverbes en de sabina, genoemd naar de Duitse boomkweker Wilhelm Pfitzer uit Stuttgart.
- De Chinese jeneverbes is een van de klassieke soorten voor bonsai, in Japan en China al eeuwenlang.