
Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Peer
Pyrus communis · ook: Perelaar
De peer is na de appel de bekendste fruitboom van onze tuinen. In april bloeit hij met witte bloemen met rode helmknoppen, iets vroeger dan de appel. Van augustus tot oktober oogst je, naargelang het ras, hand- of stoofperen. Op een zaailingonderstam groeit hij uit tot een hoogstam van 15 m; op kweepeer blijft hij klein genoeg voor elke tuin, ook als leiboom tegen een zonnige muur. De meeste rassen hebben een tweede perenras in de buurt nodig voor de bestuiving.
Let op: Gevoelig voor bacterievuur en perenroest: zet geen sierjeneverbes in de buurt, en geen waardplanten van bacterievuur, zoals meidoorn, cotoneaster, vuurdoorn of krentenboompje, vlak naast de boom. De meeste rassen hebben een bestuiver nodig. Niet bij een notelaar: de peer is gevoelig voor juglon.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
4–15 m
hoog
Bloei
april
| Snoeimaanden | juli–augustus en december–maart |
|---|---|
| Hoogte | 4–15 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een peer?
- Groeivorm
- Fruitboom van 4–15 m met steil opgaande takken en een smalle, hoge kroon; als laagstam, halfstam, hoogstam of leiboom.
- Blad
- Verspreid, rond tot eivormig met spitse top, 3–8 cm, fijn gekarteld en glanzend; lange bladsteel.
- Schors
- Donkergrijs, in kleine vierkante blokjes gebarsten.
- Bloem
- Witte bloemen met rode helmknoppen in april, iets vroeger dan de appel.
- Vrucht
- Peren, rijp van augustus tot oktober naargelang het ras.
- Verschil met de appel
- De appel heeft viltig blad en roze bloemknoppen.
Bloei: april · Oogst en vruchten: augustus–oktober · Snoeien: juli–augustus en december–maart
Herkennen per kenmerk: Witte bloesem
Lijkt op, maar is het niet
- Appel Malus: viltig blad en roze knoppen. Verschil met appel
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Eigen handperen en stoofperen, van augustus tot in de winter.
- Vroege bloesem in april voor bijen.
- Een vorm voor elke tuin: leiboom, laagstam, halfstam of hoogstam.
- Een hoogstamperelaar wordt oud en is thuis voor vogels, vleermuizen en insecten.
Waar staat een peer graag?
- Volle zon en warmte: een peer heeft meer warmte nodig dan een appel; een zonnige muur is ideaal voor een leiboom.
- Diepe, vruchtbare grond die vocht vasthoudt maar goed doorlaat; op een kweepeeronderstam geen droge zandgrond of kalkrijke grond.
- Beschut tegen koude wind: de vroege bloesem is gevoelig voor nachtvorst.
- Ruimte: een laagstam of leiboom 3–4 m, een hoogstam 8 m of meer. Niet bij een notelaar of een sierjeneverbes.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Een tweede perenras: Nodig voor de bestuiving: kies een ras dat tegelijk bloeit en zet het binnen 50 m.
- Goudsbloem: Bloeit lang onder de boom en lokt zweefvliegen, die bladluizen eten.
- Smeerwortel: Bloeit voor hommels, en het afgesneden blad is een kaliumrijke mulch onder de boom.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Een tweede perenras binnen 50 m, voor de bestuiving: peer
Liever niet bij
- De notelaar scheidt juglon af, waar deze plant gevoelig voor is: okkernoot
- Geeft perenroest (tussengastheer): sierjeneverbes
- Kan bacterievuur doorgeven (niet vlak naast fruitbomen): wilde lijsterbes, eenstijlige meidoorn, zweedse lijsterbes, meelbes, mispel, kweepeer, vuurdoorn, glansmispel
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een peer?
- Plant van november tot maart; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Kies de onderstam bij je ruimte: kweepeer (zoals Kwee MC of Kwee MA) voor een laagstam of leiboom, een zaailing van de peer voor een hoogstam.
- Sommige rassen groeien slecht op kweepeer en krijgen een tussenstam: vraag ernaar bij de kweker.
- Zet de entplaats een handbreed boven de grond, en zet een stevige paal aan de windkant.
- Plant binnen 50 m een tweede perenras dat tegelijk bloeit, of kies een ras dat deels zelfbestuivend is, zoals ‘Conference’.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, en later in droge zomers als de peren groeien.
- Bemesten
- In maart wat compost of gedroogde koemest onder de kroon.
- Dunnen
- Draagt de boom heel veel, laat dan in juni 1–2 peertjes per tros hangen.
- Oogsten
- Pluk handperen als ze bij het optillen makkelijk loskomen, en laat ze binnen narijpen.
- Bewaren
- Bewaar- en stoofperen op een koele, vorstvrije plek; kijk ze geregeld na.
Tip: Pluk handperen net voor ze rijp zijn en laat ze binnen narijpen: aan de boom worden ze vanbinnen snel melig of bruin.
Wanneer snoei je een peer?
Snoeimaanden: juli–augustus en december–maart.
Wanneer: In de winter (december–maart) en eventueel zomersnoei in juli–augustus.
Hoe:
- Zoals bij de appel: houd de kroon open en haal waterloten, kruisende en naar binnen groeiende takken weg.
- Peren groeien steil: buig jonge takken iets naar beneden of bind ze schuin op, dan zetten ze sneller bloemknoppen.
- Spaar de korte vruchttakjes; oude, dichte trossen vruchttakjes mag je uitdunnen.
- Bij een leiboom: knip in juli–augustus de nieuwe zijscheuten in tot 3 bladeren.
Let op: Snoei niet bij vorst. Knip takken met bacterievuur bij droog weer ruim weg, tot een flink stuk in het gezonde hout, en ontsmet je snoeischaar na elke snede.
Vermeerderen
- Enten
- Een ras vermeerder je door in de winter een twijg (ent) op een onderstam te zetten, of door in de zomer een knop te oculeren.
- Zaaien
- Een perenpit geeft een nieuwe, onvoorspelbare peer, niet hetzelfde ras; de zaailing kan wel dienen als onderstam voor een hoogstam.
Hoe komt een peer de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; enkel de vroege bloesem in april is gevoelig voor nachtvorst.
- Haal in de winter verdroogde peren (mummies) uit de boom en ruim afgevallen blad op: daar overwinteren monilia en schurft.
Ziektes en plagen
- Bacterievuur: Bloesem en scheuten verwelken en worden bruinzwart, als verbrand; de toppen krullen om als een herdersstaf. Knip ze bij droog weer ruim weg tot in gezond hout.
- Perenroest: Oranje vlekken op het blad in de zomer, met wratjes aan de onderkant. De schimmel overwintert op sierjeneverbes: plant die niet in de buurt.
- Schurft: Donkere vlekken op blad en peren, soms met barsten. Ruim het afgevallen blad op en kies een minder gevoelig ras.
- Perengalmug: Jonge peertjes zwellen in mei op, worden zwart en vallen af. Pluk ze en gooi ze weg vóór ze vallen.
- Perenbladvlo: Kleverige honingdauw en zwarte roetdauw op blad en peren. Roofwantsen en oorwormen zijn natuurlijke vijanden: spuit niet.
Het jaar rond
- Januari: Wintersnoei bij zacht weer; mummies uit de boom halen.
- Februari: Wintersnoei en enten.
- Maart: Laatste wintersnoei; compost onder de kroon.
- April: Bloei: let op nachtvorst en bacterievuur.
- Mei: Opgezwollen, zwarte peertjes (perengalmug) wegplukken.
- Juni: Peertjes dunnen.
- Juli: Zomersnoei; de eerste zomerperen.
- Augustus: Zomersnoei; zomerperen plukken.
- September: Handperen plukken en binnen laten narijpen.
- Oktober: Bewaar- en stoofperen oogsten.
- November: Afgevallen blad opruimen; planten.
- December: De wintersnoei kan beginnen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Handperen en stoofperen; hoogstammen voor sap en siroop.
- Voor de natuur
- Vroege bloesem voor bijen.
Let op: Waardplant van bacterievuur en gevoelig voor perenroest (sierjeneverbes). De meeste rassen hebben een bestuiver nodig.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (augustus–oktober)
- Peren pluk je vóór ze rijp zijn: als ze met een lichte draai loskomen en de pitten bruin beginnen te kleuren. Laat ze binnen narijpen tot het vruchtvlees bij de steel wat meegeeft; aan de boom worden ze melig. Handperen eet je vers; stoofperen zoals Saint-Remy en Gieser Wildeman blijven hard en worden pas lekker als ze lang gestoofd zijn. Ook voor sap, stroop en gedroogde peren.
- Bewaring
- Handperen een paar weken koel bewaren en een paar dagen voor gebruik op kamertemperatuur laten narijpen. Stoofperen blijven op een koele, vorstvrije plek tot diep in de winter goed. Gestoofde peren kan je in potten steriliseren of invriezen.
- Fermenteren
- Van perensap maakt men, net als cider van appels, perencider (in het Frans poiré).
Let op: Kraak of maal de pitten niet. Rauwe peren kunnen, net als appels, jeuk in de mond geven bij mensen met een berkenpollenallergie. Verwerk geen rotte of beschimmelde peren tot sap of stroop.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Stoofperen (Compote · 6 personen · 15 min + 2–3 uur stoven)
- Peren-appelstroop (Andere · ± 2 potten van 370 ml · 1,5 uur + 3–5 uur inkoken)
- Perencake met walnoot en kaneel (Gerecht · 1 cake van 25 cm (10 sneden) · 20 min + 1 uur bakken)
- Gedroogde perenschijfjes (Gedroogd · ± 150 g gedroogde peren · 20 min + 6–10 uur drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Oranje vlekken op het blad zijn perenroest: een schimmel die ook op sierjeneverbessen leeft.
- In de 18de en 19de eeuw was België een centrum van de perenveredeling: kwekers als Nicolas Hardenpont en Jean-Baptiste Van Mons wonnen tientallen nieuwe rassen.
- Perenhout is hard, fijn en roodachtig: geliefd voor houtsnijwerk, meubels en muziekinstrumenten.
- In de 18e en 19e eeuw was België een centrum van perenveredeling: onder meer de Leuvense hoogleraar Jean-Baptiste Van Mons kweekte tal van nieuwe rassen.
- Het licht korrelige gevoel van sommige peren komt van steencellen: kleine groepjes cellen met harde, verhoute wanden in het vruchtvlees.