
Foto: MPF at English Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldboom · Cipresfamilie (Cupressaceae)
Levensboom
Thuja · ook: Reuzenlevensboom, Westerse levensboom, Thuja
De levensboom of thuja is een wintergroene conifeer uit Noord-Amerika met platte, varenachtige twijgjes vol geurige schubbladeren. Vrijstaand wordt hij 10–20 m hoog (de reuzenlevensboom zelfs tot 40 m), maar in onze tuinen staat hij vooral als haag of windscherm: hij groeit snel, is goedkoop en geeft het hele jaar privacy. Voor insecten levert een thujahaag weinig op, al nestelen vogels er graag in. Knip hem elk jaar, want in het bruine, kale hout loopt hij niet meer uit. Het blad is giftig bij opeten, ook voor vee.
Let op: Het blad bevat thujon en is giftig bij opeten, ook voor vee: gooi snoeiafval nooit in een weide en houd het weg van paarden, koeien, schapen, konijnen en cavia’s. Bij sommige mensen irriteert het sap de huid: draag handschoenen bij het snoeien.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–20 m (reuzenlevensboom tot 40 m)
hoog
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 10–20 m (reuzenlevensboom tot 40 m) |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
Herkennen
Hoe herken je een levensboom?
- Groeivorm
- Wintergroene conifeer van 10–20 m met een smalle, kegelvormige kroon en een rechtopstaande top; als haag meestal 1,5–3 m.
- Blad
- Schubvormige blaadjes die dicht tegen elkaar liggen, in platte, varenachtige twijgjes. Gekneusd ruiken ze fruitig (reuzenlevensboom: naar ananas; westerse levensboom: naar appel).
- Schors
- Roodbruin, in lange vezelige repen.
- Kegels
- Eivormige kegeltjes van 1–1,5 cm met overlappende schubben die als een bloempje openen.
- Soorten
- In tuinen vooral de Westerse levensboom (Thuja occidentalis, met rassen als ‘Smaragd’ en ‘Brabant’) en de reuzenlevensboom (Thuja plicata).
- Verschil met de Californische cipres
- De Californische cipres heeft ronde kegeltjes als een voetbal en een overhangende top.
Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Schubjes in plaats van naalden
Lijkt op, maar is het niet
- Californische cipres Chamaecyparis lawsoniana: ronde kegeltjes als een voetbal en een overhangende top. Verschil met Californische cipres
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een snelle, dichte haag of windscherm die het hele jaar groen blijft.
- Een geknipte haag blijft smal en neemt weinig plaats in.
- Groeit op bijna elke grond, in zon of halfschaduw.
- Merels, zanglijsters en groenlingen nestelen graag in een dichte thujahaag.
Waar staat een levensboom graag?
- Zon tot halfschaduw; in diepe schaduw wordt een haag ijl.
- Bijna elke grond die niet te droog en niet drassig is; in natte grond rotten de wortels.
- Ondiepe wortels: in droge zomers heeft een haag het snel moeilijk, zeker op zand.
- Als haag past hij in elke tuin; een vrijstaande boom wordt 4 m breed of meer.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 15 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hortensia: Grote bloemschermen in de zomer, mooi voor een groene haag in de halfschaduw.
- Echte lavendel: Zilvergrijs en paars voor een donkergroene haag op een zonnige plek; bijen komen erop af.
- Japanse esdoorn: Fijn, rood of oranje blad dat opvalt tegen een donkere haag.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een levensboom?
- Plant met kluit of uit pot in september–oktober of in maart–april.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter, naargelang de maat.
- Graaf een ruime sleuf, meng compost door de grond en zet de planten even diep als ze stonden.
- Geef meteen ruim water en het eerste jaar elke week bij droogte; een laag mulch houdt de grond vochtig.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar regelmatig bij droogte; ook later in lange droge zomers, want de wortels zitten ondiep.
- Bemesten
- In maart–april wat compost of organische mest langs de haag.
- Mulch
- Een laag houtsnippers of bladcompost aan de voet houdt de grond koel en vochtig.
- Binnenkant
- In de herfst kleuren de oudste schubbladeren binnenin bruin en vallen ze af: dat is normaal.
Tip: Wil je een haag die ook iets voor de natuur doet? Plant een gemengde haag van inheemse soorten, of zet voor de thuja een rij bloeiende en besdragende struiken.
Wanneer snoei je een levensboom?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: Een haag knip je in mei–juni en eind augustus. Niet later dan half september, zodat de nieuwe groei nog afhardt.
Hoe:
- Knip alleen in het groene deel. Kale, bruine plekken groeien niet meer dicht.
- Knip de haag aan de top iets smaller dan onderaan, zodat de onderkant licht krijgt en groen blijft.
- Houd de haag vanaf het begin op hoogte: knip de top in zodra hij de gewenste hoogte haalt. Een te hoge haag krijg je later moeilijk lager.
Let op: Knip niet bij felle zon of droogte, en kijk eerst of er geen vogels in de haag broeden.
Vermeerderen
- Stekken
- Trek in augustus–september een zijtakje van 10–15 cm met een hieltje van de tak en laat het wortelen in stekgrond onder glas of in een koude bak.
Hoe komt een levensboom de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De Westerse levensboom kleurt in de winter vaak bruinig en wordt in het voorjaar weer groen.
- Schud natte sneeuw van de haag: anders buigen de takken uit elkaar.
Ziektes en plagen
- Droogte: Bruine plekken en kale stukken na een droge zomer, vooral op zand. Geef jonge hagen water en mulch de grond; dode stukken groeien niet meer dicht.
- Wortelrot: Op natte grond verkleuren planten bruin en sterven ze af (Phytophthora). Vervang ze pas als de afwatering verbeterd is.
- Thujamineermot: Bruine twijgtopjes met kleine gaatjes in het voorjaar: rupsjes die in de schubbladeren vreten. Knip de bruine topjes weg; een gezonde haag groeit erover.
- Hondenplas en strooizout: Bruine plekken aan de voet van een haag langs de straat. Spoel met veel water, en plant een nieuwe haag liever wat verder van de stoep.
Het jaar rond
- Maart: Planten (maart–april); compost langs de haag.
- April: Jonge hagen water geven bij een droog voorjaar.
- Mei: Eerste knipbeurt (mei–juni), als er geen vogels meer broeden.
- Juni: Knippen kan nog; water bij droogte.
- Juli: Water geven in lange droge periodes.
- Augustus: Tweede knipbeurt eind augustus; stekken nemen.
- September: Uiterlijk half september de laatste knipbeurt; plantseizoen begint.
- Oktober: Binnenin vallen bruine schubbladeren: dat is normaal.
- December: Natte sneeuw van de haag schudden.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Veel gebruikte haagplant en windscherm.
- Hout
- Het rotbestendige hout van de reuzenlevensboom (‘red cedar’) dient voor gevels en dakspanen.
Let op: Het blad bevat thujon en is giftig bij opeten, ook voor vee.
Goed voor dieren
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Zeer populair als haag. De Westerse levensboom kleurt in de winter vaak bruinig.
- Het rotbestendige hout van de reuzenlevensboom (‘red cedar’) dient voor gevels en dakspanen.
- Wrijf een twijgje tussen je vingers: de reuzenlevensboom ruikt naar ananas, de westerse levensboom naar appel.
- De naam levensboom zou teruggaan op Jacques Cartier: in de winter van 1535–1536 genas zijn bemanning in Canada van scheurbuik met een aftreksel dat de inheemse bevolking hen leerde, vermoedelijk van deze boom.
- Van de reuzenlevensboom maken de inheemse volken van de Noord-Amerikaanse westkust van oudsher hun totempalen en kano’s.