Bomen · vraag 10
Welke beschrijving past het best?
- Golvend; jong blad met zijdeachtige haartjes langs de rand: Lange, spitse knoppen; gladde zilvergrijze stam.
- Groot (10–20 cm); grote tulpvormige bloemen vóór het blad: Struik of boompje in tuinen; dikke, behaarde bloemknoppen in de winter.
- Rond tot niervormig en blauwgroen; roze bloempjes op de kale takken: Ook op de stam; platte peulen in de winter.
- Ovaal met een witviltige onderkant; grote, gele, donzige vruchten: Kleine fruitboom met lichtroze bloemen in mei.
- Lancetvormig en zacht behaard (8–15 cm); bruine vruchten met een open kroon: Kleine, kronkelige boom; grote witte bloemen eind mei.