Alpenvrouwenmantel (Alchemilla alpina)

Foto: Rémih, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Rosaceae

Alpenvrouwenmantel

Alchemilla alpina

In andere talen: Alchémille des Alpes (Français) · Alpine lady’s mantle (English)

De alpenvrouwenmantel groeit in het wild in de bergen van Europa, van de Pyreneeën en de Alpen tot in Scandinavië en Schotland. Het is een lage, kruipende vaste plant van amper 15 cm hoog, met kleine, handvormige blaadjes die diep ingesneden zijn in vijf tot zeven smalle slippen. De bovenkant is donkergroen, de onderkant zilverig en zijdeachtig behaard, waardoor elk blaadje een fijn zilveren randje lijkt te hebben. Van juni tot augustus verschijnen kleine geelgroene bloempjes in losse trosjes. Tuiniers gebruiken hem graag in de rotstuin, tussen stenen of als fijne bodembedekker.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en augustus
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een alpenvrouwenmantel?

Groeivorm
Lage, kruipende mat van 10–15 cm hoog en tot 40 cm breed, op verhoute, kruipende wortelstokken.
Blad
Klein en handvormig, 2–4 cm, tot bijna aan de voet ingesneden in 5–7 slippen; bovenzijde donkergroen, onderzijde zilverig behaard.
Kleur
Het zilver van de onderkant loopt tot over de bladrand, zodat elk blaadje zilver omrand lijkt.
Bloem
Kleine geelgroene bloempjes zonder kroonbladeren, in losse trosjes net boven het blad, van juni tot augustus.
Wortels
Kruipende wortelstokjes die verder wortelen; de plant breidt zich rustig uit, zonder te woekeren.

Bloei: juni–augustus · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Fijn, zilver omrand blad dat van het voorjaar tot de herfst mooi blijft.
  • Vormt langzaam een dichte, lage mat die onkruid onderdrukt.
  • Verdraagt arme grond en een droge periode, zolang de grond goed draineert.
  • Ideaal in de rotstuin, tussen tegels, op een muurtje of vooraan in de border.
  • Volledig winterhard en weinig vatbaar voor ziekten.

Waar staat een alpenvrouwenmantel graag?

  • Zon of halfschaduw; een open, lichte plek is ideaal.
  • Zandige of lemige grond die goed draineert; zuur, neutraal of kalkrijk is allemaal goed.
  • Liever droog dan nat: natte voeten in de winter verdraagt hij slecht.
  • Plant op 30–35 cm van elkaar, zo’n 9–11 planten per m², voor een gesloten mat.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Droog of normaal
Grootte
0,15 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Huislook: Ook een plant voor droge, stenige plekken, met strakke rozetten naast het fijne blad.
  • Tijm: Geurige, lage kussens die in de zomer bloeien en bijen lokken.
  • Grasanjer: Grijsblauw blad en roze bloemen, mooi naast het zilver.
  • Vetkruid: Laag en droogtebestendig, met bloemen in de zomer en nazomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een alpenvrouwenmantel?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober.
  2. Werk op zware grond grof zand of fijn grind door de bovenlaag, zodat het water vlot wegloopt.
  3. Zet de plant even diep als in de pot, niet dieper, anders kan het hart rotten.
  4. Hou 30–35 cm tussen de planten.
  5. Giet goed aan en hou de grond de eerste weken licht vochtig.
  6. Leg een laagje fijn grind rond de plant: dat houdt het blad droog en schoon.

Verzorgen

Water
Na het aanslaan zelden nodig; enkel bij lange droogte in de zomer.
Bemesten
Niet nodig. Op te rijke grond groeit hij losser en minder compact.
Wieden
Hou de mat de eerste twee jaar vrij van gras en onkruid, tot hij gesloten is.
Uitgebloeide bloemen
Knip de bloemtrosjes na de bloei weg: de plant blijft netter en zaait minder uit.
Opruimen
Haal in maart oude, bruine bladeren uit de mat.

Tip: Leg een laagje grind rond de plant: dat houdt het hart droog, voorkomt rot en laat het zilveren blad mooi uitkomen.

Wanneer snoei je een alpenvrouwenmantel?

Snoeimaanden: maart en augustus.

Wanneer: Echt snoeien is niet nodig. Knip in augustus de uitgebloeide bloemstengels weg en ruim in maart het oude blad op.

Hoe:

  • Knip de bloemstengels na de bloei net boven het blad af.
  • Ziet de mat er slordig uit, knip hem dan na de bloei licht bij; er komt snel vers blad.
  • Kam in maart met je vingers of een handhark de dode bladeren uit de mat.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In maart–april of in september: steek stukjes met wortels van de rand van de mat af en plant ze meteen terug.
Zaaien
Zaai in de herfst in een bakje en laat het buiten overwinteren: de kou helpt het zaad kiemen. Zaailingen die vanzelf opkomen, kun je ook verplanten.

Hoe komt een alpenvrouwenmantel de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: geen bescherming nodig.
  • Natte grond is in de winter gevaarlijker dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
  • Haal afgevallen bladeren van bomen van de mat, anders kan hij eronder rotten.
  • In een pot of trog: gebruik een doorlatend mengsel en zet de pot op potvoetjes.

Ziektes en plagen

  • Rot: Het hart wordt bruin en papperig op natte, zware grond. Verplant naar een drogere plek en meng grind door de grond.
  • Onkruid in de mat: Grassen en onkruid groeien makkelijk tussen de stengels. Wied regelmatig, vooral de eerste twee jaar.
  • Kaal hart: Oudere matten worden in het midden kaal. Scheur ze en plant de jonge stukken van de rand terug.
  • Verdroogd blad: In een hete, droge zomer kan het blad bruin worden. Geef dan een paar keer flink water; de plant herstelt meestal snel.

Het jaar rond

  • Maart: Oud blad uit de mat halen. Planten of scheuren.
  • April: Planten. Onkruid wieden.
  • Mei: Nieuw blad. Onkruid tussen de mat wegnemen.
  • Juni: Begin van de bloei.
  • Juli: Bloei. Enkel water geven bij lange droogte.
  • Augustus: Uitgebloeide bloemstengels wegknippen.
  • September: Scheuren en planten.
  • Oktober: Planten. Gevallen bladeren van de mat halen.
  • November: Gevallen bladeren van de mat halen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Vrouwenmantels vormen zaad zonder bestuiving: de zaailingen zijn klonen van de moederplant.
  • De naam Alchemilla verwijst naar de alchemisten, die volgens de overlevering de druppels op het blad verzamelden.
  • In de handel wordt vaak de wat grotere Alchemilla conjuncta als alpenvrouwenmantel verkocht.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…