
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruid · Apiaceae
Grote engelwortel
Angelica archangelica
In andere talen: Angélique officinale (Français) · Garden angelica (English)
De grote engelwortel is een statig kruid uit de schermbloemenfamilie, afkomstig uit Noord-Europa, van Scandinavië en IJsland tot Groenland, en uit delen van Noord-Azië. Het eerste jaar vormt hij een grote pol met diep ingesneden, frisgroene bladeren; het tweede of derde jaar schiet hij door tot een holle, gegroefde bloemstengel van 1,5–2 m met grote, bolronde schermen geelgroene bloempjes. De hele plant ruikt kruidig en zoet. Na de bloei en de zaadvorming sterft hij af, maar hij zaait zich makkelijk uit. Al eeuwenlang worden de jonge stengels gekonfijt en worden zaad en wortel gebruikt om likeuren en gin op smaak te brengen.
Let op: Het sap bevat stoffen die de huid in combinatie met zonlicht kunnen doen ontsteken, met rode vlekken of blaren. Draag handschoenen en lange mouwen bij het oogsten en snoeien. Pluk nooit wilde schermbloemen om te eten: sommige, zoals gevlekte scheerling, zijn zeer giftig en lijken er sterk op.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
2 m
hoog, 1 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | juli–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een grote engelwortel?
- Groeivorm
- Tweejarige of kortlevende plant: het eerste jaar een bladrozet, daarna een holle bloemstengel tot ongeveer 2 m hoog en 1 m breed.
- Blad
- Groot, twee- tot driemaal geveerd, met gezaagde deelblaadjes; de bladstelen omvatten de stengel met een opgeblazen schede.
- Bloem
- Kleine, geelgroene bloempjes in grote, bolronde schermen, in juni–juli.
- Vrucht
- Platte, gerande zaden die in de nazomer rijpen; ze verliezen snel hun kiemkracht.
- Geur
- Alle delen ruiken kruidig en zoetig, vooral als je ze kneust.
- Wortels
- Een dikke, vlezige penwortel.
Bloei: juni–juli · Oogst en vruchten: mei–juni en augustus–september · Zaaien: augustus–september · Planten: april–mei en september · Snoeien: juli–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een architecturale reus met bolronde schermen: een blikvanger in de border of de kruidentuin.
- De bloemen trekken in juni–juli bijen, zweefvliegen en andere insecten aan.
- De hele plant ruikt aangenaam kruidig.
- Eetbaar: de jonge stengels worden gekonfijt en het blad gebruik je als kruid.
- Een goede keuze voor vochtige plekken, ook aan de rand van een vijver.
Waar staat een grote engelwortel graag?
- Zon of halfschaduw; in de halfschaduw blijft de grond langer vochtig.
- Diepe, humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Vochtig tot nat: aan een vijverrand of in een vochtige border voelt hij zich thuis. Droge grond verdraagt hij slecht.
- Beschut tegen harde wind, die de hoge stengels kan knakken.
- Reken op ongeveer 1 m ruimte per plant.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 2 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Rabarber: Even groot blad en dezelfde liefde voor vochtige, rijke grond.
- Lavas: Nog een grote schermbloem voor de kruidentuin.
- Moerasspirea: Bloeit tegelijk op dezelfde vochtige plek.
- Grote kattenstaart: Paarse aren naast de geelgroene schermen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote engelwortel?
Planten in april–mei en september.
- Plant jonge planten in april–mei of in september.
- Kies jonge plantjes: door de penwortel laten oudere planten zich slecht verplanten.
- Graaf een plantgat dubbel zo groot als de pot en meng er compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, op ongeveer 1 m afstand.
- Geef meteen goed water en hou de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laag compost als mulch om het vocht vast te houden.
Verzorgen
- Water
- Hou de grond vochtig; geef in droge periodes ruim water.
- Bemesten
- Een laag compost in het voorjaar volstaat.
- Steun
- Op een winderige plek bind je de bloemstengel aan een stevige stok.
- Levensduur
- Knip je de bloemknoppen weg, dan leeft de plant vaak een jaar langer; laat je hem bloeien, dan sterft hij na de zaadvorming af.
- Oogsten
- Snijd jonge stengels en bladstelen in april–mei, voor de bloei, om te konfijten. Jong blad kun je het hele seizoen plukken voor soep, salade of bij gestoofd fruit. Oogst het zaad als het geelbruin is.
Tip: Zaai alleen vers zaad, meteen na de oogst in augustus–september, en dek het nauwelijks af. Laat elk jaar een paar schermen uitzaaien, dan heb je altijd opvolging.
Wanneer snoei je een grote engelwortel?
Snoeimaanden: juli–augustus.
Wanneer: Een echte snoei is niet nodig. Na de bloei, in juli–augustus, knip je de schermen weg of oogst je het zaad; daarna haal je de afgestorven plant weg.
Hoe:
- Wil je geen zaailingen, knip de uitgebloeide schermen dan weg voor het zaad rijpt.
- Laat een paar schermen staan als je wil dat hij zich uitzaait of als je zaad wil oogsten.
- Na de zaadvorming sterft de plant af: snijd de stengel aan de voet af en haal de wortel weg.
- Draag handschoenen en lange mouwen als je op zonnige dagen werkt.
Let op: Het sap kan in combinatie met zonlicht de huid irriteren.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai vers zaad in augustus–september ter plaatse of in potjes, nauwelijks afgedekt: het kiemt in het licht en verliest snel zijn kiemkracht. Bewaar je toch zaad, doe dat dan koel en zaai binnen een paar maanden.
- Zelfuitzaai
- Laat een paar schermen rijpen; de zaailingen verplant je jong, in september of in april–mei.
Hoe komt een grote engelwortel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert met de wortel en loopt in maart opnieuw uit.
- Zaailingen van de nazomer overwinteren zonder problemen als kleine rozet.
Ziektes en plagen
- Bladluis: Zwarte luizen op stengels en schermen in juni. Afspuiten met water; lieveheersbeestjes en oorwormen helpen.
- Slakken: Vreten aan jonge zaailingen en het jonge blad. Bescherm ze de eerste weken.
- Afsterven: De plant sterft na de bloei: dat is normaal. Laat zaad rijpen of zaai zelf voor opvolging.
- Verdroging: Slap blad in droge zomers. Geef ruim water en mulch.
Het jaar rond
- Maart: De plant loopt uit. Compost geven.
- April: Planten. Jonge stengels oogsten om te konfijten.
- Mei: Planten. Stengels en bladstelen oogsten voor de bloei. Steun geven.
- Juni: Bloei. Letten op bladluis.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide schermen wegknippen als je geen zaailingen wil.
- Augustus: Zaad oogsten en meteen zaaien. Afgestorven planten weghalen.
- September: Zaaien en jonge planten zetten.
- Oktober: Het blad sterft af.
- November: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Stengels (mei–juni)
- Snijd in mei en juni de jonge, nog zachte bladstelen en stengels van planten in hun tweede jaar, voor de bloei. Ze smaken zoet en aromatisch, wat muskusachtig en naar selder. Gekonfijt zijn ze een klassieke groene versiering op taart en cake; je kan ze ook meekoken met rabarber.
- Zaden (augustus–september)
- De zaden rijpen in augustus–september. Knip de schermen af als de zaden strogeel zijn en laat ze nadrogen in een papieren zak. Ze geuren sterk en worden gebruikt in likeuren en kruidenbitters; een snuifje in koekjes of gestoofd fruit.
- Bewaring
- Gekonfijte stelen houden maanden in een gesloten pot. Gedroogde zaden bewaar je donker in een gesloten pot, tot een jaar. Verse stelen blijven enkele dagen goed in de koelkast.
Let op: Grote engelwortel is een schermbloemige: verwar hem niet met gevlekte scheerling of waterscheerling, die dodelijk giftig zijn en ook langs water groeien. Oogst enkel van een plant die je zelf zette. Het sap kan in de zon blaren op de huid geven: draag handschoenen en lange mouwen bij het snijden. Gebruik engelwortel niet tijdens de zwangerschap en eet er geen grote hoeveelheden van.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gekonfijte engelwortel (Andere · ± 300 g · 1 uur + 4 dagen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Volgens een oude legende zou een aartsengel de plant aan de mensen hebben getoond; daar komt de naam archangelica vandaan.
- Wortel en zaad van engelwortel worden gebruikt om likeuren en veel soorten gin op smaak te brengen.
- Gekonfijte engelwortel is een streekspecialiteit van de stad Niort, in het westen van Frankrijk.