
Foto: Quadell (talk) (Uploads), CC BY-SA 3.0 · bron
Eenjarige plant · Amaranthaceae
Hanenkam
Celosia argentea
In andere talen: Célosie (Français) · Cockscomb (English)
De hanenkam (Celosia argentea) is een warmteminnende eenjarige uit de tropen; de precieze herkomst is onzeker, maar ligt waarschijnlijk in Afrika of Azië. Hij wordt bij ons 30–40 cm hoog en bloeit van juli tot de eerste vorst in felle kleuren: rood, oranje, geel, roze en crème. Er zijn drie vormen: pluimen als een vlammetje, brede, gekrulde kammen die op een hanenkam lijken, en smalle aren. Tuiniers gebruiken hem in zonnige perken, potten en bakken, en vooral als snijbloem die gedroogd jarenlang mooi blijft. Hij vraagt warmte: kou in het voorjaar remt de groei voorgoed.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,4 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–oktober
| Hoogte | 0,4 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een hanenkam?
- Groeivorm
- Rechtopgaande, vertakte eenjarige van 30–40 cm hoog en ongeveer 30 cm breed.
- Blad
- Smal tot eirond, 5–10 cm lang, glanzend groen of bronskleurig.
- Bloem
- Dichte pluimen, gekrulde kammen of smalle aren vol piepkleine bloempjes, van juli tot oktober.
- Kleur
- Rood, oranje, geel, roze, purper en crème, vaak in felle tinten.
- Zaad
- Piepkleine, glanzend zwarte zaadjes tussen de uitgebloeide bloempjes.
Bloei: juli–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Felle, warme kleuren van juli tot de eerste vorst, ook in een hete, zonnige hoek.
- Uitstekende snijbloem die lang meegaat in de vaas.
- Een van de beste bloemen om te drogen: de kleuren blijven lang behouden.
- Compact en geschikt voor potten, bakken en de voorkant van een border.
- Opvallende, ongewone bloemvormen die in elk boeket de aandacht trekken.
Waar staat een hanenkam graag?
- Volle zon en een warme, beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een zuidmuur of op een zonnig terras.
- Rijke, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig: hij verdraagt geen droge kluit, maar ook geen natte voeten.
- Reken op 20–30 cm tussen de planten; in een pot of bak mag het iets dichter.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: pas buiten na de laatste nachtvorst (half mei)
Mooi samen met
- Zinnia: Bloeit tegelijk in even warme kleuren en is ook een goede snijbloem.
- Afrikaantje: Lage oranje en gele bloemen vooraan in een zonnig perk.
- Meelsalie: Blauwe aren als koel contrast naast de felle pluimen.
- Lampenpoetsersgras: Zachte grassenpluimen die mooi aansluiten bij de pluimvorm.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een hanenkam?
Planten in juni.
- Zaai in maart of april binnen bij 20–25 °C. Bedek het fijne zaad nauwelijks en houd het vochtig; het kiemt na 1–2 weken.
- Verspeen de zaailingen vroeg in aparte potjes: als de wortels in een te kleine pot vastlopen, bloeit de plant te vroeg en blijft hij klein.
- Houd de jonge planten warm, liefst boven 15 °C, op een lichte plek.
- Laat ze eind mei overdag buiten wennen en plant pas begin juni uit, als de nachten niet meer koud zijn.
- Plant 20–30 cm uit elkaar, even diep als in het potje, zonder de kluit te storen, en geef meteen water.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond licht vochtig. Planten in een pot drogen snel uit: in de zomer dagelijks controleren. Geef water aan de voet, niet over de bloemen.
- Bemesten
- In een pot om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten. In rijke tuingrond is weinig extra mest nodig.
- Toppen
- Knip bij pluim- en aarvormen de top weg als de plant 15 cm hoog is: dan krijg je meer bloemstengels. Kamvormen niet toppen.
- Snijden en drogen
- Snij de bloemen als ze helemaal gekleurd zijn, haal de bladeren weg en hang ze ondersteboven op een luchtige, donkere plek.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip verdroogde pluimen weg, dan maakt de plant nieuwe bloemen.
Tip: Zaai in april warm binnen en plant pas begin juni uit, want koude remt de groei voorgoed. De pluimen zijn mooi in boeketten en drogen goed.
Wanneer snoei je een hanenkam?
Wanneer: De hanenkam wordt niet gesnoeid. Je toppt jonge planten eventueel in juni, snijdt in de zomer bloemen voor de vaas en ruimt de planten op na de eerste vorst.
Hoe:
- Top pluim- en aarvormen één keer als ze ongeveer 15 cm hoog zijn, voor een vollere plant.
- Snij bloemen met een flink stuk stengel, net boven een blad of zijscheut.
- Trek de planten na de eerste vorst uit en zet ze op de composthoop.
Let op: Toppen geeft bij de kamvormen kleinere kammen: laat die gewoon groeien.
Vermeerderen
- Zaad
- Wrijf in september–oktober een droge bloem uit boven een papier en vang de zwarte zaadjes op. Bewaar ze droog en koel en zaai in maart–april binnen bij 20–25 °C. F1-hybriden komen niet zuiver uit eigen zaad.
Hoe komt een hanenkam de winter door?
Winterhard tot 5 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard en zeer kouwgevoelig: onder ongeveer 5 °C lijdt hij al schade. Hij is eenjarig en sterft in de herfst af.
- Een plant in een pot kun je in de herfst nog een tijd binnen op een zonnige vensterbank laten bloeien.
- Bewaar eigen zaad droog en koel tot het voorjaar.
Ziektes en plagen
- Groeistop door kou: Te vroeg uitgeplante of koud gezette planten blijven klein en bloeien nauwelijks. Plant pas begin juni uit en houd ze warm.
- Wortelrot: Bij te natte grond worden de bladeren slap en geel en rot de stengelvoet. Zorg voor een goed doorlatende grond en een pot met een gat.
- Bladluis: Op de jonge toppen. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Spint: Fijne spinseltjes en lichte stippen op het blad, vooral bij hete, droge lucht. Besproei het blad met water en houd de grond vochtig.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien bij 20–25 °C.
- April: Zaaien en verspenen in aparte potjes. Warm houden.
- Mei: Jonge planten oppotten. Eind mei overdag laten wennen buiten.
- Juni: Begin juni uitplanten. Pluimvormen toppen.
- Juli: Eerste bloei. Water geven en in een pot bemesten.
- Augustus: Volle bloei. Bloemen snijden voor de vaas of om te drogen.
- September: Bloei. Zaad oogsten van droge bloemen.
- Oktober: Laatste bloei. Na de eerste vorst de planten opruimen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Celosia komt van het Griekse ‘keleos’, brandend, omdat de pluimen op vlammen lijken.
- De gekrulde kam ontstaat door een vergroeiing van de bloemstengel, waarbij die breed en plat wordt in plaats van rond.
- In West-Afrika worden de jonge bladeren van deze soort als bladgroente gekweekt.