Mariatranen (Dicentra formosa)

Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Papaveraceae

Mariatranen

Dicentra formosa

In andere talen: Dicentra (Français) · Western bleeding heart (English)

Mariatranen komen uit de vochtige bossen langs de westkust van Noord-Amerika, van Brits-Columbia tot Californië. Het is een sierlijke vaste plant met fijn ingesneden, blauwgroen blad dat op een varen lijkt. Van april tot juni hangen roze, hartvormige bloempjes in trosjes aan licht gebogen stengels boven het blad, en vaak bloeit hij in de zomer nog wat na. Met korte wortelstokken breidt hij zich langzaam uit tot een losse bodembedekker voor halfschaduw. Er zijn rassen met donkerrode bloemen, zoals ‘Bacchanal’, en ook witte vormen.

Let op: Alle delen zijn giftig bij inname en het sap kan de huid irriteren. Plant hem niet waar kleine kinderen, honden, katten of grazend vee eraan kunnen knabbelen, en draag handschoenen.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -35 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,45 m breed

  • Bloei

    april–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en juli
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeiapril–juni

Herkennen

Hoe herken je een mariatranen?

Groeivorm
Losse pollen van 30–40 cm hoog die zich met korte wortelstokken langzaam uitbreiden tot 45 cm en breder.
Blad
Fijn ingesneden en varenachtig, blauwgroen tot grijsgroen, op lange stelen.
Bloem
Hangende, hartvormige bloempjes van 1–2 cm in trosjes boven het blad, van april tot juni.
Kleur
Roze tot roodroze; bij rassen ook donkerrood of wit.
Wortels
Vlezige, brosse wortelstokken vlak onder de oppervlakte.

Bloei: april–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en juli

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een lange bloei: van april tot juni, en vaak nog hier en daar tot in de zomer.
  • Fijn, varenachtig blad dat ook zonder bloemen sierlijk is.
  • Trekt in de zomer minder snel in dan het grote gebroken hartje, zodat er geen gat in de border valt.
  • Een losse bodembedekker voor halfschaduw onder struiken en bomen.
  • Hommels bezoeken de hangende bloemen graag.

Waar staat een mariatranen graag?

  • Halfschaduw of schaduw; in volle zon verbrandt het blad en trekt hij vroeg in.
  • Humusrijke leem- of kleigrond, licht zuur tot neutraal.
  • Grond die vochtig blijft; een koele plek onder bomen of struiken is ideaal.
  • Plant 5–6 planten per m², op 40–45 cm van elkaar.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal of nat
Grootte
0,4 m hoog, 0,45 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -35 °C)

Mooi samen met

  • Varens: Fijn blad naast fijn blad, in dezelfde koele schaduw.
  • Hosta: Grote bladeren als rustpunt naast het fijne blad.
  • Akelei: Bloeit in mei–juni mee, met heel andere bloemvormen.
  • Longkruid: Een vroege bloeier voor dezelfde halfschaduw.
  • Elfenbloem: Groenblijvende bodembedekker die de grond ook in de winter bedekt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een mariatranen?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf een plantgat dubbel zo breed als de pot en meng er royaal bladcompost door.
  3. Zet de plant even diep als in de pot en ga voorzichtig om met de brosse wortelstokken.
  4. Plant 5–6 per m², op 40–45 cm van elkaar.
  5. Geef meteen ruim water.
  6. Mulch met bladcompost of goed verteerde compost om de grond koel en vochtig te houden.

Verzorgen

Water
Houd de grond vochtig, zeker in voorjaar en zomer. Bij droogte trekt hij vroeg in.
Bemesten
In het voorjaar een laag compost of bladcompost; meer is niet nodig.
Mulchen
Een mulch van bladcompost houdt de wortels koel.
Uitgebloeide bloemen
Knip uitgebloeide stengels weg; dan bloeit hij langer door.
Handschoenen
Draag handschoenen als je aan de plant werkt: het sap kan de huid irriteren.

Tip: Houd de grond koel en vochtig met een mulch van bladcompost: dan blijft het blad de hele zomer mooi en bloeit hij langer door.

Wanneer snoei je een mariatranen?

Snoeimaanden: maart en juli.

Wanneer: Weinig nodig. Ziet het blad er in juli moe uit, knip het dan terug. In maart ruim je afgestorven blad op.

Hoe:

  • Knip uitgebloeide bloemstengels aan de voet af.
  • Is het blad na de bloei geel of slordig, knip het dan terug tot net boven de grond en geef water: er komt vaak nieuw blad.
  • Haal afgestorven blad in maart weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Let op: Werk voorzichtig in maart: de jonge scheuten zijn bros en breken makkelijk.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
Vroeg in het voorjaar of in de herfst: steek stukken wortelstok met een knop af en plant ze meteen opnieuw.
Zaaien
Zaai vers zaad in de zomer in een pot die buiten blijft staan: het zaad heeft kou nodig en kiemt pas het volgende voorjaar. Hij zaait zich soms ook vanzelf uit.

Hoe komt een mariatranen de winter door?

Winterhard tot −35 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −35 °C: bescherming is niet nodig.
  • Hij sterft in de winter boven de grond af en loopt in maart weer uit.
  • Late nachtvorst kan de jonge scheuten beschadigen; leg bij strenge nachtvorst in maart of april wat vlies over de plant.

Ziektes en plagen

  • Slakken: Eten graag van de jonge scheuten in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
  • Vroeg intrekken: In droge grond of zon wordt het blad in de zomer geel en sterft het af. Geef water, mulch en kies een koelere plek.
  • Nachtvorstschade: Zwarte, slappe scheuten na een koude nacht in het voorjaar. Knip ze weg: de plant loopt opnieuw uit.
  • Weinig bloei: Meestal te droge grond of te diepe schaduw. Geef water en wat meer licht.

Het jaar rond

  • Maart: Afgestorven blad opruimen. Compost geven. Planten. Let op nachtvorst.
  • April: Begin van de bloei. Let op slakken. Planten.
  • Mei: Volle bloei. Water geven bij droogte.
  • Juni: Laatste bloei. Uitgebloeide stengels wegknippen.
  • Juli: Moe blad terugknippen. Water geven bij droogte. Vers zaad zaaien.
  • Augustus: Water geven bij droogte.
  • September: Planten en delen.
  • Oktober: Planten en delen.
  • November: De plant trekt in voor de winter.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Alle delen van deze verwanten van het gebroken hartje zijn giftig: ze bevatten alkaloïden die bij inslikken braken, buikpijn en bij grotere hoeveelheden trillen en stuipen geven. Bij grazend vee, vooral koeien en schapen, is vergiftiging met verwante soorten bekend: plant ze niet in of aan een weide en gooi plantenresten nooit in een weide of hok. Houd kleine kinderen, honden en katten weg van de plant, en draag handschoenen bij het werk, want het sap kan de huid irriteren. Ze zaaien zich makkelijk uit, ook in muren en tussen tegels: trek ongewenste zaailingen met handschoenen uit. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De zaden hebben een vetrijk aanhangsel waar mieren dol op zijn: ze slepen de zaden mee naar hun nest en verspreiden zo de plant.
  • De naam Dicentra betekent ‘twee sporen’, naar de twee gezwollen sporen aan de bloem.
  • Het grote gebroken hartje, vroeger ook een Dicentra, heet nu Lamprocapnos spectabilis.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…