
Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Dryopteridaceae
Dryopteris
Dryopteris erythrosora
In andere talen: Autumn fern (English)
Dryopteris erythrosora, in het Engels ‘autumn fern’ genoemd, komt uit de bossen van Japan, Korea, China en Taiwan. Het is een middelgrote varen van zo’n 60 cm hoog die een losse pol vormt van glanzende, driehoekige bladeren. Het jonge blad loopt in het voorjaar koperrood tot oranjeroze uit en kleurt daarna glanzend groen; omdat er tot in de zomer nieuw blad bijkomt, zie je lang beide kleuren door elkaar. Hij is winterhard, en in milde winters blijft het blad groen. Bekend is het ras ‘Brilliance’, waarvan het jonge blad nog feller oranje is en die kleur langer houdt.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 0,6 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een dryopteris?
- Groeivorm
- Losse, ronde pol van zo’n 60 cm hoog en even breed, met schuin opgaande bladeren.
- Blad
- Driehoekig tot eirond, tweevoudig geveerd, stevig en glanzend, 30–60 cm lang.
- Kleur
- Jong blad koperrood tot oranjeroze, daarna glanzend groen. In milde winters blijft het groen.
- Sporen
- Ronde sporenhoopjes onder het blad, bedekt met een dekvliesje dat jong rood is; varens bloeien niet.
- Wortels
- Korte, kruipende wortelstok: de pol wordt langzaam breder, maar woekert niet.
Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Kleur in de schaduw: het koperrode jonge blad is in het voorjaar een opvallende sierwaarde.
- Glanzend blad dat in milde winters groen blijft: ook in de winter is er iets te zien.
- Groeit in zand, leem en klei, zolang de grond humusrijk en vochthoudend is.
- Een nette, compacte pol die niet woekert: geschikt voor kleine tuinen en voor een grote pot.
- Weinig werk: één keer per jaar het oude blad wegknippen volstaat.
- Mooi naast bloeiende schaduwplanten zoals lenterozen, hosta’s en elfenbloemen.
Waar staat een dryopteris graag?
- Halfschaduw tot schaduw; ochtendzon kan, maar felle middagzon verbrandt het blad.
- Humusrijke grond: zand, leem of klei, zuur tot neutraal. Verbeter zware klei en schrale zandgrond met bladcompost.
- Normaal vochtig en goed doorlatend: niet laten uitdrogen, maar ook geen water dat blijft staan.
- Beschut tegen droge wind, die het blad bruin maakt, zeker in de winter.
- Plant 50–60 cm uit elkaar, of in een groepje van drie op 50 cm.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Hosta: Grote, rustige bladeren naast het fijne varenblad, in dezelfde halfschaduw.
- Lenteroos: Bloeit in de late winter, rond de tijd dat je het oude varenblad wegknipt.
- Japans bosgras: Een sierlijk overhangend gras met frisgroen tot goudgeel blad, mooi naast het koperrode jonge varenblad.
- Elfenbloem: Een lage, groenblijvende bodembedekker waarvan het jonge blad bij veel soorten ook bronskleurig uitloopt.
- Kaukasische vergeet-mij-niet: Hemelsblauwe bloempjes in april naast het oranjerode jonge blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dryopteris?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant van maart tot mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te droog is.
- Maak de grond los en meng er een paar scheppen bladcompost of goed verteerde compost door.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de pot en zet de plant even diep als hij stond: het hart van de pol hoort aan het oppervlak, niet eronder.
- Houd 50–60 cm tussen de planten en druk de grond goed aan.
- Geef meteen ruim water en houd de grond de eerste weken vochtig.
- Leg een laagje bladcompost of fijne houtsnippers rond de plant, maar niet tegen het hart.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte wekelijks water geven. Later alleen in lange droge periodes, ’s ochtends aan de voet.
- Bemesten
- Weinig nodig: in april een laagje bladcompost of goed verteerde compost volstaat. Geen kunstmest.
- Mulchen
- Laat in de herfst afgevallen boombladeren tussen de varen liggen: dat is de beste natuurlijke mulch.
- Oud blad
- Knip in maart het oude blad weg, voor het nieuwe blad uitloopt.
- In een pot
- Een ruime pot met humusrijke potgrond en een gat in de bodem. Nooit laten uitdrogen en om de twee à drie jaar in het voorjaar verpotten.
Tip: Knip het oude blad in maart helemaal weg, ook als het nog groen is: zo valt het koperrode jonge blad het best op. Uit de droge wind blijft het blad ook in de winter mooier.
Wanneer snoei je een dryopteris?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe bladkrullen zich ontrollen. Verder hoeft deze varen niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip het oude blad vlak boven de grond weg, ook als het nog groen is: zo komt het koperrode nieuwe blad mooi tot zijn recht.
- Na een zachte winter mag je ook alleen het bruine en beschadigde blad weghalen.
- Knip niet in de jonge, opgerolde bladkrullen in het hart van de pol.
- Bruin of beschadigd blad kun je in de zomer tussendoor wegknippen.
Let op: Wacht niet tot eind april: eens het nieuwe blad uitloopt, knip je het makkelijk per ongeluk mee weg.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april een oudere pol met meerdere harten uitgraven en met een scherpe spade delen, elk stuk met een hart en wortels. Meteen planten en goed water geven.
- Sporen
- In de nazomer een rijp blad op een vel papier leggen, de vrijgekomen sporen uitzaaien op steriele, vochtige zaaigrond en afdekken met glas. Dat vraagt geduld: pas na enkele maanden verschijnen kleine varentjes.
Hoe komt een dryopteris de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in Belgische tuinen is geen bescherming nodig.
- In milde winters blijft het blad groen; na strenge vorst of droge oostenwind wordt het bruin, maar de plant loopt in het voorjaar gewoon weer uit.
- Laat het oude blad tot maart staan: het beschermt het hart van de plant.
- In een pot: zet de pot beschut tegen een muur en wikkel hem bij strenge vorst in jute.
Ziektes en plagen
- Bruin blad: Droge, bruine bladranden door felle zon, droge wind of droogte. Water geven, mulchen en eventueel verplanten naar een beschuttere plek.
- Late nachtvorst: Het jonge blad kan in april–mei bevriezen en zwart worden. De plant loopt opnieuw uit; dek af met vlies als er vorst voorspeld wordt.
- Wortelrot: Gele, slappe plant in natte, verdichte grond. Verbeter de grond met compost en grof zand, of verplant naar een beter doorlatende plek.
- Taxuskever: Vooral in potten vreten de larven aan de wortels en verwelkt de plant zonder duidelijke reden. Controleer de wortelkluit en zet in de nazomer aaltjes in tegen de larven.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad wegknippen. Bladcompost strooien.
- April: Koperrood nieuw blad. Planten of delen. Opletten voor late nachtvorst.
- Mei: Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Het blad kleurt groen. Water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte. Bruin blad wegknippen.
- Augustus: Water geven bij droogte. Rijpe sporen verzamelen.
- September: Planten. Rijpe sporen verzamelen.
- Oktober: Planten. Afgevallen blad tussen de varen laten liggen.
- December: Rust. In milde winters blijft het blad groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- ‘Erythrosora’ betekent ‘met rode sporenhoopjes’: de dekvliesjes over de sporen zijn jong opvallend rood.
- De geslachtsnaam Dryopteris komt van het Griekse ‘drys’ (eik) en ‘pteris’ (varen), naar de bossen waar veel soorten groeien.
- Varens bloeien niet en maken geen zaad: ze vermeerderen zich met sporen, zo fijn als stof.