
Foto: Frederick Depuydt, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Plantaginaceae
Alpenbalsem
Erinus alpinus
In andere talen: Érine des Alpes (Français) · Fairy foxglove (English)
Alpenbalsem komt uit de bergen van Zuid- en Midden-Europa, van de Pyreneeën tot de Alpen, waar hij groeit in rotsspleten en op kalkrijk puin. Het is een minuscule vaste plant van nauwelijks 10 cm, met kleine rozetjes van gekartelde, spatelvormige blaadjes. Van april tot juni verschijnen trosjes stervormige bloempjes in roze tot purperroze, soms wit. Hij leeft vaak maar enkele jaren, maar zaait zich op een goede plek gemakkelijk uit in voegen en muurspleten. Bekende vormen zijn ‘Albus’ met witte en ‘Dr. Hähnle’ met karmijnrode bloemen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
april–juni
| Hoogte | 0,1 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een alpenbalsem?
- Groeivorm
- Kleine, dichte rozetjes van 5–10 cm hoog en 10–15 cm breed.
- Blad
- Klein, spatelvormig, gekarteld en licht behaard; vaak blijft het in de winter groen.
- Bloem
- Bloempjes van zo’n 1 cm met vijf ingesneden slippen, in korte trosjes boven de rozet.
- Kleur
- Roze tot purperroze; er zijn ook witte en karmijnrode vormen.
- Levensduur
- Kortlevend, vaak 2–3 jaar, maar hij zaait zich uit.
Bloei: april–juni · Zaaien: maart–april · Planten: maart–april en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de weinige planten die het goed doen in muurspleten, voegen en tussen stenen.
- Vroege bloei van april tot juni, als de rotstuin nog weinig kleur heeft.
- Trekt bijen en andere kleine bestuivers.
- Zaait zich bescheiden uit, waardoor een oud muurtje of een trap vanzelf een natuurlijke uitstraling krijgt.
- Klein genoeg voor een trog, een pot of het kleinste plekje.
Waar staat een alpenbalsem graag?
- Zon tot halfschaduw; in de volle zon blijft hij compacter.
- Schrale, goed drainerende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk; graag met steengruis of oude kalkmortel.
- Droog: in voegen, op muurtjes of tussen stenen, waar water snel wegloopt.
- Plant op 10–15 cm afstand, of zaai hem rechtstreeks in een voeg.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,1 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Huislook: Vlezige rozetten voor dezelfde droge muurspleten.
- Vetkruid: Bloeit later in de zomer en houdt van dezelfde schrale grond.
- Rotsanjer: Blauwgrijze kussens en geurende roze bloemen op een muurkroon.
- Steenbreek: Fijne rozetten en bloempjes voor een rotstuin of trog.
- Kruiptijm: Een geurende mat tussen stapstenen en voegen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een alpenbalsem?
Planten in maart–april en september.
- Plant in maart–april of in september.
- Kies een voeg, muurspleet of plekje tussen stenen en haal er oude grond of mos uit.
- Duw de kluit voorzichtig in de spleet, eventueel met wat zanderige grond eromheen; zet hem even diep als in de pot.
- Houd 10–15 cm afstand als je meerdere plantjes zet.
- Geef voorzichtig water met een fijne broes en houd hem de eerste weken licht vochtig.
- In een trog of rotstuin: leg een laagje grind rond de rozet.
Verzorgen
- Water
- Alleen in de eerste weken na het planten, en in een pot of trog bij lange droogte.
- Bemesten
- Niet nodig: hij groeit het mooist op arme grond.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Zaailingen
- Laat zaailingen in voegen staan: ze vervangen de oude, kortlevende planten.
- Concurrentie
- Houd sterke buren zoals mos of kruipende planten op afstand, zodat ze de kleine rozetten niet overwoekeren.
Tip: Meng het fijne zaad met wat zand en strooi het in de spleten van een muurtje of tussen stenen: daarna zaait alpenbalsem zich zelf uit op droge, kalkhoudende plekken.
Wanneer snoei je een alpenbalsem?
Wanneer: Alpenbalsem wordt niet gesnoeid. Hooguit haal je na de bloei uitgebloeide trosjes weg als je geen zaailingen wilt.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide bloemen staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Pluk in het voorjaar dode blaadjes uit de rozetten.
- Verwijder afgestorven planten en laat de jonge zaailingen ernaast staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen of buiten: strooi het fijne zaad op zanderige grond of rechtstreeks in een voeg en dek het nauwelijks af. Dun de kiemplantjes uit.
- Zelfuitzaai
- Laat de bloemen zaad zetten; daarna verschijnen er vanzelf zaailingen in voegen in de buurt.
- Scheuren
- Oudere planten met meerdere rozetten kun je in het voorjaar voorzichtig verdelen.
Hoe komt een alpenbalsem de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België overleeft hij gewone winters zonder probleem.
- Natte winters zijn gevaarlijker dan vorst: in een muurspleet of voeg staat hij droog genoeg.
- In een pot of trog: zet hem op potvoetjes en eventueel onder een afdak tegen langdurige regen.
Ziektes en plagen
- Wegrotten: Rozetten worden zacht en bruin in natte, zware grond. Plant hem tussen stenen of in grindrijke grond.
- Slakken: Jonge rozetten worden aangevreten. Controleer na regen en vang de slakken weg.
- Overwoekeren: Sterkere planten groeien over de kleine rozetten heen. Knip de buren terug en geef alpenbalsem zijn eigen voeg.
- Verdwijnen: De plant sterft na 2–3 jaar. Dat is normaal: laat hem uitzaaien of zaai elk voorjaar wat bij.
Het jaar rond
- Maart: Binnen of in voegen zaaien. Planten.
- April: Begin van de bloei. In voegen zaaien. Planten.
- Mei: Volle bloei. Bijen op bezoek.
- Juni: Laatste bloemen. Zaad laten zetten.
- Juli: Het zaad valt uit in de voegen.
- September: Planten. Jonge zaailingen laten staan.
- Oktober: Afgestorven planten verwijderen.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Alpenbalsem is familie van het vingerhoedskruid, vandaar de Engelse naam fairy foxglove.
- In Groot-Brittannië is hij op veel plaatsen verwilderd op oude muren, ver van zijn natuurlijke groeigebied.
- Het geslacht Erinus telt maar heel weinig soorten; in tuinen kom je bijna alleen Erinus alpinus tegen.