
Foto: Bouba at French Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Liliaceae
Erythronium tuolumnense
In andere talen: Tuolumne fawn lily (English)
Erythronium tuolumnense is een hondstand uit Californië, waar hij in het wild alleen in een klein gebied in de uitlopers van de Sierra Nevada groeit, in de buurt van de rivier de Tuolumne. In april draagt hij op stengels van 20–30 cm enkele knikkende, heldergele bloemen met teruggeslagen bloemblaadjes, als kleine lantaarns. Het brede, glanzende blad is effen frisgroen, anders dan bij veel andere hondstanden. Hij groeit graag in de lichte schaduw van heesters, in humusrijke grond die niet uitdroogt. De bekende hybride ‘Pagoda’, een kruising met deze soort, is nog sterker en vormt sneller grote pollen.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
april
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een Erythronium tuolumnense?
- Bol
- Langwerpige, witte bol die op een hondentand lijkt; hij mag nooit uitdrogen.
- Blad
- Meestal twee brede, glanzende, frisgroene bladeren aan de voet, zonder vlekken.
- Bloem
- Enkele knikkende, heldergele bloemen per stengel, met sterk teruggeslagen bloemblaadjes, in april.
- Hoogte
- Bloemstengels van 20–30 cm; het blad blijft lager.
- Groeiwijze
- Vormt met de jaren dichte pollen door broedbollen; na de bloei sterft het blad af en rust de plant tot het volgende voorjaar.
Bloei: april · Planten: september–oktober
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Heldergele, sierlijke bloemen in april, wanneer de schaduwborder nog maar net wakker wordt.
- Ideaal onder heesters en bomen, in lichte schaduw.
- Breidt zich langzaam uit tot een pol met steeds meer bloemstengels.
- Bijen en hommels bezoeken de vroege bloemen.
- Na de bloei trekt hij zich terug in de grond, zodat zomerplanten de plek kunnen overnemen.
Waar staat een Erythronium tuolumnense graag?
- Halfschaduw tot lichte schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende heesters of bomen.
- Humusrijke, losse grond: zand, leem of veen, zuur tot neutraal.
- Gelijkmatig vochtig: niet uitdrogen in het voorjaar en geen natte voeten. In de zomerrust mag de grond iets droger zijn, maar niet kurkdroog.
- Beschut tegen wind en felle middagzon.
- Plant 10–15 cm uit elkaar, in groepjes.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Varens: Ontrollen hun blad als de hondstand uitgebloeid is en vullen de plek.
- Hosta: Komt laat op en bedekt het afstervende blad in juni.
- Bosanemoon: Witte bloempjes rond dezelfde tijd, in dezelfde lichte schaduw.
- Longkruid: Blauwe en roze bloemen in het voorjaar, mooi naast het geel.
- Elfenbloem: Sierlijk blad en kleine bloempjes als bodembedekker onder heesters.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Erythronium tuolumnense?
Planten in september–oktober.
- Plant de bollen in september–oktober, zo snel mogelijk na aankoop: ze drogen snel uit.
- Bewaar ze tot het planten in licht vochtig zand of bladcompost, nooit droog in een papieren zak.
- Meng bladcompost door de plantplek.
- Plant de bollen 10–15 cm diep, met de punt naar boven, en 10–15 cm uit elkaar.
- Giet aan en leg een laag bladcompost over de plek.
Verzorgen
- Water
- Geef in het voorjaar water bij droogte; laat de grond ook in de zomer niet helemaal uitdrogen.
- Bemesten
- Elk jaar in de herfst een laagje bladcompost is genoeg.
- Mulchen
- Bladcompost of afgevallen bladeren houden de grond koel, vochtig en humusrijk.
- Rust
- Na de bloei sterft het blad af. Markeer de plek, zodat je de bollen niet beschadigt bij het spitten of planten.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze af als je geen zaad wilt; zo gaat alle energie naar de bol.
Tip: Koop de bollen vroeg in de herfst en plant ze meteen: ze verdragen geen uitdroging. Laat de pollen daarna ongestoord, dan worden ze elk jaar mooier.
Wanneer snoei je een Erythronium tuolumnense?
Wanneer: Snoeien is niet nodig. Na de bloei laat je het blad gewoon afsterven.
Hoe:
- Knip uitgebloeide bloemstengels af als je geen zaad wilt.
- Laat het blad staan tot het geel wordt en vanzelf verdwijnt: het voedt de bol.
- Haal verdord blad pas weg als het helemaal afgestorven is.
Let op: Laat de pollen ongestoord: scheid ze alleen als het echt nodig is, en plant de bollen dan meteen opnieuw, zodat ze niet uitdrogen.
Vermeerderen
- Scheiden
- Neem een dichte pol op in de zomer, als het blad afgestorven is, haal de broedbollen voorzichtig los en plant ze meteen opnieuw. Laat ze nooit uitdrogen.
- Zaaien
- Zaai vers zaad in de zomer in een pot met humusrijke zaaigrond en zet die buiten in de schaduw. Het kiemt na de winter; zaailingen bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een Erythronium tuolumnense de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
- De bollen rusten in de grond; een laag bladcompost in de herfst houdt ze koel en vochtig.
- In een pot: zet hem in de winter beschut en laat de potgrond nooit helemaal uitdrogen.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten aan het jonge blad en de bloemen in het voorjaar. Raap ze ’s avonds op.
- Geen opkomst: Meestal zijn de bollen voor het planten uitgedroogd. Koop ze vroeg in de herfst en plant ze meteen.
- Weinig bloemen: Te dichte pollen of te droge grond. Scheid de pollen in de zomer en geef meer bladcompost.
- Bolrot: In natte, verdichte grond rotten de bollen. Zorg voor losse, humusrijke grond met een goede afwatering.
Het jaar rond
- Maart: Het blad komt boven. Letten op slakken.
- April: Bloei. Water geven bij droogte.
- Mei: Uitgebloeide stengels afknippen als je geen zaad wilt.
- Juni: Het blad sterft af; de bol gaat in rust.
- Juli: Rust. Dichte pollen opnemen, scheiden en meteen herplanten. Vers zaad zaaien.
- September: Nieuwe bollen planten, 10–15 cm diep.
- Oktober: Bollen planten. Bladcompost over de plek strooien.
- November: Afgevallen bladeren laten liggen als mulch.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam hondstand komt van de langwerpige, witte bol, die op een hondentand lijkt.
- De Engelse naam fawn lily verwijst naar het gevlekte blad van verwante soorten, dat aan een reekalfje doet denken; bij deze soort is het blad juist effen groen.
- In het wild is hij zeldzaam: hij groeit maar in een klein gebied in Californië.