
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Eenjarige plant · Caryophyllaceae
Muurgipskruid
Gypsophila muralis
In andere talen: Gypsophile des murailles (Français) · Cushion baby’s breath (English)
Het muurgipskruid is een kleine eenjarige uit de anjerfamilie, die van nature groeit op open, zandige en vochtige plekken in Europa. Het vormt een luchtig kussentje van draadfijne, sterk vertakte stengels met smalle blaadjes. Van juni tot in september zit het vol piepkleine roze sterretjes met donkerder getekende nerven. Tuiniers houden van de lichte, speelse uitstraling, de eenvoudige teelt uit zaad en het gebruik in rotstuintjes, bakken en hangmanden. Het is een dankbare vuller die geen veeleisende grond vraagt.
Let op: Giftig bij inname: de plant bevat saponinen. Niet eten; houd kleine kinderen en huisdieren (kat, hond) uit de buurt van plantendelen en zaad.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -5 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,2 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een muurgipskruid?
- Groeivorm
- Eenjarig, compact kussentje van ongeveer 20 cm hoog en tot 30 cm breed, met draadfijne, vertakte stengels.
- Blad
- Smal en lijnvormig, tegenoverstaand, frisgroen en fijn; het blad valt weinig op onder de bloemen.
- Bloem
- Vijfdelige bloemetjes van slechts enkele millimeters doorsnede in losse pluimpjes, van juni tot september.
- Kleur
- Zachtroze tot paarsroze, met donkerder nerven.
- Zaad
- Heel fijn zaad in kleine doosvruchtjes; op open grond zaait de plant zich vaak zelf uit.
Bloei: juni–september · Zaaien: maart–mei · Planten: mei · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot september, zonder veel zorg, op arme en droge grond.
- Een luchtige vuller: de wolk van kleine bloemetjes maakt stevigere planten in een border of bak zachter.
- Bijen en andere insecten bezoeken de kleine bloemen graag.
- Snel en goedkoop uit zaad: enkele maanden na het zaaien bloeit het al.
- Past in rotstuintjes, tussen stenen, in terrasbakken en hangmanden.
Waar staat een muurgipskruid graag?
- Volle zon voor de rijkste bloei; in schaduw wordt de plant ijl en bloeit hij weinig.
- Arme tot gewone, goed doorlatende grond: zand of leem, zuur tot kalkrijk. Te rijke grond geeft veel blad en weinig bloemen.
- Droog tot normaal: laat de grond tussen twee gietbeurten licht opdrogen, want natte grond geeft rot.
- Zet de planten op 15–20 cm van elkaar; in een bak of hangmand mag je er meerdere bij elkaar zetten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Verdraagt lichte vorst (tot -5 °C)
Mooi samen met
- Slaapmutsje: Vrolijke oranje en gele bloemen die dezelfde zonnige, droge plek waarderen.
- Korenbloem: Blauwe bloemen met een luchtige bloeiwijze, mooi naast de roze wolkjes.
- Verbena: Bloeit lang in bakken in de zon en vult de ruimte onder het muurgipskruid.
- Vetkruid: Dikke bladeren en sterretjes in de rotstuin, met dezelfde behoefte aan droge grond.
- Lavendel: Een vaste plant in de zon, waaronder het kussentje zijn sterretjes toont.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een muurgipskruid?
Planten in mei.
- Zaai binnen in maart–april bij ongeveer 15–20 °C, of rechtstreeks buiten in mei, als de grond opwarmt.
- Strooi het zeer fijne zaad op losse, vochtige zaaigrond en bedek het nauwelijks: een heel dun laagje zand volstaat.
- Het zaad kiemt in een paar weken. Houd de zaailingen licht vochtig en zet ze licht en koel.
- Plant de jonge plantjes in mei op 15–20 cm van elkaar in de border, of enkele samen in een bak of hangmand.
- Geef na het planten één flinke gietbeurt en daarna matig water.
- Zaai om de drie à vier weken opnieuw tot juli voor een bloei die doorloopt.
Verzorgen
- Water
- Matig: laat de grond tussen twee gietbeurten licht opdrogen. In bakken en hangmanden geef je bij warm weer vaker water.
- Bemesten
- Weinig of niets in de volle grond; arme grond geeft de beste bloei. In bakken om de paar weken een zwakke dosis vloeibare bloemenmest.
- Uitgebloeide bloemen
- De fijne bloemetjes hoef je niet apart te verwijderen. Wordt de plant slordig of kaal, knip dan lichtjes terug.
- Steun
- Niet nodig: de takjes hangen en kussen zacht over de rand.
- Onkruid
- Houd jonge plantjes vrij van onkruid; ze zijn klein en worden snel overwoekerd.
- Zelfzaai
- Laat een paar planten uitzaaien als je volgend jaar weer bloemen wilt. Overtollige zaailingen zijn makkelijk te wieden.
Tip: Zaai om de drie à vier weken opnieuw tot juli, dan blijft het kussentje de hele zomer vol bloemen. Houd de grond liever te droog dan te nat.
Wanneer snoei je een muurgipskruid?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Eigenlijk hoef je niet te snoeien. Wordt de plant in juli na de eerste bloei slordig, knip hem dan lichtjes terug.
Hoe:
- Knip met een schaar ongeveer een derde van de takjes weg, net boven een zijscheut of blaadje.
- Verwijder dode of verdorde stengels.
- Geef daarna wat water en in bakken een zwakke dosis meststof, zodat nieuwe scheuten snel volgen.
Vermeerderen
- Zaad
- In maart–april binnen of in mei buiten zaaien. Het zaad is heel fijn: strooi het op losse grond en bedek het nauwelijks.
- Zaad verzamelen
- In september, als de doosjes bruin en droog zijn: schud het zaad uit, bewaar het droog en koel en zaai het volgend voorjaar.
Hoe komt een muurgipskruid de winter door?
Winterhard tot −5 °C: beschermen in strenge winters.
- Eenjarig: de plant sterft na de bloei, in de late herfst.
- Jonge planten en zaailingen verdragen lichte vorst, tot ongeveer −5 °C; het zaad overwintert zelf in de grond.
- Ruim de planten in oktober op, of laat ze staan als je wilt dat het zaad zich uitzaait. Bakken kun je leegmaken en droog bewaren.
Ziektes en plagen
- Rot aan de voet: Bij te natte of zware grond verkleurt en verwelkt de plant aan de voet. Zaai in doorlatende grond, geef matig water en gebruik bakken met gaten in de bodem.
- Grijsschimmel: Grijs pluis op verwelkte bloemen bij vochtig weer. Verwijder aangetaste delen en zorg voor voldoende ruimte en luchtstroom.
- Bladluis: Kleine groene of zwarte luizen op jonge scheuten. Afspuiten met water, of laten opruimen door lieveheersbeestjes.
- Weinig bloemen: Meestal te veel schaduw of te rijke grond. Kies een zonnige plek en bemest niet te veel.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien bij 15–20 °C.
- April: Binnen zaaien. Zaailingen licht en koel zetten.
- Mei: Rechtstreeks buiten zaaien en jonge plantjes uitplanten.
- Juni: De bloei begint. Opnieuw zaaien voor een latere bloei.
- Juli: Volle bloei. Zo nodig lichtjes terugknippen na de eerste bloei.
- Augustus: Bloei. Matig water geven, vooral in bakken.
- September: Laatste bloei. Zaad verzamelen.
- Oktober: Afgestorven planten opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Gipskruid bevat saponinen, vooral in de wortel en de zaden: opeten geeft braken, buikpijn en diarree, bij kleine kinderen en ook bij katten en honden. Het grootste risico zit binnen: gipskruid staat in veel boeketten, en katten knabbelen graag aan de fijne, droge takjes. Zet een vaas of droogboeket met gipskruid buiten het bereik van katten en kleine kinderen, en ruim afgevallen bloemetjes op. De wortel werd vroeger als zeep gebruikt; maak er niets van om in te nemen. Het sap kan bij gevoelige mensen de huid irriteren: draag handschoenen als je veel snijdt. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Gypsophila komt uit het Grieks en betekent zoiets als gipsminnend of kalkminnend.
- Het muurgipskruid hoort bij de anjerfamilie, net als anjer, vogelmuur en zeepkruid.
- De bloemetjes zijn maar enkele millimeters groot: het effect komt van de massa, niet van de afzonderlijke bloem.