
Foto: Krzysztof Ziarnek, CC BY-SA 3.0 · bron
Water- of oeverplant · Primulaceae
Moeraswederik
Lysimachia thyrsiflora
In andere talen: Lysimaque thyrsiflore (Français) · Tufted loosestrife (English)
Moeraswederik is een inheemse vaste plant van venen, moerassen en natte oevers in het noorden van Europa, Azië en Noord-Amerika. In België is hij zeldzaam. Uit een kruipende wortelstok groeien rechte, onvertakte stengels van zo’n 50 cm met smalle, lancetvormige bladeren. Van mei tot juli verschijnen in de bladoksels, halverwege de stengel, dichte, ronde trosjes gele bloempjes met lange meeldraden, die eruitzien als donzige kwastjes. Het is een bescheiden maar heel eigen plant voor de natte rand van een natuurvijver of een moerasbed, en een mooie manier om een zeldzame soort een plekje te geven.
Let op: Een zeldzame inheemse soort: haal hem nooit uit de natuur, maar koop planten bij een kweker. Hij breidt zich met wortelstokken uit; zet nooit planten of plantenresten uit in sloten of moerassen in de natuur.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een moeraswederik?
- Groeivorm
- Rechte, onvertakte stengels van 40–50 cm uit een kruipende wortelstok; een groep wordt zo’n 40 cm breed en breidt langzaam uit.
- Blad
- Smal lancetvormig, 5–10 cm, tegenoverstaand en zittend aan de stengel; fris- tot donkergroen.
- Bloem
- Dichte, ronde trosjes van 1–3 cm op een steeltje in de bladoksels halverwege de stengel, van mei tot juli.
- Kleur
- Geel; de lange meeldraden steken boven de smalle kroonblaadjes uit en maken de trosjes donzig.
- Wortels
- Kruipende wortelstokken in natte grond of ondiep water.
Bloei: mei–juli · Planten: april–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een zeldzame inheemse soort die je in de tuin een veilige plek kunt geven.
- Bijzondere gele bloemkwastjes in de bladoksels, van mei tot juli.
- Bijen en zweefvliegen bezoeken de bloemen.
- Groeit waar het echt nat is: in drassige, venige grond en tot 10 cm onder water.
- Rechte, frisgroene stengels die de vijverrand een natuurlijke uitstraling geven.
Waar staat een moeraswederik graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Natte, venige of lemige grond, zuur tot neutraal; kalkrijke grond en kalkrijk water vermijden.
- Moeraszone: van drassige oever tot 10 cm onder het wateroppervlak.
- De grond mag nooit uitdrogen, ook niet in de zomer.
- Reken op zo’n 40 cm per plant, op een plek waar hij niet door grote woekeraars verdrongen wordt.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,5 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Waterdrieblad: Witte, gefranjerde bloemen in het voorjaar, in dezelfde zure, natte grond.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Blauwe bloemetjes aan de voet, terwijl de wederik geel bloeit.
- Wateraardbei: Een inheemse moerasplant met donkerpurperen bloemen, ook voor venige grond.
- Gele lis: Grote gele bloemen in dezelfde periode, met hoog, stevig blad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een moeraswederik?
Planten in april–juni.
- Plant van april tot juni.
- Gebruik in de vijver een mand met zure, lemige vijveraarde, eventueel aangevuld met wat bladaarde; geen potgrond met kunstmest.
- Zet de plant even diep als in de pot, druk aan en dek de mand af met grind.
- Zet de mand op 0–10 cm onder water, of plant direct in de natte oever.
- Hou 30–40 cm tussen de planten.
- Vul bij met regenwater en hou de grond de eerste weken goed nat.
Verzorgen
- Waterpeil
- Hou de voet altijd nat; vul in droge zomers bij met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig: hij houdt van een schrale, natte plek.
- Uitlopers
- Steek uitlopers die te ver gaan in het voorjaar af.
- Oude stengels
- Laat ze staan tot het einde van de winter: ze beschermen de wortelstok en geven insecten een schuilplek.
- Delen
- Om de drie à vier jaar in april delen, als het midden van de pol kaal wordt.
Tip: Plant hem in een eigen mand in de natte rand, weg van grote woekeraars: zo krijgt deze bescheiden plant de ruimte om zich langzaam uit te breiden.
Wanneer snoei je een moeraswederik?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. Knip in maart de afgestorven stengels van vorig jaar af.
Hoe:
- Knip in maart oude stengels af tot net boven de grond of het water, voor de nieuwe scheuten opkomen.
- Laat de stengels in de herfst staan: ze beschermen de wortelstok en bieden insecten een schuilplek.
- Uitgebloeide trosjes hoef je niet weg te knippen.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april–mei een stuk wortelstok met een paar scheuten afsteken en apart planten in natte grond of een mand.
- Uitlopers
- Gewortelde uitlopers kun je in het voorjaar losmaken en in een nieuwe mand zetten.
Hoe komt een moeraswederik de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: hij komt uit koude streken en heeft geen bescherming nodig.
- De stengels sterven in de herfst af; de wortelstok overwintert in de natte grond.
- Ook in een kuip kan hij buiten blijven; zorg alleen dat de grond nooit uitdroogt.
Ziektes en plagen
- Weinig bloei: Niet elke stengel bloeit; in de schaduw en in te droge grond bloeit hij nog minder. Geef hem een zonnige, natte plek.
- Bladluis: Op jonge scheuten in het voorjaar. Spuit ze af met water; lieveheersbeestjes doen de rest.
- Slakken: Vreten aan jonge scheuten op de oever. Zoek ze ’s avonds weg.
- Verdrongen: Grote woekeraars zoals riet of lisdodde overgroeien hem. Geef hem een eigen mand of plek.
- Gele, kwijnende bladeren: Vaak een teken van kalkrijk water of grond. Vul bij met regenwater.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen.
- April: Planten of scheuren. Nieuwe scheuten komen op.
- Mei: Bloei begint in de bladoksels.
- Juni: Volle bloei. Laatste plantmaand. Bijvullen met regenwater.
- Juli: Laatste bloemen. Waterpeil in het oog houden.
- Augustus: Water bijvullen bij droogte.
- Oktober: Stengels laten staan als winterbescherming.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bloemen zitten niet aan de top maar halverwege de stengel, in de bladoksels: daaraan herken je hem meteen tussen andere wederiken.
- De naam thyrsiflora verwijst naar de dichte bloeiwijze, een thyrsus, genoemd naar de staf van de Griekse god Dionysus.
- Hij groeit op het hele noordelijk halfrond, van Scandinavië en Siberië tot Canada.