Foto: Hamsterdancer, CC BY-SA 3.0 · bron
Siergras · Poaceae
Olifantsgras
Miscanthus × giganteus
In andere talen: Herbe à éléphant (Français) · Giant miscanthus (English)
Olifantsgras is een reuzengras dat ontstond uit een natuurlijke kruising tussen twee Aziatische soorten, Miscanthus sinensis en Miscanthus sacchariflorus. Het werd in de jaren 1930 uit Japan naar Europa gebracht. Elk voorjaar schieten uit de wortelstokken stevige, bamboeachtige stengels op die in één seizoen 3 m of hoger worden, met lange, overhangende bladeren met een witte middennerf. Bij ons bloeit hij zelden, en hij vormt geen kiemkrachtig zaad: hij is steriel. Tuiniers gebruiken hem als snelgroeiend zomerscherm, als achtergrond voor grote borders en als blikvanger bij een vijver.
Let op: Ruim van aanleg: hij wordt 3 m hoog en elk jaar wat breder, dus plant hem niet te dicht bij paden, muren of kleine planten. De bladranden zijn scherp: draag handschoenen bij het snoeien en zet hem niet waar kleine kinderen spelen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
3 m
hoog, 1,5 m breed
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een olifantsgras?
- Groeivorm
- Dichte, rechtopgaande pol van 3 m hoog en 1–1,5 m breed, die langzaam breder wordt.
- Stengels
- Vingerdik, stevig en bamboeachtig; ze blijven in de winter meestal rechtop staan.
- Blad
- Lang, smal en overhangend, groen met een witte middennerf; in de herfst geelbruin tot strokleurig.
- Bloei
- Bloeit bij ons zelden of niet; alleen na een warme, lange zomer soms late, zilverige pluimen zonder kiemkrachtig zaad.
- Wortels
- Dikke wortelstokken; de pol wordt elk jaar wat breder, maar loopt niet ver weg zoals bamboe.
Planten: maart–mei · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groeit elk jaar opnieuw uit tot een groen scherm van 3 m: zomerse privacy zonder haag.
- Zaait zich niet uit, omdat hij steriel is.
- Mooi ritselend blad in de wind en in de winter een stevig, strokleurig silhouet.
- Weinig werk: één snoeibeurt per jaar.
- De gehakselde stengels zijn een prima mulch voor de rest van de tuin.
Waar staat een olifantsgras graag?
- Volle zon; in de schaduw blijft hij lager en slapper.
- Elke voedzame grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal tot vochtig; op vochtige grond, ook langs een vijverrand, groeit hij het hoogst. Op droge zandgrond in de zomer water geven.
- Een open plek, maar niet volop in de wind: najaarsstormen kunnen de hoge stengels plat leggen.
- Plant op 1–1,5 m van elkaar en op minstens 1 m van paden, muren en kleine planten; als scherm op 1 m.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 3 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Koninginnekruid: Grote, roze schermen in de nazomer, ook op vochtige grond.
- Vaste zonnebloem: Gele bloemen tot in oktober, even groot en stevig.
- Kattenstaart: Roze aren op vochtige grond en bij de vijver.
- Zonnehoed: Roze of gele bloemen vooraan, laag tegen het hoge gras.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een olifantsgras?
Planten in maart–mei.
- Plant in maart–mei, als de grond opwarmt: dan wortelt hij het snelst.
- Graaf een ruim plantgat en meng er compost of goed verteerde stalmest door.
- Zet de plant even diep als in de pot, of leg stukken wortelstok 5–10 cm diep.
- Hou 1–1,5 m tussen de planten; voor een scherm volstaat 1 m.
- Geef meteen flink water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
- Mulch met compost of met gehakselde stengels van vorig jaar.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte ruim water. Later alleen bij lange droogte, zeker op zandgrond.
- Bemesten
- In april wat compost; meer is niet nodig.
- Geduld
- Hij loopt pas laat uit, vaak in mei. Het eerste jaar blijft hij lager; vanaf het tweede of derde jaar haalt hij zijn volle hoogte.
- Wortelstokken
- De pol wordt elk jaar breder. Steek de rand in het voorjaar af als hij te veel ruimte inneemt.
- Mulchen
- Een laag compost of gehakselde stengels in het voorjaar houdt de grond vochtig.
Tip: Bind de stengels in maart eerst samen met een touw en knip ze dan in één keer af: zo heb je een nette bundel die je zo naar de hakselaar draagt.
Wanneer snoei je een olifantsgras?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Snoei alle stengels in maart af, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Knip of zaag alle stengels af tot 10–15 cm boven de grond; een heggenschaar of snoeizaag werkt het best.
- Bind de stengels eerst samen met een touw: dan vallen ze niet alle kanten op en voer je ze makkelijk af.
- Hakselen en gebruiken als mulch of op de composthoop.
- Wacht niet te lang: anders knip je de jonge scheuten mee af.
Let op: Draag handschoenen en lange mouwen: de bladranden zijn ruw en scherp en kunnen kleine snijwondjes geven.
Vermeerderen
- Scheuren
- In april een stuk wortelstok met een paar knoppen van de rand afsteken of afzagen en meteen planten. Oude pollen zijn zeer taai: gebruik een scherpe spade of een zaag.
- Zaad
- Niet mogelijk: olifantsgras is steriel en vormt geen kiemkrachtig zaad.
Hoe komt een olifantsgras de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C; gevestigde planten hebben in België geen bescherming nodig.
- Jonge planten in hun eerste winter: een laag mulch over de voet beschermt de wortelstokken tegen strenge vorst.
- Laat de stengels de hele winter staan: ze zijn mooi met rijp en beschermen de voet.
- Voor een pot is hij minder geschikt: hij wordt te groot en droogt snel uit.
Ziektes en plagen
- Late uitloop: Tot in mei geen groen: geen paniek, dat is normaal voor dit warmteminnende gras.
- Omvallende stengels: Na herfststormen of op een te schaduwrijke plek. Kies een zonnige, wat beschutte plek en knip omgevallen stengels gewoon af.
- Kaal hart: Oude pollen sterven in het midden af. Graaf in april het dode hart uit en vul aan met compost, of scheur de pol.
- Te breed: De pol schuift langzaam op. Steek de rand elk voorjaar af.
Het jaar rond
- Januari: Stengels laten staan als wintersilhouet.
- Maart: Alle stengels afknippen tot 10–15 cm. Planten.
- April: Planten en scheuren. Compost geven.
- Mei: Nieuwe scheuten verschijnen. Planten. Water geven bij droogte.
- Juni: Snelle groei. Water geven bij droogte.
- Juli: Het scherm sluit. Water geven bij lange droogte.
- Augustus: Volle hoogte, 3 m of meer.
- Oktober: Het blad kleurt geelbruin.
- November: Stengels laten staan.
- December: Winterse stengels met rijp.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij is triploïd: hij heeft drie sets chromosomen en kan daardoor geen kiemkrachtig zaad vormen. Daarom zaait hij zich nooit uit.
- In Europa wordt hij ook op akkers geteeld als energiegewas: de droge stengels worden geoogst als biomassa.
- Een Deense kweker bracht hem in de jaren 1930 uit Japan naar Europa; bijna alle planten bij ons zijn vegetatief uit dat materiaal vermeerderd.