
Foto: Fibonacci (talk), CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitplant · Passifloraceae
Passievrucht
Passiflora edulis
In andere talen: Fruit de la passion (Français) · Passion fruit (English)
De passievrucht is een groenblijvende klimplant uit Zuid-Amerika, van het zuiden van Brazilië tot Paraguay en het noorden van Argentinië. Ze klimt met ranken, groeit snel en heeft glanzend, drielobbig blad. Van juni tot september verschijnen prachtige witte bloemen met een krans van paars-witte draden, gevolgd door ronde, paarse vruchten vol geurige, sappige zaadjes. Bij ons is ze niet winterhard: je kweekt ze in een serre of in een grote pot die in de zomer op een warm terras staat en vorstvrij overwintert. Naast de paarse vorm bestaat er een geelvruchtige vorm, die vooral in warmere, tropische streken gekweekt wordt.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
4 m
hoog, 2 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Hoe herken je een passievrucht?
- Groeivorm
- Krachtige klimplant met ranken; in een pot of serre 3–5 m lang.
- Blad
- Glanzend donkergroen, 8–15 cm, meestal diep drielobbig met een gezaagde rand.
- Bloem
- 5–7 cm breed, witte kroonblaadjes met een krans van paarse en witte draden; elke bloem is maar één dag open.
- Vrucht
- Rond tot eivormig, 5–8 cm, paars als hij rijp is. Binnenin zaadjes in een sappig, geurig geel omhulsel: dat eet je.
- Ranken
- Lange, kurkentrekkerachtige ranken waarmee hij zich vastgrijpt aan draad of gaas.
Bloei: juni–september · Oogst en vruchten: september–november · Zaaien: februari–maart · Planten: mei–juni · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Spectaculaire bloemen van juni tot september, elk met een ingewikkelde krans van draden.
- Eigen passievruchten, met zoetzuur, geurig vruchtvlees.
- Een snelle groeier die in één seizoen een rek of een serrewand bedekt.
- Bijen en hommels bezoeken de bloemen.
- Groenblijvend glanzend blad, ook als hij binnen overwintert.
Waar staat een passievrucht graag?
- Volle zon en warmte: in een serre of op het warmste, beschutte plekje van het terras.
- Doorlatende zand- of leemgrond of goede potgrond, zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig: regelmatig water in de groei, nooit natte voeten.
- Een stevig rek, draden of gaas om tegen te klimmen.
- In een pot van minstens 30–40 liter; in de volle serregrond houdt hij het langst vol.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 4 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: binnen overwinteren (boven 2 °C)
Mooi samen met
- Kaapse kruisbes: Nog een warmteminnende fruitplant voor de serre of het terras.
- Tomaat: Dezelfde warme serre, dezelfde kaliumrijke mest.
- Citroen: Een kuipplant die ook licht en koel overwintert.
- Basilicum: Een geurend kruid in een pot aan de voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een passievrucht?
Planten in mei–juni.
- Zet hem in mei of juni in de serre of buiten, als het niet meer vriest en de nachten zacht zijn.
- Kies een grote pot met een drainagegat en vul met potgrond gemengd met wat compost en zand.
- In de serre: graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er compost door.
- Zet de plant even diep als in de oude pot en leid de scheuten meteen naar het rek of de draden.
- Geef meteen water en houd de grond daarna gelijkmatig vochtig.
- Leg een dun laagje mulch op de pot of het plantgat om uitdrogen te beperken.
Verzorgen
- Water
- In de zomer regelmatig, in een pot soms dagelijks. In de winter veel minder: de grond mag dan bijna droog zijn.
- Bemesten
- Van mei tot september om de twee weken een vloeibare mest rijk aan kalium, zoals tomatenmest. Te veel stikstof geeft veel blad en weinig bloemen.
- Steun
- Leid de nieuwe scheuten regelmatig langs het rek; ze grijpen zich verder zelf vast.
- Bestuiving
- In de serre helpt het om rond het middaguur met een penseeltje stuifmeel van bloem naar bloem te brengen.
- Verpotten
- In maart–april, als de pot vol wortels zit. Een iets te kleine pot bevordert de bloei.
Tip: Laat de vruchten aan de plant hangen tot ze rimpelig worden en vanzelf vallen: dan zijn ze op hun zoetst. Snijd ze doormidden en lepel het vruchtvlees met de zaadjes eruit.
Wanneer snoei je een passievrucht?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei begint. In de zomer kun je wat uitdunnen als hij te dicht wordt.
Hoe:
- Laat een paar sterke hoofdstengels staan langs het rek.
- Knip de zijscheuten van vorig jaar terug tot twee à drie knoppen: hij bloeit op nieuwe scheuten.
- Haal dode, zwakke en in elkaar verstrengelde scheuten weg, zodat er licht en lucht in de plant komt.
- Knip in de zomer te lange scheuten in die nergens meer heen kunnen.
Let op: Snoei nooit kort voor of tijdens de vruchtrijping: aan die takken hangen de vruchten.
Vermeerderen
- Zaaien
- In februari–maart binnen. Was de zaadjes van een rijpe vrucht schoon, laat ze een nacht weken en zaai ze 0,5 cm diep bij 20–25 °C. Ze kiemen in twee tot vier weken, soms trager.
- Halfrijpe stekken
- In juni–juli stekken van 10–15 cm met twee à drie bladeren, in vochtige stekgrond onder plastic bij 20–25 °C. Na enkele weken wortels.
Hoe komt een passievrucht de winter door?
Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: bij temperaturen rond 2 °C loopt hij al schade op. Zet hem in oktober, voor de eerste nachtvorst, binnen.
- Overwinter hem licht en vorstvrij, bij voorkeur bij 8–15 °C, in een serre, veranda of lichte kamer.
- Geef in de winter weinig water en geen mest; wat bladverlies is dan normaal.
- Zet hem pas na half mei weer buiten, als de nachten warm genoeg zijn.
Ziektes en plagen
- Geen vruchten: Te koel, te weinig zon of geen bestuiving. Kies de warmste plek en bestuif met een penseeltje.
- Spint: Gespikkeld, dof blad met fijne spinseltjes in een warme, droge serre. Het blad afsproeien en de lucht vochtiger maken.
- Witte vlieg en wolluis: Kleine witte vliegjes of witte pluisjes en kleverig blad. Gele vangkaarten ophangen en wolluis wegvegen met zeepsop.
- Wortelrot: Slap, geel blad terwijl de grond nat is: te veel water, vooral in de winter. Minder gieten en zorgen voor een goed drainerende pot.
Het jaar rond
- Januari: Licht en vorstvrij binnen. Weinig water.
- Februari: Binnen zaaien.
- Maart: Snoeien. Zaaien. Verpotten.
- April: Meer water geven. Scheuten aanbinden.
- Mei: Na half mei naar buiten of in de serre planten. Beginnen met bemesten.
- Juni: Bloei. Met een penseeltje bestuiven. Planten.
- Juli: Bloei. Om de twee weken mest. Stekken.
- Augustus: Bloei. De vruchten groeien.
- September: Vruchten rijpen. Laatste bemesting.
- Oktober: Rijpe, gevallen vruchten oprapen. Voor de vorst binnen zetten.
- November: Licht en koel binnen. Minder water.
- December: Licht en vorstvrij binnen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (september–november)
- Passievruchten rijpen bij ons enkel in de serre, of aan een plant in een grote pot die in de zomer op een warm, beschut terras staat; in een pot zijn het er meestal niet veel. Na de bloei hebben ze twee à drie maanden nodig. Ze zijn rijp als ze helemaal paars zijn en vanzelf vallen of bij een lichte aanraking loskomen; raap ze elke dag op. Laat ze daarna nog een paar dagen op kamertemperatuur liggen tot de schil rimpelt: dan zijn ze op hun zoetst. Snijd ze doormidden en lepel het geurige, gele vruchtvlees met de zwarte zaadjes eruit. De zaadjes eet je mee, of je zeeft ze eruit voor sap, curd of een saus. De schil eet je niet.
- Bewaring
- Rijpe, gerimpelde vruchten houden een week op kamertemperatuur en tot twee weken in de koelkast. Het vruchtvlees kan je met zaadjes en al in een ijsblokjesvorm invriezen, tot 6 maanden: handig voor yoghurt, sauzen en drankjes.
Let op: Eet enkel rijpe vruchten: paars en liefst gerimpeld. Onrijpe, groene vruchten en het blad bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vormen: eet ze niet. Verwar de passievrucht niet met de winterharde blauwe passiebloem (Passiflora caerulea): de oranje vruchten daarvan zijn flauw en nauwelijks eetbaar, en deze recepten zijn er niet voor bedoeld. De plant is niet winterhard: overwinter hem licht en vorstvrij, bij 8–15 °C. Eet geen vruchten die al aan een pas gekochte plant hingen: sierplanten worden soms behandeld met middelen die voor voedsel niet toegelaten zijn.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Passievruchtcurd (Andere · ± 250 ml · 30 min)
- Panna cotta met passievrucht (Gerecht · 4 personen · 20 min + 4 uur opstijven)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam passiebloem komt van Spaanse missionarissen, die in de bloem symbolen van het lijden van Christus zagen, zoals de doornenkroon in de krans van draden.
- Wat je eet, zijn de zaadjes met hun sappige, geurige omhulsel; de schil eet je niet.
- De geelvruchtige vorm geeft grotere en zuurdere vruchten en groeit vooral in warmere, tropische streken.