Kranssalomonszegel (Polygonatum verticillatum)

Foto: Jeffdelonge, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Asparagaceae

Kranssalomonszegel

Polygonatum verticillatum

In andere talen: Sceau de Salomon verticillé (Français) · Whorled Solomon's seal (English)

De kranssalomonszegel is een inheemse plant van koele, vochtige bossen en bosranden in Europa en Azië, vooral in berggebieden. Anders dan de andere salomonszegels staan de stengels recht omhoog, tot ongeveer 1 m hoog. Het smalle, spitse blad zit in kransen van drie tot zes of meer rond de stengel, zodat de plant licht en luchtig oogt. In mei en juni hangen er kleine, groenwitte klokjes aan, en in de late zomer volgen bessen die rood kleuren. Hij is een prachtige plant voor een koele, humusrijke schaduwtuin tussen varens. Alle delen zijn giftig.

Let op: Giftig: alle delen, vooral de bessen en de wortelstok, zijn giftig voor mensen en huisdieren. Houd kinderen, katten, honden en grazend vee uit de buurt van de bessen, draag handschoenen bij het delen en was je handen na het werken.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Leem of klei

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    mei–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierJa, let op met kinderen en huisdieren
Bloeimei–juni

Herkennen

Hoe herken je een kranssalomonszegel?

Groeivorm
Rechtopgaande pol van 60–100 cm hoog en ongeveer 40 cm breed, met rechte stengels uit een kruipende wortelstok.
Blad
Smal lancetvormig en spits, in kransen van drie tot zes (soms meer) rond de stengel; in de herfst geel.
Bloem
Kleine, hangende, groenwitte klokjes, 1–3 per bladoksel, van mei tot juni. Ze geuren niet.
Vrucht
Bessen die in de late zomer rood kleuren. Ze zijn giftig.
Wortels
Kruipende wortelstok met ronde littekens van afgestorven stengels; de pol breidt langzaam uit.

Bloei: mei–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Rechte, sierlijke stengels met kransen smal blad, een lichte structuur voor de schaduwborder.
  • Kleine, groenwitte klokjes in mei en juni waar bijen en hommels op afkomen.
  • Rode bessen in de late zomer, anders dan de blauwzwarte bessen van de andere soorten.
  • Een inheemse plant die goed past in een natuurlijke schaduwtuin of boskant.
  • Volledig winterhard (tot ongeveer −30 °C) en weinig werk.

Waar staat een kranssalomonszegel graag?

  • Halfschaduw tot schaduw, het liefst koel en beschut.
  • Humusrijke, vochthoudende leem of klei, zuur tot neutraal.
  • Normaal vochtig: laat de grond in de zomer niet helemaal uitdrogen.
  • Mooi tussen varens, onder heesters en bomen, of aan de rand van een bos.
  • Reken op 30–40 cm per plant.
Licht
Halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of klei
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
1 m hoog, 0,4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Varens: Fijn, groen blad in dezelfde koele schaduw.
  • Hosta: Breed blad dat contrasteert met de smalle bladkransen.
  • Astilbe: Pluimen in roze en wit in de zomer, in dezelfde vochtige halfschaduw.
  • Geitenbaard: Een hoge, luchtige plant voor koele schaduw met crèmewitte pluimen.
  • Lenteroos: Bloeit in de winter en het vroege voorjaar, voor de salomonszegel tevoorschijn komt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kranssalomonszegel?

Planten in maart–april en september–oktober.

  1. Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of drassig is.
  2. Werk een paar scheppen compost of bladcompost door de grond.
  3. Leg de wortelstok horizontaal, ongeveer 3–5 cm onder het oppervlak; een plant uit een pot zet je even diep als in de pot.
  4. Houd 30–40 cm afstand tussen de planten.
  5. Geef meteen water en houd de grond de eerste weken vochtig.
  6. Leg een laagje bladcompost rond de planten om de grond koel en vochtig te houden.

Verzorgen

Water
Houd de grond licht vochtig, vooral het eerste jaar en in droge zomers.
Bemesten
In het voorjaar een laagje compost of bladcompost; meer is zelden nodig.
Mulchen
Een laagje bladcompost in het voorjaar houdt de grond koel en vochtig.
Afgestorven stengels
Laat ze in de herfst staan voor de gele herfstkleur en knip ze in maart weg.
Ongemoeid laten
Hij houdt niet van verplaatsen. Laat de pol rustig groeien; delen kan na een paar jaar.

Tip: Geef hem een koele, vochtige plek en laat hem ongemoeid: hij breidt langzaam uit en wordt met de jaren indrukwekkender. Controleer in mei–juni op larven van de bladwesp.

Wanneer snoei je een kranssalomonszegel?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid; knip de afgestorven stengels in maart weg, voor de nieuwe scheuten doorkomen.

Hoe:

  • Knip de verdorde stengels in maart dicht bij de grond af.
  • Knip stengels waarvan de bladeren door larven kaalgevreten zijn in de zomer af en voer ze af.
  • Laat de rest van het jaar de stengels met rust.

Let op: Draag handschoenen: de bessen en de wortelstok zijn giftig. Was je handen na het werken.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In september–oktober of in maart: graaf de wortelstok uit en deel hem in stukken van minstens 5–8 cm met één of meer knoppen. Leg ze horizontaal in de grond, ongeveer 3–5 cm diep.
Zaaien
Zaai de zaden uit de bessen in de herfst in een zaaibak en zet die buiten. Kieming is traag en kan een jaar of langer duren; draag handschoenen bij het schoonmaken van de bessen.

Hoe komt een kranssalomonszegel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • De stengels sterven in de herfst af; de wortelstok blijft ondergronds en loopt in het voorjaar weer uit.
  • In een pot: zet hem beschut en laat de grond niet helemaal uitdrogen. Wikkel de pot bij strenge vorst in jute.

Ziektes en plagen

  • Bladwesp: In mei en juni vreten grijsgroene larven het blad tot op de nerven kaal. Verzamel de larven met de hand, knip zwaar aangetaste stengels af en voer ze af.
  • Slakken: Jonge scheuten worden in het voorjaar aangevreten. Zoek ze ’s avonds op en bescherm de scheuten.
  • Bruine bladranden: Het blad verdort bij te veel zon of droogte. Geef meer schaduw en water.
  • Rot in natte grond: De wortelstok rot in drassige grond. Zorg voor goede afwatering.

Het jaar rond

  • Maart: Afgestorven stengels wegknippen. Planten of delen.
  • April: Planten. Nieuwe scheuten beschermen tegen slakken.
  • Mei: Begin van de bloei. Letten op larven van de bladwesp.
  • Juni: Bloei. Larven verzamelen; bij droogte water geven.
  • Juli: Water geven bij droogte.
  • Augustus: Bessen worden rood. Ze zijn giftig.
  • September: Planten of delen. Gele herfstkleur begint.
  • Oktober: Planten of delen. Herfstkleur.
  • December: Rust. Alleen de wortelstok overwintert in de grond.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Niet eetbaar. Salomonszegel is in al zijn delen giftig, vooral de blauwzwarte bessen, die kinderen kunnen aantrekken. De jonge scheuten in het voorjaar lijken op asperges, maar zijn niet om te eten. Ook giftig voor honden en katten. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De soortnaam verticillatum betekent ‘in kransen’ en verwijst naar de bladeren, die in kransen rond de stengel staan.
  • Anders dan de andere salomonszegels, die blauwzwarte bessen krijgen, krijgt deze soort rode bessen.
  • De stengels staan recht omhoog, terwijl die van de gewone en de welriekende salomonszegel sierlijk overbuigen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…