
Foto: Christian Fischer, CC BY-SA 3.0 · bron
Water- of oeverplant · Potamogetonaceae
Drijvend fonteinkruid
Potamogeton natans
In andere talen: Potamot nageant (Français) · Broad-leaved pondweed (English)
Het drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans) is een inheemse waterplant van stilstaand en traag stromend water, die in heel Europa voorkomt. Hij wortelt in de modderbodem en stuurt lange, soepele stengels omhoog met ovale, leerachtige drijfbladeren die op het water liggen. In de zomer steken onopvallende, groenbruine bloemaren boven het water uit. De drijfbladeren geven schaduw en schuilplaats aan vissen en kikkervisjes. In een natuurvijver is hij een echte aanwinst, maar in een kleine vijver kan hij gaan overheersen, dus houd hem in toom.
Let op: Hij verspreidt zich met wortelstokken en kan in een kleine vijver snel alles overwoekeren. Plant hem in een mand, houd hem in toom en gooi weggehaalde stukken niet in sloten of natuurlijk water.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,05 m
hoog, 1 m breed
| Snoeimaanden | mei en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,05 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een drijvend fonteinkruid?
- Groeivorm
- Waterplant met ondergedoken stengels en drijfbladeren; hij kan zich tot 1 m en meer uitbreiden.
- Blad
- Drijfbladeren eirond tot langwerpig, leerachtig, 5–12 cm lang, op lange stelen; soms ook smalle, bandvormige onderwaterbladeren.
- Bloem
- Onopvallende, groenbruine aren die in de zomer boven het water uitsteken.
- Wortelstok
- Kruipende wortelstok in de modder, waaruit elk jaar nieuwe scheuten komen.
- Waterdiepte
- Het best op 50–150 cm diepte; de stelen groeien mee naar het oppervlak.
Planten: april–juni · Snoeien: mei en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De drijfbladeren geven schaduw en schuilplaats aan vissen, kikkervisjes en andere waterdiertjes.
- Ze bedekken een deel van het wateroppervlak en houden het water koeler en frisser.
- Libellen en waterjuffers rusten graag op de drijfbladeren.
- Een inheemse soort die in een natuurvijver op zijn plaats is.
- Volledig winterhard en weinig werk: jaar na jaar komt hij vanzelf terug.
Waar staat een drijvend fonteinkruid graag?
- Volle zon tot lichte halfschaduw: de drijfbladeren hebben licht nodig.
- Stilstaand tot traag water; geen sterke stroming, fontein of waterval vlak erbij.
- Waterdiepte 50–150 cm, gemeten vanaf de bodem waarin hij wortelt.
- Een modderige of leemachtige bodem; in een mand: arme leem- of kleigrond voor vijverplanten.
- Reken op 1 m en meer ruimte: hij breidt zich uit met wortelstokken.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,05 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Waterlelie: Andere drijfbladeren en grote bloemen; plant ze op afstand zodat ze elkaar niet verdringen.
- Waterviolier: Onderwaterplant die in het voorjaar bloeit en het water zuurstof geeft.
- Hoornblad: Zuurstofplant onder water, schuilplaats voor jonge vissen.
- Zwanenbloem: Roze schermen in de zomer in de oeverzone.
- Gele lis: Gele bloemen in mei–juni in de moerasrand van de vijver.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een drijvend fonteinkruid?
Planten in april–juni.
- Plant in april–juni, als het water begint op te warmen.
- Gebruik een vijvermand van minstens 20 cm doorsnede en vul die met arme leem- of kleigrond voor vijverplanten, geen potgrond of compost.
- Leg de wortelstok horizontaal in de grond met de groeitop vrij en dek de grond af met een laag grind.
- Zet de mand eerst op een steen, zodat de bladeren het oppervlak halen.
- Laat de mand dieper zakken naarmate de stengels groeien, tot 50–150 cm.
Verzorgen
- Water
- Houd de vijver goed gevuld. Vul bij verdamping aan met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig en ongewenst: voedselrijk water geeft algen.
- Uitdunnen
- Haal overtollige groei weg zodat hooguit de helft van het wateroppervlak bedekt is.
- Dode bladeren
- Vis in de herfst vergeelde bladeren en stengels uit het water om slib te beperken.
- Delen
- Haal de mand om de 3–4 jaar uit de vijver en deel de wortelstok.
Tip: Plant hem in een mand en zet die eerst hoog, zodat de eerste stengels het oppervlak halen. Laat de mand pas zakken naarmate ze groeien en dun elk jaar uit, zodat hij niet de hele vijver inneemt.
Wanneer snoei je een drijvend fonteinkruid?
Snoeimaanden: mei en september.
Wanneer: Uitdunnen in mei–juni als de groei te dicht wordt; opruimen in september.
Hoe:
- Haal overtollige stengels met een hark of net uit het water, of knip ze af onder het wateroppervlak.
- Knip of vis in september vergeelde bladeren en stengels weg.
- Leg het weggehaalde materiaal een dag aan de rand van de vijver, zodat waterdiertjes terug in het water kunnen kruipen.
Let op: Gooi weggehaalde stukken niet in sloten of natuurlijk water: ze kunnen daar gaan groeien.
Vermeerderen
- Delen
- In april–juni stukken wortelstok van 10–15 cm met minstens één groeitop afsteken en in een mand met arme leemgrond planten. Eerst hoog zetten en laten zakken naarmate de stengels groeien.
Hoe komt een drijvend fonteinkruid de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C, zolang de wortelstok in de modder onder de vorstgrens ligt. Zorg voor een zone van minstens 80 cm diep.
- De drijfbladeren sterven in de herfst af; de wortelstok overwintert in de modder en in het voorjaar komen nieuwe scheuten.
- Houd bij langdurige vorst een stukje water ijsvrij, bijvoorbeeld met een ijsvrijhouder, zodat gassen kunnen ontsnappen.
Ziektes en plagen
- Overwoekering: Een te dicht tapijt laat weinig licht door en gaat ’s nachts zuurstof verbruiken. Dun uit in mei–juni.
- Bladluis: Op de drijfbladeren in de zomer. Met een waterstraal afspoelen; vissen eten ze ook op.
- Algen en draadwier: Te veel voedsel en licht in het water. Meer plantendekking, niet bemesten en draadwier met een hark verwijderen.
- Geen drijfbladeren: De stengels halen het oppervlak niet omdat de mand te diep staat. Zet de mand hoger.
Het jaar rond
- April: Planten zodra het water opwarmt. Mand voorbereiden.
- Mei: Planten en de mand laten zakken. Indien nodig uitdunnen.
- Juni: Planten. Te dichte groei uitdunnen.
- Juli: De drijfbladeren zijn op hun best. Onopvallende bloemaren boven het water.
- Augustus: Op bladluis letten. Overtollig groen weghalen.
- September: Dode bladeren en stengels opruimen.
- Oktober: Bladeren uit de vijver vissen.
- November: Rust: de wortelstok overwintert in de modder.
- December: Rust. Een stuk water ijsvrij houden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Potamogeton komt uit het Grieks: potamos betekent rivier en geiton buurman, dus ‘rivierbuur’.
- Op de onderkant van de drijfbladeren zitten vaak waterslakken, eitjes en insectenlarven.
- Eenden en andere watervogels eten de vruchtjes van fonteinkruiden.