Witte waterlelie (Nymphaea alba)

Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron

Water- of oeverplant · Nymphaeaceae

Witte waterlelie

Nymphaea alba

In andere talen: Nénuphar blanc (Français) · European white water lily (English)

De witte waterlelie is een inheemse waterplant van grote vijvers, meren en trage rivieren in Europa. Uit een dikke wortelstok in de modder groeien ronde, drijvende bladeren tot 30 cm breed, en van juni tot september grote witte bloemen met een hart van gele meeldraden. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten weer in de late namiddag of ’s avonds. Tuiniers kiezen hem voor de klassieke, rustige sfeer op het water, en de bladeren bieden schaduw en schuilplaatsen aan vissen en kikkers. Hij groeit sterk en is daarom enkel geschikt voor grote vijvers.

Let op: Enkel voor grote vijvers: in een kleine vijver bedekken de bladeren al snel het hele wateroppervlak. Haal nooit waterlelies uit de natuur.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,1 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Hoogte0,1 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–september

Herkennen

Hoe herken je een witte waterlelie?

Groeivorm
Wortelt op de bodem; de drijvende bladeren bedekken een oppervlak van ongeveer 2 m breed.
Blad
Rond, 10–30 cm breed, met een diepe insnijding tot aan de steel; boven glanzend groen, onder soms roodachtig.
Bloem
Wit, 10–20 cm breed, met veel bloemblaadjes rond een hart van gele meeldraden; drijft op het water.
Wortels
Een dikke, kruipende wortelstok in de modder, met lange, buigzame stelen naar het oppervlak.
Vrucht
Een ronde vrucht die onder water rijpt; de zaden drijven eerst een tijd voor ze zinken.

Bloei: juni–september · Planten: mei–juni

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Van juni tot september grote, witte bloemen op het water.
  • Een inheemse soort, ideaal voor een natuurvijver.
  • De drijvende bladeren geven schaduw en houden het water koeler, wat de groei van algen remt.
  • Vissen, kikkers en waterinsecten schuilen onder de bladeren; juffers en libellen rusten erop.
  • Volledig winterhard: hij overwintert op de bodem van de vijver.
  • Weinig werk: eens geplant, groeit hij jarenlang op dezelfde plek.

Waar staat een witte waterlelie graag?

  • Volle zon: minstens zes uur per dag, anders bloeit hij weinig.
  • Een waterdiepte van 50–150 cm boven de mand; enkel voor grote vijvers.
  • Stil water: geen fontein of waterval vlakbij, want hij houdt niet van spattend of stromend water.
  • Zware, voedzame grond: klei of leem, eventueel met wat veen; zuur tot neutraal.
  • Reken op ongeveer 2 m² wateroppervlak per plant.
Licht
Zon
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Nat
Grootte
0,1 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Gele lis: Hoge, gele bloemen aan de oever in mei–juni.
  • Zwanenbloem: Roze bloemschermen in de ondiepe zone, in de zomer.
  • Dotterbloem: Heldergeel aan de rand in het voorjaar, voor de waterlelie bloeit.
  • Grof hoornblad: Een zuurstofplant onder water die voedingsstoffen opneemt en zo algen remt.
  • Kikkerbeet: Kleine drijvende rozetten met witte bloempjes, een fijne aanvulling op het open water.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een witte waterlelie?

Planten in mei–juni.

  1. Plant in mei–juni, als het water opgewarmd is.
  2. Gebruik een ruime vijvermand, bekleed met jute of worteldoek, en vul ze met zware kleigrond, zonder gewone potgrond of mest.
  3. Leg de wortelstok schuin of plat in de grond, met de groeitop net boven het oppervlak.
  4. Dek de grond af met 2–3 cm grind, zodat ze niet wegspoelt en vissen er niet in woelen.
  5. Maak de gevulde mand eerst goed nat, zodat de lucht eruit is en de grond niet opdrijft.
  6. Zet de mand eerst op enkele stenen, zodat de bladeren het oppervlak halen, en laat ze in een paar weken zakken tot 50–150 cm diepte.

Verzorgen

Bladeren
Haal vergeelde en afgestorven bladeren regelmatig weg, zodat ze niet in de vijver rotten.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze zo diep mogelijk af voor ze onder water zinken.
Bemesten
In mei een bemestingstablet voor waterplanten diep in de mand drukken; nooit mest los in het water strooien.
Water
Vul bij verdamping aan met regenwater; leidingwater is vaak kalkrijker en voedzamer, wat algen in de hand werkt.
Scheuren
Om de 3–5 jaar, als de bladeren boven het water uit gaan staan en hij minder bloeit.

Tip: Laat de mand na het planten in stappen zakken: de jonge bladeren moeten het oppervlak kunnen halen. Pas als ze drijven, zet je hem een niveau dieper.

Wanneer snoei je een witte waterlelie?

Wanneer: Een waterlelie snoei je niet. Van juni tot oktober haal je enkel vergeelde bladeren en uitgebloeide bloemen weg.

Hoe:

  • Knip vergeelde bladeren met een lange schaar of een mes zo diep mogelijk af.
  • Haal uitgebloeide bloemen weg voor ze onder water zinken en rotten.
  • Ruim in oktober het afstervende blad op, zodat er in de winter minder slib op de bodem komt.

Let op: Trek niet aan de bladstelen: zo kan de wortelstok loskomen of beschadigd raken.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In mei–juni de mand uit het water tillen en de wortelstok in stukken van 10–15 cm snijden, elk met een groeitop. Elk stuk in een eigen mand planten.
Zaad
Kan, maar gaat traag: verse zaden in een bakje met klei onder een paar centimeter water zaaien. Het duurt enkele jaren voor een zaailing bloeit.

Hoe komt een witte waterlelie de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C, zolang de wortelstok onder de ijslaag blijft.
  • In de herfst sterft het blad af; de plant overwintert in rust op de bodem van de vijver.
  • Staat de mand in een ondiepe vijver, zet ze dan in de herfst op de diepste plek, zodat de wortelstok niet in het ijs vastvriest.
  • Niet geschikt voor een kuip: daar is te weinig ruimte en kan de wortelstok in een strenge winter bevriezen.

Ziektes en plagen

  • Weinig bloemen: Te veel schaduw, te diep water of een overvolle mand. Zorg voor meer zon, zet de mand hoger of scheur de plant.
  • Bladeren boven het water: Teken dat de mand overvol is: tijd om te scheuren.
  • Waterleliehaantje: Kleine bruine kevertjes en hun larven vreten groeven in de bladeren. Spuit ze met de tuinslang van het blad of druk de bladeren even onder water, zodat vissen ze opeten.
  • Bladluis: Donkere luizen op bladeren en knoppen in de zomer. Spuit ze met water af; vissen ruimen ze op.
  • Algen: Te veel voedingsstoffen in het water. Bemest nooit los, plant in kleigrond zonder mest en zet er zuurstofplanten bij.

Het jaar rond

  • April: De eerste bladeren komen naar boven. Mand en kleigrond klaarzetten.
  • Mei: Planten of scheuren. Een bemestingstablet in de mand drukken.
  • Juni: Planten. Eerste bloemen. Vergeelde bladeren weghalen.
  • Juli: Volle bloei. Letten op waterleliehaantje en bladluis.
  • Augustus: Bloei. Water bijvullen met regenwater.
  • September: Laatste bloemen. Uitgebloeide bloemen weghalen.
  • Oktober: Afstervend blad opruimen. Een net over de vijver spannen tegen vallend blad.
  • November: Rust op de vijverbodem.
  • December: Rust. De wortelstok overwintert onder het ijs.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Anders dan bij de meeste planten zitten de huidmondjes van de drijvende bladeren aan de bovenkant: de onderkant ligt immers op het water.
  • De bladstelen en de wortelstok zitten vol luchtkanalen, waarlangs zuurstof naar de wortels in de zuurstofarme modder gaat.
  • Elke bloem gaat een paar dagen na elkaar open en dicht; daarna zakt ze onder water, waar de vrucht rijpt.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…