Aurikel (Primula auricula)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Vaste plant · Primulaceae

Aurikel

Primula auricula

In andere talen: Oreille d’ours (Français) · Auricula (English)

De aurikel is een primula uit de bergen van Midden-Europa, zoals de Alpen, waar hij in rotsspleten op kalkrijke grond groeit. Hij vormt groenblijvende rozetten van dik, vlezig blad, vaak bedekt met een wit poederlaagje. Van maart tot mei verschijnen op stevige stelen schermen van geurende bloemen met een opvallend licht oog. De wilde soort bloeit geel, maar tuinaurikels bestaan in bijna elke kleur, van wijnrood en paars tot bruin en zelfs groen of grijs. Al sinds de zeventiende eeuw zijn het geliefde verzamelplanten, met groepen als borderaurikels, alpenaurikels, showaurikels en gevulde aurikels.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,25 m breed

  • Bloei

    maart–mei

Feiten op een rij
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimaart–mei

Herkennen

Hoe herken je een aurikel?

Groeivorm
Lage, groenblijvende rozet van ongeveer 20 cm hoog en 25 cm breed, op een korte, dikke wortelstok.
Blad
Dik, vlezig, ovaal tot spatelvormig en grijsgroen, vaak met een wit poederlaagje.
Bloem
Een scherm van meerdere bloemen op een stevige steel, elke bloem met een licht of wit oog in het midden.
Kleur
Wild geel; tuinrassen in rood, paars, roze, bruin, geel en wit. Showaurikels hebben soms een groene, grijze of witte rand.
Geur
Zoet, bij het ene ras sterker dan bij het andere.
Wortels
Vlezig en gevoelig voor rot in natte grond.

Bloei: maart–mei · Planten: maart–april en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Geurende voorjaarsbloemen van maart tot mei, in een ongewoon rijk kleurenpalet.
  • Groenblijvende rozetten van vlezig, vaak bepoederd blad: het hele jaar door mooi.
  • Compact: ideaal voor een rotstuin, een trog, een muurtje of een pot op het terras.
  • Een klassieke verzamelplant met honderden rassen, van eenvoudige borderaurikels tot verfijnde showaurikels.
  • Volledig winterhard: niet de vorst maar te veel nattigheid is zijn grootste vijand.

Waar staat een aurikel graag?

  • Zon of halfschaduw; in de zomer liefst beschut tegen felle middagzon.
  • Goed doorlatende zand- of leemgrond met wat grind, neutraal tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig in de groeitijd, maar nooit natte voeten: staand water doet de wortels rotten.
  • Ideaal in een rotstuin, tussen stenen, op een muurtje of in een pot met grind.
  • Plant op 20–25 cm van elkaar.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Neutraal of kalkrijk
Vocht
Normaal
Grootte
0,2 m hoog, 0,25 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Huislook: Ook een rotsplant voor een doorlatende trog of een muurtje.
  • Mossteenbreek: Kussens van kleine voorjaarsbloemen tussen de rozetten.
  • Druifjes: Blauwe bloemtrosjes in dezelfde periode, in een pot of rotstuin.
  • Dwergiris: Een vroeg bolgewas dat goed past in een trog met grind.
  • Rotsanjer: Grijs blad en geurende bloemen, ook voor kalkrijke, doorlatende grond.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een aurikel?

Planten in maart–april en september.

  1. Plant in maart–april of in september.
  2. Meng de tuingrond met grof zand of fijn grind; in een pot gebruik je potgrond met een derde grind of perliet en een pot met een gat in de bodem.
  3. Zet de plant even diep als in de pot: de rozet mag niet onder de grond verdwijnen.
  4. Hou 20–25 cm afstand tussen de planten.
  5. Giet aan, maar laat de grond daarna weer wat opdrogen.
  6. Leg een laagje fijn grind rond de rozet: dat houdt de hals droog en het blad schoon.

Verzorgen

Water
Matig: in de groeitijd vochtig houden, maar de bovenste laag tussendoor laten opdrogen. Giet niet in het hart van de rozet.
Bemesten
In het voorjaar wat compost of een halve dosis organische mest. Te veel mest maakt hem zacht en vatbaar voor rot.
Uitgebloeide bloemen
Knip de bloemstengels aan de voet weg als je geen zaad wilt oogsten.
Blad
Haal geel en verdroogd blad regelmatig weg; zo voorkom je grauwe schimmel.
Verpotten
In een pot elk jaar na de bloei of eind augustus verpotten in verse, doorlatende grond. Knip daarbij oude, dode wortels weg.
Zomer
Zet potten in de zomer op een koele plek in lichte schaduw.

Tip: Zet aurikels in potten op een plank tegen een muur, zoals in een ouderwets aurikeltheater: zo zie en ruik je de bloemen van dichtbij en blijven ze droog.

Wanneer snoei je een aurikel?

Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid. Na de bloei, in mei, knip je alleen de uitgebloeide bloemstengels weg.

Hoe:

  • Knip de uitgebloeide bloemstengels aan de basis af, tenzij je zaad wilt oogsten.
  • Trek geel of dood blad voorzichtig van de rozet.
  • Raak het bepoederde blad zo weinig mogelijk aan: het poeder gaat er makkelijk af.

Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zijrozetten
Na de bloei of in augustus–september de jonge zijrozetten met een stukje wortel losmaken en oppotten in doorlatende grond. Zet ze een paar weken op een beschaduwde plek.
Scheuren
Oude pollen met meerdere rozetten kun je na de bloei voorzichtig uit elkaar halen.
Zaaien
Zaad geeft planten die niet gelijk zijn aan de moederplant. Het kiemt het best na een koude periode.

Hoe komt een aurikel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in de bergen overwintert hij onder de sneeuw.
  • Het echte gevaar is winterse nattigheid: in de volle grond helpen goed doorlatende grond en een laag grind rond de hals.
  • In een pot: zet hem in de winter beschut tegen regen, onder een afdak of in een koude bak, maar wel buiten in de kou.
  • Geef potten in de winter maar heel weinig water.

Ziektes en plagen

  • Taxuskever: De larven vreten aan de wortels: de plant wiebelt in de grond en verwelkt. Controleer de wortels bij het verpotten en zet aaltjes in tegen de larven.
  • Wortelluis: Witte, wollige pluisjes op de wortels en een plant die slecht groeit. Spoel de wortels bij het verpotten schoon en pot op in verse grond.
  • Rot: Een bruin, zacht hart of rottende wortelhals door te veel water. Zorg voor drainage, giet minder en houd het hart droog.
  • Grauwe schimmel: Grijs pluis op blad en bloemen bij vochtig, bedompt weer. Haal aangetast blad weg en zorg voor luchtige ruimte.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Geel blad weghalen, potten droog houden.
  • Maart: Begin van de bloei. Planten. Wat compost geven.
  • April: Volle bloei en geur. Potten beschut tegen regen zetten om de bloemen te sparen.
  • Mei: Laatste bloemen. Uitgebloeide stengels wegknippen. Verpotten na de bloei.
  • Juni: Potten naar een koele plek in lichte schaduw. Matig water geven.
  • Augustus: Zijrozetten losmaken en oppotten. Potten verversen.
  • September: Planten. Jonge plantjes oppotten.
  • November: Potten beschut tegen regen zetten. Heel weinig water geven.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Aurikel betekent ‘oortje’ en verwijst naar de vorm van het blad; vandaar ook de Franse naam oreille d’ours, berenoor.
  • In de achttiende en negentiende eeuw toonden liefhebbers hun aurikels in een aurikeltheater: een open houten rek met planken waarop de potten als op een toneel stonden.
  • Het witte poeder op blad en bloemen heet farina. Regen spoelt het weg, daarom kweken liefhebbers showaurikels onder een afdak.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…