
Foto: Atikahachimi70, CC BY-SA 4.0 · bron
Heester · Rosaceae
Tuinroos
Rosa × hybrida
In andere talen: Rosier hybride (Français) · Garden rose (English)
Tuinroos is een verzamelnaam voor de moderne struikrozen: theehybriden met grote bloemen op lange stelen, floribunda’s met rijke bloemtrossen en Engelse rozen met de volle, ouderwetse bloemvorm. Ze zijn het resultaat van eeuwenlang kruisen tussen Europese en Aziatische wilde rozen. Een tuinroos wordt meestal 60 cm tot 1 m hoog en bloeit van juni tot in oktober, zeker als je de uitgebloeide bloemen wegknipt. Er zijn rassen in vrijwel elke kleur behalve echt blauw, vaak met een heerlijke geur. Kies voor een zorgeloze tuin liefst een ras dat bekendstaat als ziekteresistent.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,8 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een tuinroos?
- Groeivorm
- Rechtopgaande tot brede struik van 60 cm tot 1 m hoog, met stekelige takken.
- Blad
- Geveerd, met meestal vijf tot zeven gezaagde blaadjes; vaak glanzend, bij jonge scheuten soms roodgetint.
- Bloem
- Enkel, halfgevuld of sterk gevuld; bij theehybriden één grote bloem per steel, bij floribunda’s trossen.
- Kleur
- Wit, crème, geel, oranje, roze, rood en tweekleurig; echt blauw bestaat niet.
- Geur
- Van nauwelijks tot zeer sterk, afhankelijk van het ras. Veel Engelse rozen en oudere rassen geuren sterk.
- Vrucht
- Na de laatste bloei soms rozenbottels, vooral bij rassen met enkele bloemen.
Bloei: juni–oktober · Oogst en vruchten: juni–september · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit van juni tot in oktober, als je de uitgebloeide bloemen geregeld wegknipt.
- Veel rassen geuren heerlijk: zet ze dicht bij een terras, pad of zitbank.
- Een klassieke snijbloem: een paar struiken leveren de hele zomer bloemen voor de vaas.
- Rassen met enkele of halfgevulde bloemen zijn waardevol voor bijen; sterk gevulde bloemen veel minder.
- Er is een roos voor elke zonnige plek: in de border, in een perk, in een grote pot of als lage haag.
Waar staat een tuinroos graag?
- Volle zon, minstens zes uur per dag: in de schaduw bloeit hij minder en krijgt hij sneller ziektes.
- Voedzame, goed doorlatende grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk. Verbeter zware klei en schraal zand met compost.
- Een luchtige plek waar het blad na regen snel opdroogt, maar niet pal in de wind.
- Plant niet waar eerder rozen stonden (rozenmoeheid), of vervang daar eerst de grond.
- Hou 40–60 cm tussen de struiken; in een perk zijn dat ongeveer vier à zes rozen per m².
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 0,8 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Lavendel: Een geurende, blauwe rand voor een zonnig rozenperk.
- Kattenkruid: Lange blauwe bloei die de kale voeten van de rozen verbergt.
- Ooievaarsbek: Losse, bloeiende bodembedekker tussen de struiken.
- Vrouwenmantel: Frisgroen blad en gele schermpjes als zachte rand vooraan.
- Steppesalie: Blauwpaarse aren, een klassiek duo met roze en witte rozen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een tuinroos?
Planten in maart–april en oktober–november.
- Plant blote-wortelrozen in oktober–november of maart–april; rozen in pot kunnen ook later, maar die maanden zijn het best.
- Zet blote wortels een paar uur in een emmer water en knip beschadigde wortels wat in.
- Graaf een plantgat van zo’n 40 cm breed en diep en meng compost door de uitgegraven grond.
- Zet de roos zo dat de entplaats, de verdikking onderaan de takken, ongeveer 5 cm onder de grond komt.
- Vul aan, druk de grond goed aan en giet flink aan, ook als het regent.
- Mulch de grond rond de struik met compost of verteerde mest.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte één keer per week grondig aan de voet, niet over het blad. Jonge rozen en rozen in een pot hebben vaker water nodig.
- Bemesten
- Rozenmest of organische mest in april en na de eerste bloei in juni. Na juli niet meer bemesten, zodat het hout kan afrijpen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze weg tot net boven het eerste volwaardige blad met vijf blaadjes: zo bloeit hij opnieuw.
- Mulchen
- Een laag compost of verteerde mest in het voorjaar houdt de grond vochtig en voedt het bodemleven.
- Wildscheuten
- Scheuten van onder de entplaats komen uit de onderstam en hebben ander blad: trek of snijd ze aan de basis weg.
Tip: Snoei eind maart terug tot 3 à 5 ogen, geef rozenmest in april en juni en knip uitgebloeide bloemen geregeld weg: zo bloeit hij door tot in oktober.
Wanneer snoei je een tuinroos?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Eind maart, als de forsythia bloeit en de zware vorst voorbij is. In de zomer knip je alleen uitgebloeide bloemen weg.
Hoe:
- Haal eerst dood, zwak, ziek en kruisend hout helemaal weg.
- Knip theehybriden en floribunda’s terug tot 3 à 5 ogen, zo’n 15–25 cm boven de grond.
- Snoei schuin, een halve centimeter boven een naar buiten gericht oog, zodat het hart van de struik open blijft.
- Engelse rozen snoei je minder hard: kort ze in met een derde tot de helft.
Let op: Snoei niet te vroeg: na een snoeibeurt in februari kunnen de jonge scheuten nog bevriezen.
Vermeerderen
- Houtige stekken
- In september–oktober stekken van 20 cm van stevige scheuten van dit jaar, onderste bladeren weg, voor twee derde in de grond in een beschutte hoek. Na een jaar verplanten. Niet elk ras slaat even goed aan.
- Oculeren
- Kwekers enten in de zomer een oog van het ras op een wilde onderstam. Het vraagt wat oefening, maar is goed te leren.
Hoe komt een tuinroos de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- Aard in november de voet 15–20 cm aan met compost of tuinaarde, om de entplaats te beschermen. Haal die grond in maart weer weg.
- Rozen in een pot: zet de pot beschut tegen een muur en pak hem in met jute.
- Ruim in de herfst afgevallen blad met zwarte vlekken op, zodat sterroetdauw niet overwintert.
Ziektes en plagen
- Sterroetdauw: Zwarte vlekken met een gele rand op het blad, dat daarna afvalt. Ruim aangetaste bladeren op en giet niet over het blad.
- Meeldauw: Wit poeder op jong blad en knoppen, vooral bij droge grond en warme dagen. Geef water aan de voet en zorg voor luchtige ruimte.
- Bladluis: Groene luizen op de jonge toppen en knoppen in mei–juni. Spuit ze weg met een harde waterstraal; lieveheersbeestjes en sluipwespen doen de rest.
- Roest: Oranje puistjes aan de onderkant van het blad. Verwijder aangetaste bladeren en kies een resistent ras.
- Weinig bloei: Meestal te veel schaduw, te weinig voeding of geen uitgebloeide bloemen weggeknipt.
Het jaar rond
- Maart: Eind maart snoeien tot 3 à 5 ogen. Aangeaarde grond weghalen. Planten.
- April: Rozenmest geven en mulchen met compost. Planten.
- Mei: Letten op bladluis. Wildscheuten verwijderen.
- Juni: Eerste bloei. Na de eerste bloei opnieuw bemesten.
- Juli: Bloei. Uitgebloeide bloemen wegknippen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Bloei. Zieke bladeren opruimen.
- September: Nabloei. Houtige stekken nemen.
- Oktober: Laatste bloemen. Blote-wortelrozen planten.
- November: Planten. De voet aanaarden. Afgevallen blad opruimen.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–september)
- Enkel geurende rozen zijn de moeite: ruik je niets, dan proef je ook niets. Veel Engelse rozen en oudere rassen geuren sterk; donkerrode en roze rozen geven de mooiste kleur. Pluk de bloemen van juni tot september op een droge ochtend, als ze net helemaal open zijn, en schud ze uit om insecten te verwijderen. Ris de bloemblaadjes los en knip het witte voetje eraf: dat is bitter. Strooi ze over een salade of een dessert, konfijt ze om een taart te versieren, of laat ze trekken in azijn of suiker. De recepten van de damascenerroos, zoals rozenblaadjessiroop en -gelei, lukken ook met geurende tuinrozen.
- Bewaring
- Verse blaadjes houden een dag in een gesloten doosje met een vochtig keukenpapiertje in de koelkast. Om te drogen leg je ze in één laag op een rooster of een zeef, op een luchtige plek uit de zon, tot ze knisperen; in een gesloten pot uit het licht blijven ze een half jaar mooi, voor thee, badzout of potpourri.
Let op: Gebruik enkel rozen die niet bespoten zijn: veel tuinrozen worden behandeld tegen sterroetdauw, meeldauw of luis, op het blad of in de grond. De bloemen van zulke struiken eet je niet. Rozen uit de bloemenwinkel en pas gekochte struiken uit het tuincentrum zijn vaak behandeld: laat nieuwe planten eerst een seizoen groeien. Ben je allergisch voor rozen of heb je hooikoorts, dan kan je op het stuifmeel reageren: gebruik enkel de bloemblaadjes. Pas bij het plukken op voor de stekels.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gekonfijte rozenblaadjes (Andere · ± 30 blaadjes · 30 min + 1 à 2 dagen drogen)
- Rozenblaadjesazijn (Azijn · ± 500 ml · 15 min + 2 weken trekken)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De theehybride ‘La France’ uit 1867 geldt als de eerste moderne roos; rozen van daarvoor heten oude of historische rozen.
- Echt blauwe rozen bestaan van nature niet: rozen missen de erfelijke aanleg voor de blauwe kleurstof delfinidine.
- Rozen zijn familie van appel, peer, kers en aardbei: ze horen allemaal bij de rozenfamilie.