
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Kruid · Lamiaceae
Winterbonenkruid
Satureja montana
In andere talen: Sarriette des montagnes (Français) · Winter savory (English)
Winterbonenkruid is een lage, verhoute kruidenplant van de rotsige berghellingen van Zuid-Europa. Hij vormt een compact struikje van 20–30 cm met smalle, leerachtige, donkergroene blaadjes die sterk en pikant ruiken. Van juli tot in september bloeien er kleine witte tot lichtlila bloemetjes in aren aan de toppen, waar bijen en vlinders graag op afkomen. Anders dan het eenjarige zomerbonenkruid is hij een vaste plant, die jaren meegaat en ook in de winter een deel van zijn blad houdt. De smaak is sterker en wat peperig, ideaal bij bonen, stoofpotjes en peulvruchten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,3 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | april |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een winterbonenkruid?
- Groeivorm
- Compact, rond struikje van 20–30 cm hoog en 30–40 cm breed, met een houtige voet.
- Blad
- Smal en lancetvormig, 1–3 cm lang, leerachtig, glanzend donkergroen en met kleine klierpuntjes vol geurige olie.
- Bloem
- Kleine lipbloemen, wit tot lichtlila of lichtroze, in losse aren aan de toppen, van juli tot september.
- Geur
- Sterk kruidig en pikant, wat tussen tijm en oregano in.
- Wortels
- Diep en houtig; hij verdraagt droogte goed, maar geen natte voeten.
Bloei: juli–september · Oogst en vruchten: april–oktober · Zaaien: maart–april · Planten: april–mei en september · Snoeien: april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een vaste kruidenplant: één keer planten en je kunt jarenlang oogsten.
- Half groenblijvend: ook in de winter kun je vaak nog een paar takjes plukken.
- Een sterke, peperige smaak voor bonen, erwten, linzen, stoofpotjes en marinades.
- Een echte bijen- en vlinderplant, met bloemen van juli tot in september.
- Droogtebestendig en weinig werk: ideaal voor een zonnige rotstuin, een kruidenspiraal of een pot op het terras.
- Mooi als laag randje langs de moestuin of de kruidentuin.
Waar staat een winterbonenkruid graag?
- Volle zon: hoe meer zon, hoe sterker het aroma.
- Schrale, goed doorlatende grond: zand, leem of kalkrijke klei met grind erdoor; kalk verdraagt hij prima.
- Droog; vooral in de winter mag de grond niet nat blijven.
- Reken op 30–40 cm per plant; als randje op 25–30 cm.
- Ook mooi in een pot of bak met een goede afvoer.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,4 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Tijm: Dezelfde droge, zonnige plek, en ook een bijenplant.
- Lavendel: Paarse bloemen en grijs blad naast het donkere groen.
- Salie: Nog een winterhard keukenkruid voor schrale, droge grond.
- Wilde marjolein: Bloeit tegelijk en lokt ook veel vlinders.
- Bonen: In de moestuin: het kruid dat je bij de oogst meteen nodig hebt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een winterbonenkruid?
Planten in april–mei en september.
- Plant in april–mei of in september, zodat hij voor de winter goed is aangeslagen.
- Graaf een plantgat iets groter dan de kluit; meng op zware grond flink wat grof zand of fijn grind door de grond.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Geef bij het planten water, daarna enkel bij langdurige droogte. Mulch eventueel met grind, niet met compost.
Verzorgen
- Water
- Weinig: alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich, behalve in een pot.
- Bemesten
- Niet nodig: op rijke grond groeit hij slap en verliest hij aroma.
- Oogsten
- Pluk het hele seizoen jonge toppen. Voor het sterkste aroma oogst je net voor de bloei; om te drogen hang je bosjes ondersteboven op een luchtige, donkere plek.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze tot de lente staan en knip ze dan mee weg bij de snoei.
- Verjongen
- Na 4–5 jaar wordt hij houterig en kaal; neem dan stekken en vervang de oude plant.
- In een pot
- Gebruik kruidengrond met extra grind in een pot met een gat in de bodem; geef water als de grond droog is.
Tip: Oogst voor de keuken net voor de bloei, als het aroma het sterkst is. Knip nooit meer dan een derde van de plant tegelijk weg, zodat hij mooi vol blijft.
Wanneer snoei je een winterbonenkruid?
Snoeimaanden: april.
Wanneer: In april, als de nieuwe groei begint. Snoei niet laat in de zomer of in de herfst, want jonge scheuten zijn dan gevoelig voor vorst.
Hoe:
- Knip de plant licht terug, ongeveer een derde, zodat hij compact blijft.
- Knip niet in het oude, kale hout: daar loopt hij moeilijk opnieuw uit.
- Haal bevroren of dode takjes weg tot op gezond groen.
- Door regelmatig te oogsten blijft de plant vanzelf mooi vol.
Let op: Snoei nooit zwaar in het oude hout: een kaal geknipte plant loopt vaak niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- In maart–april binnen zaaien op vochtige zaaigrond. Het zaad kiemt in het licht: strooi het op het oppervlak, druk aan en bedek het niet. Zet de jonge plantjes in mei buiten.
- Stekken
- Van mei tot juli stekjes van 5–8 cm van niet-bloeiende scheuten nemen, de onderste blaadjes weghalen en in zanderige stekgrond zetten. Ze wortelen in enkele weken.
- Afleggen
- In het voorjaar of de zomer een lage tak tegen de grond vastpinnen en met wat aarde bedekken; na enkele maanden loskoppelen.
Hoe komt een winterbonenkruid de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters overleeft hij zonder bescherming, als de grond goed doorlatend is.
- Natte winters zijn een groter gevaar dan vorst: zorg voor een goede afwatering.
- Bij strenge vorst kun je hem afdekken met wat dennentakken of een vliesdoek.
- In een pot: zet hem tegen een beschutte muur, droog onder een afdak, en wikkel de pot in jute.
Ziektes en plagen
- Wortelrot: De plant verwelkt en wordt bruin, vaak na een natte winter. Zet hem op een drogere plek of in een verhoogd bed met grind.
- Kaal en houterig: Oudere planten worden onderaan kaal. Snoei elk voorjaar licht en vervang de plant na een paar jaar door een stek.
- Weinig aroma: Te weinig zon of te rijke grond. Zet hem zonniger en bemest niet.
- Bladluis: Soms op jonge scheuten in het voorjaar. Afspuiten met water volstaat meestal.
Het jaar rond
- Maart: Binnen zaaien.
- April: Licht terugknippen. Planten. Binnen zaaien.
- Mei: Planten. Jonge plantjes buiten zetten. Stekken nemen.
- Juni: Jonge toppen oogsten. Stekken nemen.
- Juli: Oogsten om te drogen, het best net voor de bloei. De bloei begint.
- Augustus: Bloei: bijen en vlinders bezoeken de bloemen. Oogsten.
- September: Laatste bloemen. Planten.
- November: Natte voeten vermijden: potten droog en beschut zetten.
- December: Rust. Afdekken bij strenge vorst.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (april–oktober)
- Winterbonenkruid is een vaste, halfgroenblijvende plant: je kan van april tot oktober takjes knippen, het lekkerst net voor de bloei in juli. Knip niet in het oude, kale hout. Het smaakt sterker en wat bitterder dan zomerbonenkruid: gebruik het spaarzaam in stoofpotten, bonen, linzen, marinades en bij lam en wild.
- Bewaring
- Knip in juli wat extra takjes en droog ze in bosjes, ondersteboven op een luchtige, donkere plek. Ris de blaadjes af en bewaar ze in een gesloten pot tot een jaar. Omdat de plant ook in de winter blaadjes houdt, kan je in zachte winters gewoon vers blijven plukken.
Let op: Als keukenkruid in gewone hoeveelheden is winterbonenkruid veilig; neem de etherische olie nooit in. Drink tijdens de zwangerschap geen grote hoeveelheden thee ervan. Op een natte, zware grond rot de plant in de winter: hij wil zon en een droge, schrale grond.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Linzenstoof met winterbonenkruid (Gerecht · 4 personen · 50 min)
- Kruidenzout met winterbonenkruid (Gedroogd · ± 150 g · 15 min + 1 dag drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In de Provence heet hij ‘poivre d’âne’, ezelspeper, en hij hoort bij de klassieke kruiden van de Provençaalse keuken.
- Zomerbonenkruid is een eenjarige verwant die je elk jaar opnieuw moet zaaien; winterbonenkruid is een vaste plant die jaren meegaat.
- Zijn pittige geur komt vooral van carvacrol, dezelfde geurstof die ook in oregano en tijm zit.