Moerasvaren (Thelypteris palustris)

Foto: Agnieszka Kwiecień, Nova, CC BY-SA 3.0 · bron

Varen · Thelypteridaceae

Moerasvaren

Thelypteris palustris

In andere talen: Thélyptéris des marais (Français) · Marsh fern (English)

De moerasvaren is een inheemse varen van moerassen, rietlanden, venen en elzenbroekbossen in Europa, Azië en het oosten van Noord-Amerika. Hij vormt geen pol zoals de meeste varens: dunne, zwarte wortelstokken kruipen onder de grond en maken hier en daar losse, rechtopstaande bladeren van 30–60 cm. Het lichtgroene, fijn ingesneden blad verschijnt laat in het voorjaar en sterft in de herfst af. Tuiniers waarderen hem omdat hij, anders dan bijna alle andere varens, natte voeten en zelfs volle zon verdraagt, zolang de grond nat blijft. Zo is hij ideaal om de moeraszone van een vijver of een natte hoek van de tuin te vullen.

Let op: Breidt zich in natte grond flink uit met kruipende wortelstokken. Plant hem in een kleine tuin of vijver in een mand of met wortelbegrenzing, en zet nooit tuinplanten uit in natuurlijk water of een natuurgebied.

  • Licht

    Zon tot schaduw

    niet kieskeurig

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem of veen

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,6 m

    hoog, 0,6 m breed

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart
Hoogte0,6 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een moerasvaren?

Groeivorm
Losse groepen rechtopstaande bladeren van 30–60 cm, die verspreid uit een kruipende wortelstok groeien in plaats van uit één pol.
Blad
Lichtgroen, dun en zacht, geveerd met diep ingesneden blaadjes; bladverliezend, in de herfst geelbruin.
Sporen
De sporendragende bladeren komen later in de zomer en zijn iets hoger; hun blaadjes hebben omgerolde randen over de sporenhoopjes. Varens bloeien niet.
Wortels
Dunne, zwarte, ver kruipende wortelstokken net onder het oppervlak: zo breidt de plant zich uit.
Afmetingen
Tot ongeveer 60 cm hoog; een groep wordt snel 60 cm breed en op een natte plek nog breder.

Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: maart

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige varens voor echt natte grond: perfect voor de moeraszone van een vijver.
  • Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, zolang de grond nat blijft.
  • Vult met zijn kruipende wortelstokken snel een natte hoek met een losse, frisgroene mat.
  • Een inheemse plant voor de natuurtuin, die beschutting geeft aan kikkers, padden en andere oeverdieren.
  • Volledig winterhard en weinig werk: geen bemesting, alleen een opruimbeurt in maart.

Waar staat een moerasvaren graag?

  • Zon, halfschaduw of schaduw: in volle zon alleen als de grond altijd nat blijft.
  • Natte, humusrijke leem- of veengrond, zuur tot neutraal; kalkrijke grond vindt hij minder fijn.
  • In de moeraszone van een vijver, waar de grond verzadigd is en hoogstens enkele centimeters water staat, of in een natte border of moerastuin.
  • Reken op 40–50 cm tussen de planten: ze groeien snel naar elkaar toe.
Licht
Zon, halfschaduw en schaduw
Grondsoort
Leem of veen
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Nat
Grootte
0,6 m hoog, 0,6 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Koningsvaren: Een grote, statige varen die ook van natte, zure grond houdt.
  • Dotterbloem: Gele bloemen in het vroege voorjaar, voor de varen uitloopt.
  • Moerasspirea: Romige, geurende pluimen in de zomer, in dezelfde natte grond.
  • Kattenstaart: Paarsroze aren boven het lichte varenblad, geliefd bij bijen en vlinders.
  • Gele lis: Stevige, zwaardvormige bladeren als contrast met het fijne varenblad.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een moerasvaren?

Planten in maart–mei en september–oktober.

  1. Plant in maart–mei of in september–oktober.
  2. Gebruik in een kleine vijver een ruime vijvermand met zware, voedselarme vijveraarde; in een moerasborder plant je gewoon in de natte grond.
  3. Leg de wortelstok horizontaal, 2–5 cm diep, met de groeipunten naar boven, en druk goed aan.
  4. Zet de mand zo dat de bovenkant gelijk ligt met het wateroppervlak of hoogstens 5 cm eronder.
  5. Plant 40–50 cm uit elkaar, liefst 3–5 stuks samen voor een snel gevulde groep.
  6. Giet goed aan en houd de grond daarna altijd nat.

Verzorgen

Water
De grond mag nooit uitdrogen. Vul de vijver in droge zomers bij met regenwater; een moerasborder geef je ruim water.
Bemesten
Niet nodig, en zeker niet in of bij de vijver: mest geeft algen.
Mulchen
In een moerasborder houdt een laag bladcompost in het voorjaar de grond vochtig en humusrijk. Niet in de vijver zelf.
Uitbreiding
Steek uitlopers die te ver gaan elk voorjaar aan de rand af, of houd de plant in een mand.
Oude bladeren
Laat ze in de herfst liggen tot maart: ze beschermen de wortelstokken en geven kleine dieren een schuilplaats.

Tip: Plant hem waar de grond altijd nat is: daar groeit hij zelfs in de zon. In een kleine vijver houd je hem in een ruime vijvermand, zodat de uitlopers niet de hele oever overnemen.

Wanneer snoei je een moerasvaren?

Snoeimaanden: maart.

Wanneer: In maart, voor de nieuwe bladeren uitlopen. Verder wordt de moerasvaren niet gesnoeid.

Hoe:

  • Knip de afgestorven bladeren van vorig jaar net boven de grond af.
  • Haal dood blad dat in het vijverwater hangt eruit, zodat het daar niet wegrot en het water niet verrijkt.
  • Werk voorzichtig rond de groeipunten: de nieuwe, opgerolde bladeren zitten al klaar net onder de grond.

Let op: Knip het oude blad niet al in de herfst af: het beschermt de plant in de winter.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Delen
In april–mei een stuk wortelstok met een paar groeipunten afsteken en meteen in natte grond of een vijvermand planten. Dat lukt bijna altijd.
Sporen
In de nazomer rijpe sporen verzamelen en op vochtig, steriel zaaimengsel onder glas uitzaaien. Het duurt een jaar of langer voor je plantjes hebt; delen gaat veel sneller.

Hoe komt een moerasvaren de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • Het blad sterft in de herfst af; de wortelstokken overwinteren veilig in de natte grond.
  • Laat het dode blad tot maart liggen als natuurlijke winterbescherming en schuilplaats voor insecten en andere kleine dieren.

Ziektes en plagen

  • Uitdrogen: Bruine, verschrompelde bladeren in de zomer: de grond is te droog. Houd de grond nat of verplant naar een nattere plek.
  • Te sterke uitbreiding: Uitlopers duiken op tussen andere planten. Steek ze in het voorjaar af, of plant in een mand of met wortelbegrenzing.
  • Verbrand blad: Geel en bruin blad in volle zon op een plek die af en toe opdroogt. Kies een nattere of iets schaduwrijkere plek.
  • Laat uitlopen: In april nog niets te zien? Dat is normaal: de bladeren komen pas laat in het voorjaar boven.

Het jaar rond

  • Maart: Oude bladeren afknippen. Planten of delen.
  • April: Planten en delen.
  • Mei: De nieuwe bladeren rollen open. Planten.
  • Juni: Grond nat houden. Uitlopers die te ver gaan afsteken.
  • Juli: Water bijvullen bij droogte. De sporendragende bladeren verschijnen.
  • Augustus: Rijpe sporen verzamelen. Water bijvullen bij droogte.
  • September: Planten.
  • Oktober: Planten. Het blad kleurt geelbruin.
  • November: Afgestorven blad laten liggen als winterbescherming.
  • December: Rust.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De sporendragende bladeren verschijnen pas in de zomer; de randen van hun blaadjes rollen om en bedekken zo de sporenhoopjes.
  • De naam Thelypteris komt van de Griekse woorden voor ‘vrouwelijk’ en ‘varen’; palustris betekent ‘van het moeras’.
  • In open moerassen en rietlanden kan één plant met zijn wortelstokken na jaren een groot, dicht veld vormen.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…