
Foto: Dasha, CC BY 2.0 · bron
Water- of oeverplant · Lythraceae
Waternoot
Trapa natans
In andere talen: Macre nageante (Français) · Water chestnut (English)
De waternoot (Trapa natans) is een eenjarige drijfplant van warme, stilstaande wateren in Europa, Azië en Afrika. Hij vormt een drijvende rozet van ruitvormige, getande bladeren, waarvan de opgezwollen bladstelen met lucht gevuld zijn en de plant drijvend houden. In juli–augustus verschijnen kleine, witte bloemetjes tussen de bladeren. Daarna rijpen harde, donkere noten met scherpe hoorns, die in de herfst naar de bodem zinken en in het voorjaar kiemen. De noten zijn eetbaar, maar de plant is vooral een bijzondere gast voor een warme, zonnige vijver.
Let op: Draag handschoenen: de noten hebben scherpe hoorns. Zet hem nooit uit in sloten of natuurlijk water: in Noord-Amerika is hij een invasieve plant die het water kan dichtgroeien, en ook in een kleine vijver kan hij dichte matten vormen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem, klei of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,05 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juli–augustus
| Hoogte | 0,05 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een waternoot?
- Groeivorm
- Eenjarige drijfplant met een rozet van ongeveer 60 cm breed op het wateroppervlak, aan een lange ondergedoken stengel in de bodem verankerd.
- Blad
- Ruitvormige, getande drijfbladeren in een rozet; de bladstelen zijn opgezwollen en gevuld met lucht.
- Bloem
- Kleine, witte bloemetjes met vier kroonblaadjes, tussen de bladeren, in juli–augustus.
- Vrucht
- Harde, donkere noot met twee tot vier scherpe hoorns; rijpt in de herfst en zinkt naar de bodem.
- Levenscyclus
- Eenjarig: elk voorjaar groeit een nieuwe plant uit een noot, en in de herfst sterft de plant af.
Bloei: juli–augustus · Oogst en vruchten: september–oktober · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een opvallende rozet van ruitvormige, getande bladeren die het wateroppervlak versiert.
- Een bijzondere eenjarige voor wie van waterplanten houdt: elk voorjaar groeit er een nieuwe plant uit een noot.
- De drijfbladeren geven schaduw en schuilplaats aan vissen en kikkervisjes.
- De noten zijn eetbaar en werden van oudsher gegeten.
- De noten met hun scherpe hoorns zijn een echt curiosum, ook leuk voor kinderen om te ontdekken.
Waar staat een waternoot graag?
- Volle zon: hij heeft een warme zomer nodig om te groeien en noten te vormen.
- Stilstaand, warm en voedselrijk water; geen stroming, fontein of waterval.
- Een waterdiepte van ongeveer 50–100 cm is genoeg; de stengel past zich in lengte aan.
- Zuur tot neutraal water, bij voorkeur met een modderige of leemachtige bodem.
- Reken op 60 cm per rozet: hij kan dichte matten vormen, dus laat ruimte voor andere planten.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Leem, klei of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,05 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
- Waterlelie: Een andere drijfplant die ook warmte en zon nodig heeft; zet ze op wat afstand.
- Kikkerbeet: Kleine, ronde drijfbladeren en witte bloemetjes tussen de rozetten.
- Hoornblad: Zuurstofplant onder water en schuilplaats voor jonge vissen.
- Zwanenbloem: Roze schermen in de oeverzone in de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een waternoot?
Planten in mei–juni.
- Zet de noten of jonge plantjes pas in de vijver in mei–juni, als het water goed opgewarmd is.
- Heb je noten: laat ze in een bak met water op een warme, lichte plek liggen tot ze kiemen. Ze moeten altijd onder water blijven.
- Laat de kiemende noot op een modderige of leemachtige bodem zakken, of zet de jonge plant in een mand met leemgrond met een laag grind erop.
- Kies een plek van 50–100 cm diep met veel zon en zonder stroming.
- Laat de rozetten vrij drijven: de stengel groeit mee tot aan het wateroppervlak.
Verzorgen
- Water
- Houd de vijver gevuld. Vul bij verdamping aan met regenwater.
- Bemesten
- Niet nodig: het water in een gewone vijver is voedselrijk genoeg.
- Uitdunnen
- Haal in een dichte mat in de zomer rozetten weg zodat andere waterplanten licht krijgen.
- Noten oogsten
- Verzamel in september–oktober de rijpe noten als je ze wilt bewaren. Draag handschoenen: de hoorns zijn scherp.
- Noten bewaren
- Bewaar ze altijd nat, in een emmer water op een koele, vorstvrije plek. Ze mogen niet uitdrogen.
Tip: Wil je elk jaar nieuwe planten, laat dan in de herfst enkele noten op de bodem zinken of bewaar ze in een emmer water op een koele, vorstvrije plek. Gedroogde noten zijn onbruikbaar.
Wanneer snoei je een waternoot?
Wanneer: Hij wordt niet gesnoeid: het is een eenjarige. In de zomer haal je te dichte rozetten weg en in de herfst ruim je de dode planten op.
Hoe:
- Haal van juni tot augustus overtollige rozetten met de hand of een net weg.
- Vis in oktober afgestorven planten uit het water.
- Wil je noten bewaren, verzamel ze dan voor je de planten opruimt.
Let op: Draag handschoenen bij het oogsten en opruimen: de noten hebben scherpe hoorns.
Vermeerderen
- Noten bewaren
- Verzamel in september–oktober verse noten en bewaar ze de hele winter onder water in een emmer op een koele, vorstvrije plek. Gedroogde noten kiemen niet meer.
- Kiemen
- In april–mei de noten in een bak met warm water op een lichte plek leggen. Na enkele weken verschijnt een stengel met een rozet; die zet je in mei–juni in de vijver.
Hoe komt een waternoot de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- De plant is eenjarig en sterft in de herfst af; de noten overwinteren onder water op de bodem.
- Het water onder een ijslaag blijft rond 0 °C, dus de noten op de bodem overleven gewone Belgische winters, ook bij vorst tot ongeveer −15 °C.
- Kan een kleine vijver of bak tot op de bodem bevriezen, bewaar de noten dan in een emmer water op een koele, vorstvrije plek.
Ziektes en plagen
- Geen kieming: De noten zijn uitgedroogd of het water is te koud. Bewaar ze altijd nat en laat ze in warm water kiemen.
- Kroos en draadwier: Ze nemen licht weg voor jonge rozetten. Regelmatig afscheppen.
- Bladluis: Op de drijfbladeren in de zomer. Met een waterstraal afspoelen; vissen en lieveheersbeestjes helpen.
- Trage groei: In een koele zomer groeit hij slecht en vormt hij weinig noten. Kies een zonnige, beschutte plek met snel opwarmend water.
Het jaar rond
- Maart: Overwinterde noten controleren en vers water geven.
- April: Noten in een warme, lichte bak laten kiemen.
- Mei: Kiemplanten of noten in de vijver zetten.
- Juni: Planten. Groei volgen. Kroos afscheppen.
- Juli: Begin van de bloei. Water bijvullen.
- Augustus: Bloei. De noten rijpen. Overtollige rozetten weghalen.
- September: De noten rijpen en zinken. Met handschoenen oogsten.
- Oktober: Dode planten uit het water vissen. Noten onder water bewaren.
- November: Rust. De noten liggen onder water.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Noten (september–oktober)
- Waternoten rijpen in september en oktober, vooral na een warme zomer in vijverwater dat goed opwarmt; in een koele zomer zijn het er weinig. Rijpe noten zijn donker en hard en komen makkelijk los: til een rozet voorzichtig op en pluk ze onder het blad, of schep gezonken noten met een netje van de bodem. Draag altijd stevige handschoenen, want de hoorns zijn vlijmscherp. In de harde dop zit een witte, zetmeelrijke kern die gekookt aan tamme kastanje doet denken, mild en wat zoetig. Eet ze enkel goed gekookt, en daarna eventueel gebakken of geroosterd, nooit rauw. Het is niet de waterkastanje uit blik van de Chinese keuken. Hou elk jaar een paar noten apart in een emmer water: de plant is eenjarig, en zonder noten is er volgend jaar geen waternoot meer.
- Bewaring
- Verse noten houden een paar dagen in een emmer koud water; kook ze liefst zo snel mogelijk. Gekookte, gepelde kernen bewaar je afgedekt 2 dagen in de koelkast, of je vriest ze in, tot 3 maanden. De noten die je wilt zaaien, bewaar je altijd nat, in een emmer water op een koele, vorstvrije plek: uitgedroogd kiemen ze niet meer.
Let op: Eet waternoten nooit rauw: zoals bij andere waterplanten kunnen er larven van parasieten, zoals leverbot, en ziektekiemen uit het water op zitten. Kook ze altijd minstens 30 minuten in de dop, ook als je ze daarna bakt of roostert. Oogst enkel uit je eigen vijver, en enkel als het water schoon is: niet uit water waar mest of afvalwater in komt of waar schapen of runderen drinken. In het wild is de waternoot in onze streken verdwenen of heel zeldzaam, en in veel Europese landen beschermd: oogst nooit in het wild, en zet hem nooit uit in een sloot of ander open water. De hoorns blijven ook na het koken scherp: draag handschoenen en laat de doppen niet slingeren waar kinderen, honden of katten erin kunnen trappen.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gekookte waternoten (Gerecht · 2 à 4 personen · 1 uur)
- Spruitjes met waternoten en spek (Gerecht · 4 personen · 30 min (met gekookte waternoten))
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De opgezwollen bladstelen zijn gevuld met luchtweefsel en werken als een zwembandje voor de rozet.
- Resten van noten zijn teruggevonden op prehistorische vindplaatsen in Europa: mensen aten ze al heel lang.
- In het Engels heet hij ‘water chestnut’, maar hij is niet verwant aan de waterkastanje uit de Chinese keuken (Eleocharis dulcis, een cypergras).