Foto: No machine-readable author provided. Denis Barthel assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Water- of oeverplant · Lentibulariaceae
Groot blaasjeskruid
Utricularia vulgaris
In andere talen: Utriculaire commune (Français) · Greater bladderwort (English)
Groot blaasjeskruid is een inheemse, vleesetende waterplant die vrij onder het wateroppervlak zweeft in voedselarme vennen, sloten en vijvers. Hij heeft geen wortels: de lange, vertakte stengels dragen fijn verdeelde, draadvormige blaadjes met honderden kleine blaasjes. Die blaasjes zuigen watervlooien en andere minuscule waterdiertjes naar binnen en verteren ze. In juli en augustus steken trosjes heldergele, leeuwenbekachtige bloemen 10–20 cm boven het water uit. Tuiniers kiezen hem voor een natuurvijver met zacht water, waar hij een bijzonder schouwspel is en schuilplaatsen biedt aan kleine waterdieren.
Let op: Haal geen planten uit sloten of vennen in de natuur, en zet nooit planten uit je tuinvijver uit in natuurlijk water. Koop hem bij een kweker van inheemse waterplanten.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–augustus
| Snoeimaanden | augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,2 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juli–augustus |
Herkennen
Hoe herken je een groot blaasjeskruid?
- Groeivorm
- Vrij zwevende waterplant zonder wortels, met lange, vertakte stengels tot ongeveer 1 m vlak onder het wateroppervlak.
- Blad
- Fijn verdeeld in draadvormige slipjes, licht- tot olijfgroen, bezet met talrijke blaasjes van enkele millimeter.
- Bloem
- Heldergeel, ongeveer 1,5 cm, met een gespoorde lip zoals een leeuwenbek, in een losse tros op een stevige steel 10–20 cm boven het water, in juli en augustus.
- Vangblaasjes
- Blaasjes met een klepje en tastharen: raakt een diertje de haartjes, dan gaat het klepje open en wordt het in een fractie van een seconde naar binnen gezogen.
- Winterknoppen
- In de herfst vormt hij aan de stengeltoppen compacte, groene knoppen die naar de bodem zinken en in het voorjaar weer uitlopen.
Bloei: juli–augustus · Planten: mei–juli · Snoeien: augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een echte vleesetende plant voor de vijver: de blaasjes vangen watervlooien en kleine muggenlarven.
- Heldergele bloemen boven het water in juli en augustus, een verrassend zicht in een natuurvijver.
- Zweeft vrij in het water: geen mand, geen grond en geen bemesting nodig.
- Het dichte netwerk van stengels is een schuilplaats voor kikkervisjes, larven van libellen en waterjuffers en andere kleine waterdieren.
- Inheems en volledig winterhard: hij overwintert als knop op de bodem en komt elk voorjaar terug.
Waar staat een groot blaasjeskruid graag?
- Volle zon: in warm, licht water groeit en bloeit hij het best.
- Stilstaand, zacht en voedselarm water, zuur tot neutraal, zoals in een ven of een vijver die je met regenwater vult.
- Een waterdiepte van minstens 30–50 cm, zodat de vijver in de winter niet tot op de bodem bevriest.
- Liefst een vijver zonder goudvissen of koi: die eten of beschadigen de fijne stengels.
- Een vierkante meter wateroppervlak is genoeg voor een paar planten; hij breidt zich vanzelf uit.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,2 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Kikkerbeet: Een kleine drijfplant met ronde blaadjes, die net als blaasjeskruid als knop op de bodem overwintert.
- Krabbenscheer: Stekelige rozetten in het water waarin de groene glazenmaker, een libel, zijn eitjes legt.
- Waterviolier: Een inheemse zuurstofplant met lila bloemen in mei–juni, voor hetzelfde zachte water.
- Waterdrieblad: Witte, gefranjerde bloemen in de moeraszone van een voedselarme vijver.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een groot blaasjeskruid?
Planten in mei–juli.
- Zet hem uit van mei tot juli, als het water is opgewarmd.
- Spoel nieuwe planten eerst in een emmer regenwater, zodat je geen slakken, eendenkroos of draadalg meebrengt.
- Laat de plant of een stuk stengel gewoon in het water drijven: hij heeft geen mand en geen grond nodig.
- Kies een rustig, zonnig plekje tussen andere waterplanten, uit de buurt van een pomp of fontein.
- Vul de vijver bij met regenwater, niet met kraantjeswater: dat is vaak te kalk- en voedselrijk.
Verzorgen
- Water
- Hou het waterpeil op niveau met regenwater. Kalkrijk en voedselrijk water remt de groei.
- Bemesten
- Nooit: hij haalt zijn voeding uit het water en uit zijn prooien. Mest zorgt alleen voor algen.
- Draadalg
- Haal draadalg met de hand of een stokje voorzichtig uit de plant, zodat de fijne stengels niet verstikken.
- Uitdunnen
- Groeit hij te dicht, haal dan in augustus een deel van de stengels weg; laat ze een dag op de oever liggen, zodat waterdiertjes terug kunnen.
- Bladafval
- Vis in de herfst afgevallen boombladeren uit het water: rottend blad maakt de vijver voedselrijker.
Tip: Vul de vijver alleen bij met regenwater en bemest nooit: in zacht, voedselarm water groeit hij het best en krijgt draadalg minder kans.
Wanneer snoei je een groot blaasjeskruid?
Snoeimaanden: augustus.
Wanneer: Echt snoeien hoeft niet. Groeit hij te dicht, dan dun je hem in augustus uit.
Hoe:
- Trek met de hand of een vijverhark een deel van de stengels voorzichtig uit het water.
- Laat minstens de helft staan, zodat er genoeg plant overblijft om winterknoppen te vormen.
- Leg wat je weghaalt een dag op de oever, zodat kikkervisjes en larven terug in het water kunnen kruipen.
Vermeerderen
- Stengelstukken
- In de zomer een stuk stengel van 10–20 cm afbreken en in ander zacht, voedselarm water laten drijven. Elk stuk groeit verder tot een nieuwe plant.
- Winterknoppen
- In de herfst een paar winterknoppen opvissen en in een emmer regenwater op een koele plek laten overwinteren; in april–mei lopen ze uit en kun je ze uitzetten.
Hoe komt een groot blaasjeskruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in een Belgische vijver is geen bescherming nodig.
- In de herfst sterven de stengels af en zinken de winterknoppen naar de bodem; in het voorjaar komen ze weer boven en lopen ze uit.
- Schrik niet als de plant in de winter verdwenen lijkt: dat is normaal.
- In een kuip of kleine bak die helemaal kan bevriezen, bewaar je de knoppen in een emmer water op een koele, vorstvrije plek.
Ziektes en plagen
- Draadalg: Groene draden raken verstrikt in de stengels en verstikken de plant. Met de hand verwijderen en zo weinig mogelijk voeding in het water brengen.
- Kwijnende groei: Bleke, korte stengels in kalkrijk of voedselrijk water. Vul bij met regenwater en haal rottend blad weg.
- Vissen: Goudvissen en koi eten of beschadigen de fijne stengels. Hij doet het best in een vijver zonder vissen.
- Geen bloei: Te weinig zon of een koele zomer. Zet hem op het zonnigste stuk van de vijver; de bloei is niet elk jaar even rijk.
- Verdwenen in de winter: Geen probleem: de plant overwintert als knop op de bodem en komt in het voorjaar terug.
Het jaar rond
- Maart: Vijver bijvullen met regenwater. Afgevallen blad weghalen.
- April: De winterknoppen komen boven en lopen uit.
- Mei: Nieuwe planten uitzetten. Draadalg weghalen.
- Juni: Uitzetten kan nog. De stengels groeien snel.
- Juli: Eerste gele bloemen boven het water. Uitzetten kan nog.
- Augustus: Bloei. Uitdunnen als hij te dicht groeit. Bijvullen met regenwater.
- September: Aan de stengeltoppen vormen zich winterknoppen.
- Oktober: De knoppen zinken naar de bodem. Bladeren uit de vijver vissen.
- November: Rust op de vijverbodem.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De vangblaasjes werken met onderdruk: raakt een diertje de tastharen, dan wordt het in een fractie van een seconde naar binnen gezogen. Het is een van de snelste bewegingen in het plantenrijk.
- Groot blaasjeskruid heeft helemaal geen wortels: het neemt voedingsstoffen op via de blaadjes en uit de prooien die het vangt.
- Het geslacht Utricularia is het grootste geslacht van vleesetende planten, met meer dan 200 soorten wereldwijd.