Galega (Galega officinalis)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Galega

Galega officinalis

In andere talen: Galéga officinal (Français) · Goat’s-rue (English)

Komt in België in het wild voor.

Galega is een forse, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie, met geveerde bladeren en rechtopstaande trossen witte tot lila bloemen. Hij komt van nature voor in Zuid- en Oost-Europa en West-Azië; bij ons werd hij vroeger als voeder- en sierplant gekweekt en is hij plaatselijk ingeburgerd langs rivieren, spoorwegen, op braakland en in ruige bermen. Je herkent hem aan de holle stengels, de 9–17 smalle deelblaadjes met een klein puntje en de lange bloemtrossen boven het blad. Van juni tot september is hij een echte trekpleister voor bijen en hommels. Let wel op: de hele plant is giftig, vooral voor schapen en ander vee.

Let op: Giftig. De hele plant, ook gedroogd in hooi, is giftig voor weidedieren, vooral voor schapen, en ook voor paarden, konijnen en cavia’s; ook mensen en vooral kinderen mogen geen blad, peulen of zaden eten. Plant hem niet in of naast een weiland en voer nooit maaisel. Hij zaait zich makkelijk uit: knip de uitgebloeide trossen weg voor de peulen rijp zijn.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    1,2 m

    hoog, 0,8 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en augustus
Hoogte1,2 m
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Vaste plant in een losse pol van 0,6–1,5 m hoog, met veel rechtopstaande, vertakte stengels.
Blad
Geveerd, met 9–17 lancetvormige deelblaadjes van 1,5–5 cm met een klein stekelpuntje; aan de voet twee pijlvormige steunblaadjes.
Bloem
Rechtopstaande, lang gesteelde trossen van 5–15 cm met vlinderbloemen van ongeveer 1 cm, wit, lila of blauwlila, van juni tot september.
Vrucht/Zaad
Smalle, rolronde peulen van 2–5 cm, recht en licht ingesnoerd tussen de zaden; bruin als ze rijp zijn.
Stengel
Hol, kaal en gegroefd; onderaan wat houtig.
Verwarring met
Wikken hebben ranken aan de bladtop en klimmen; galega staat rechtop en heeft geen ranken. Bonte kroonwikke heeft roze-witte bloemen in ronde hoofdjes. Hokjespeul heeft roomgele bloemen en ligt meer over de grond.

Bloei: juni–september · Snoeien: maart en augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit drie maanden lang, met veel nectar en stuifmeel voor honingbijen, hommels en solitaire bijen.
  • Zoals andere vlinderbloemigen bindt hij met knolletjes aan de wortels stikstof uit de lucht.
  • Een stevige, luchtige plant voor de achterkant van een natuurlijke border of een ruige hoek op vochtige grond.
  • Holle stengels die je in de winter laat staan, bieden schuilplaatsen voor insecten.
  • Een historische plant: vroeger gekweekt als veevoeder, omdat men dacht dat hij de melkgift verhoogde.

Waar staat een galega graag?

  • In het wild op rivieroevers, spoorwegbermen, braakland en ruige, vochtige bermen.
  • Volle zon tot lichte halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
  • Voedzame, vochthoudende grond: leem of klei, ook licht kalkrijk; verdraagt korte natte periodes.
  • Reken op 60–80 cm ruimte per plant; hij vormt een flinke pol met een diepe wortel.
  • Niet in of naast een weiland met schapen, paarden of ander vee, en liefst niet vlak naast een beek, waar hij zich makkelijk verder uitzaait.

Mooi samen met

  • Grote kattenstaart: Paarse aren op dezelfde vochtige grond, voor bijen en vlinders.
  • Koninginnekruid: Bloeit in de nazomer en lokt veel dagvlinders.
  • Moerasspirea: Roomwitte, geurige pluimen in dezelfde vochtige border.
  • Wilde peen: Witte schermen voor zweefvliegen en kevertjes, als contrast met de trossen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een galega?

  1. Koop een plant bij een kwekerij van vaste planten, of zaai zelf; graaf nooit planten uit in de natuur.
  2. Zaai in maart–april: laat het harde zaad een nacht weken in lauw water en zaai in potjes, 1 cm diep. Het kiemt in 2–3 weken.
  3. Plant uit in mei of plant gekochte planten in april–mei of september–oktober, op 60–80 cm afstand.
  4. Kies meteen de definitieve plek: door de diepe penwortel verplant hij slecht.
  5. Geef de eerste weken water bij droogte; daarna redt hij zich.
  6. Zet bij het planten al een plantensteun of een paar stokken: na regen valt de pol makkelijk open.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna enkel in lange droge periodes.
Bemesten
Niet nodig: hij haalt zelf stikstof uit de lucht. Mest maakt hem slap.
Steun
Een ring of een paar stokken in mei houdt de pol bij elkaar.
Woekeren
Hij zaait zich rijk uit. Knip de uitgebloeide trossen weg voor de peulen rijp zijn en wied ongewenste zaailingen jong, met wortel en al.
Uitgebloeide trossen
Wegknippen na de eerste bloeigolf geeft vaak een tweede, kleinere bloei.

Tip: Knip de bloemtrossen na de eerste bloei terug: zo voorkom je dat hij zich overal uitzaait en krijg je vaak in september nog een tweede bloei.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en augustus.

Wanneer: Uitgebloeide trossen in augustus, voor het zaad rijpt. De oude stengels in maart, voor de nieuwe scheuten verschijnen.

Hoe:

  • Knip in augustus de uitgebloeide trossen terug tot boven een gezond blad, zodat er geen zaad valt.
  • Laat de holle stengels in de winter staan als schuilplaats voor insecten.
  • Knip in maart alle oude stengels af tot 5–10 cm boven de grond.
  • Draag handschoenen en leg het snoeisel niet in een weide of bij dieren.

Let op: Geef snoeisel en maaisel nooit aan konijnen, cavia’s, schapen of ander vee: ook gedroogd blijft het giftig.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
In maart–april in potjes, na een nacht weken in lauw water. Zaailingen bloeien vaak al in het tweede jaar.
Scheuren
Jonge pollen kun je in maart voorzichtig scheuren met een scherpe spade; oudere planten met een diepe penwortel verdragen dat slecht.

Hoe komt een galega de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Sterft in de herfst bovengronds af en loopt in het voorjaar weer uit uit de wortelstok.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C.
  • Laat de holle stengels staan tot maart: insecten overwinteren erin en vogels zoeken er beschutting.

Ziektes en plagen

  • Uitzaaien: Zaailingen verschijnen overal in de buurt. Knip uitgebloeide trossen tijdig weg en wied zaailingen jong.
  • Openvallen: Na regen of wind valt de pol open. Plaats in mei een plantensteun en kies een zonnige plek op niet te rijke grond.
  • Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in de nazomer. Onschuldig; geef ruimte en knip aangetaste stengels na de bloei terug.
  • Giftig voor dieren: Gevaarlijk voor vee en knaagdieren. Plant hem niet waar dieren kunnen grazen en voer geen maaisel.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels terugknippen. Zaaien in potjes.
  • April: Nieuwe scheuten. Planten of uitplanten.
  • Mei: Plantensteun plaatsen. Zaailingen uitplanten.
  • Juni: Begin van de bloei: bijen en hommels.
  • Juli: Volle bloei. Water geven bij lange droogte.
  • Augustus: Uitgebloeide trossen wegknippen voor het zaad rijpt.
  • September: Laatste bloei. Planten kan.
  • Oktober: Planten. De plant sterft bovengronds af.
  • November: Holle stengels laten staan voor insecten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam Galega komt van het Griekse gala, ‘melk’: men dacht vroeger dat de plant de melkgift van koeien en geiten verhoogde.
  • Uit galega werd de stof galegine gehaald. Onderzoek naar die stof leidde in de twintigste eeuw tot de ontwikkeling van een bekend geneesmiddel; de plant zelf is giftig.
  • Galega werkt samen met een eigen bodembacterie, die alleen bij galega-soorten de wortelknolletjes vormt waarin stikstof wordt vastgelegd.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…