
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
Boswederik
Lysimachia nemorum
In andere talen: Lysimaque des bois (Français) · Yellow pimpernel (English)
Komt in België in het wild voor.
Boswederik is een kleine, kruipende vaste plant van vochtige bossen, met glanzende, tegenoverstaande blaadjes en losse, sterachtige gele bloempjes op lange, draaddunne steeltjes. De liggende stengels worden 10–40 cm lang en kruipen over de bosgrond, langs bospaden en greppels. Hij groeit in vochtige, vrij voedselrijke loofbossen op leem en in bronbossen; in België is hij vrij algemeen in de Ardennen en plaatselijk in de leemstreek, in de rest van Vlaanderen eerder zeldzaam. Je herkent hem aan de bloemen die één voor één uit de bladoksels komen, van mei tot augustus. Hij geldt als een typische plant van oude bossen en is in de tuin een sierlijke bodembedekker voor een vochtig schaduwhoekje.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,1 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Lage, kruipende vaste plant met liggende stengels van 10–40 cm die op de knopen wortelen; de bloeiende toppen staan wat op, tot 10–15 cm hoog.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond met een spitse top, 2–4 cm lang, kort gesteeld, kaal en glanzend groen.
- Bloem
- Losse, sterachtige gele bloemen van 1–1,5 cm met vijf spitse kroonslippen, telkens één per bladoksel op een draaddun steeltje dat langer is dan het blad. Van mei tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Een klein, bolrond doosje met enkele zaden, aan een gebogen steeltje.
- Wortels
- Fijne wortels uit de stengelknopen; geen dikke wortelstok.
- Verwarring met
- Penningkruid heeft ronde, stompe bladeren en grotere, komvormige bloemen op korte steeltjes; het groeit vaak in grasland en langs sloten. Tormentil heeft gedeelde bladeren en meestal vier kroonbladen. Grote wederik is een rechtopstaande plant van zowat 1 m hoog.
Bloei: mei–augustus · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit lang, van mei tot augustus, op schaduwrijke plekken waar weinig andere planten zo lang bloeien.
- Kleine insecten zoals zweefvliegen en andere vliegjes bezoeken de bloemen.
- Een typische plant van oude, vochtige bossen: in de tuin geeft hij een schaduwhoek meteen een natuurlijk boskarakter.
- Blijft in zachte winters groen en bedekt de grond, zodat ongewenste kruiden minder kans krijgen.
- Laag en bescheiden: hij kruipt, maar overwoekert zijn buren zelden, en past mooi bij varens en voorjaarsbloeiers.
Waar staat een boswederik graag?
- In het wild: vochtige loofbossen, bronbossen, beekoevers, langs bospaden, in karrensporen en greppels, vaak op leem.
- Halfschaduw tot schaduw; in volle zon droogt hij uit.
- Vochtige tot natte, humusrijke grond, zuur tot neutraal, vrij voedselrijk maar niet bemest.
- In de tuin: als bodembedekker onder struiken, langs een schaduwrijke vijver of beek, of tussen varens in een bostuin.
Mooi samen met
- Wijfjesvaren: Een frisse, hoge varen boven de lage gele matjes.
- Bosanemoon: Bloeit in het voorjaar, voor de boswederik op gang komt.
- Paarbladig goudveil: Groeit op dezelfde natte, kwelrijke plekken in het bos.
- Kruipend zenegroen: Blauwe bloemaren in het voorjaar, in dezelfde vochtige halfschaduw.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boswederik?
- Koop planten bij een kwekerij die inheemse wilde planten kweekt; ze worden meestal in pot verkocht.
- Plant in maart–april of in september–oktober, op 25–30 cm afstand, in vochtige, humusrijke grond.
- Meng wat bladaarde door de grond als die erg zandig is, en druk de plant goed aan.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken vochtig; leg een dun laagje bladeren rond de plant.
- Wil je zaaien: strooi het zaad in de herfst in een pot met vochtige grond en laat die buiten overwinteren. Veel bosplanten kiemen beter na een koude periode.
- Graaf nooit planten uit in het wild: koop ze bij een kwekerij of vraag een stekje aan iemand die hem al in de tuin heeft.
Verzorgen
- Water
- In een vochtige bosgrond niet nodig. Bij langdurige droogte in de zomer wel water geven, anders verdroogt hij snel.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laag bladcompost of afgevallen bladeren in de herfst houdt de grond rijk genoeg.
- Bladlaag
- Laat afgevallen bladeren liggen; de stengels groeien er gewoon doorheen.
- Woekeren
- Hij kruipt, maar overwoekert zelden andere planten. Te ver uitgelopen stengels trek je makkelijk los.
- Concurrentie
- Houd sterke groeiers zoals brandnetel, braam en hondsdraf in toom, anders wordt hij overgroeid.
Tip: Wil je hem sneller laten uitbreiden, pin dan een paar lange stengels met een ijzerdraadje op de grond vast: binnen enkele weken wortelen ze en heb je nieuwe planten.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Nauwelijks nodig; eventueel in maart de kale of te lange stengels inkorten.
Hoe:
- Knip te ver uitgelopen of kale stengels in maart terug tot vlak bij de voet.
- Laat de rest van het jaar alles staan: de plant blijft vanzelf laag en compact.
- Maaien is niet nodig; leg een pad liever langs de plant dan erover.
Vermeerderen
- Uitlopers
- In het voorjaar of de zomer een stengelstuk dat op de knopen al wortels heeft losmaken en elders planten. Dat slaat bijna altijd aan.
- Scheuren
- In maart–april of september een pol in een paar stukken verdelen, elk met wortels.
- Zaad
- In de herfst zaaien in een pot met vochtige grond die je buiten laat overwinteren.
Hoe komt een boswederik de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In zachte winters blijft het blad groen; bij strenge vorst sterft een deel boven de grond af en loopt de plant in het voorjaar opnieuw uit.
- Winterhard: de kruipende stengels liggen beschut onder de bladlaag.
- De groene matjes geven beschutting aan kleine bodemdiertjes zoals pissebedden en loopkevers.
Ziektes en plagen
- Uitdrogen: Op een te droge of zonnige plek verwelkt hij en verdwijnt hij. Verplant hem naar een vochtige, schaduwrijke plek.
- Slakken: Ze knabbelen aan jonge blaadjes. Meestal blijft de schade beperkt; egels, lijsters en loopkevers helpen.
- Overgroeid raken: Tussen brandnetels, braam of hoge grassen verdwijnt hij. Wied sterke concurrenten weg.
- Weinig bloemen: In diepe schaduw bloeit hij matig; lichte schaduw onder bladverliezende bomen is ideaal.
Het jaar rond
- Maart: Te lange of kale stengels inkorten. Planten.
- April: Nieuwe groei. Bewortelde stengelstukken afnemen.
- Mei: Eerste bloemen.
- Juni: Volle bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Bloei. Uitlopers stekken.
- Augustus: Laatste bloemen. Water geven bij droogte.
- September: Planten of scheuren.
- Oktober: Afgevallen bladeren laten liggen. Zaaien in pot.
- December: Rust; in zachte winters blijft het blad groen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Volgens de Romeinse schrijver Plinius is het geslacht Lysimachia genoemd naar koning Lysimachus, een veldheer van Alexander de Grote.
- De soortnaam nemorum betekent ‘van de bossen’: een goede naam voor een plant die je bijna alleen in bossen vindt.
- De Engelse naam ‘yellow pimpernel’ verwijst naar de gelijkenis met rode guichelheid (‘scarlet pimpernel’), een verwant uit dezelfde familie.