Foto: 4028mdk09, CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Pruim
Prunus domestica · ook: Pruimelaar
De pruim is een makkelijke fruitboom van 4–8 m die in april wit bloeit en van eind juli tot september pruimen geeft: blauw, paars, geel of groen, van de grote ‘Victoria’ tot kleine mirabellen en reine-claudes. Veel rassen zijn zelfbestuivend, zodat één boom al volstaat. Snoei hem weinig en altijd in de zomer, bij droog weer: wintersnoei opent de deur voor loodglans en bacteriekanker. Op een zwakke onderstam past hij ook in een gewone tuin.
Let op: Kraak geen pruimenpitten: het zaad binnenin bevat amygdaline, dat in het lichaam blauwzuur vrijmaakt. Een per ongeluk ingeslikte, hele pit is onschuldig.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
4–8 m
hoog
Bloei
april
| Snoeimaanden | juni–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 4–8 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april |
Herkennen
Hoe herken je een pruim?
- Groeivorm
- Fruitboom van 4–8 m met een open, wat onregelmatige kroon; als struik, halfstam of hoogstam.
- Blad
- Verspreid, elliptisch, 4–10 cm, gekarteld en dof; onderaan wat behaard.
- Schors
- Donker grijsbruin en gebarsten.
- Bloem
- Witte bloemen in bundeltjes in april, net voor of met het blad.
- Vrucht
- Blauwe, paarse, gele of groene pruimen met een platte pit (augustus–september).
- Verschil met de sleedoorn
- De sleedoorn is een doornige struik met kleine blauwe sleeën.
- Verschil met de zoete kers
- De zoete kers heeft glanzende schors met horizontale strepen, en kersen.
Bloei: april · Oogst en vruchten: juli–september · Snoeien: juni–augustus
Herkennen per kenmerk: Witte bloesem
Lijkt op, maar is het niet
- Sleedoorn Prunus spinosa: een doornige struik met kleine blauwe sleeën. Verschil met sleedoorn
- Zoete kers Prunus avium: glanzende schors met horizontale strepen en kersen. Verschil met zoete kers
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Eigen pruimen van de zomer tot in september, vers, in taart of confituur.
- Veel rassen zijn zelfbestuivend: één boom is genoeg.
- Bloesem in april voor bijen en hommels.
- Groeit op bijna elke grond en vraagt weinig snoei.
Waar staat een pruim graag?
- Zon: dan worden de pruimen het zoetst.
- Bijna elke vruchtbare grond die vocht vasthoudt; geen natte voeten.
- Beschut tegen koude wind: de bloesem komt vroeg en is gevoelig voor nachtvorst.
- Ruimte: een struik of halfstam 3–4 m, een hoogstam 6–8 m.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Oost-Indische kers: Onder de boom lokt ze bladluizen weg en bloeit ze de hele zomer.
- Bieslook: Een lage rand onder de kroon die bijen trekt.
- Krokus: In het gras onder de boom: vroege bloemen voor de eerste bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pruim?
- Plant van november tot maart; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Kies de onderstam bij je ruimte: Pixy voor een kleine boom, St. Julien A voor een struik of halfstam, een sterke onderstam zoals een zaailing van de kerspruim voor een hoogstam.
- Zet de entplaats boven de grond en zet een stevige paal aan de windkant.
- Heb je maar plaats voor één boom, kies dan een zelfbestuivend ras, zoals ‘Victoria’, ‘Opal’ of ‘Reine Claude d’Oullins’.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte, en in droge zomers als de pruimen zwellen.
- Bemesten
- In maart wat compost onder de kroon.
- Dunnen
- Draagt de boom heel veel, dun dan in juni de jonge pruimen uit tot 5–8 cm uit elkaar.
- Takken steunen
- Zwaar beladen takken breken makkelijk: steun ze met een paal of bind ze op.
- Oogsten
- Pluk in een paar beurten, als de pruimen op kleur zijn en bij de steel zacht aanvoelen.
Tip: Dun bij een rijk dragend ras als ‘Victoria’ in juni de vruchten uit: de pruimen worden groter en de takken breken niet onder het gewicht.
Wanneer snoei je een pruim?
Snoeimaanden: juni–augustus.
Wanneer: In de zomer (juni–augustus), bij droog weer: jonge bomen in juni, dragende bomen liefst kort na de oogst.
Hoe:
- Snoei weinig: dun uit en haal kruisende, naar binnen groeiende en dode takken weg.
- Vorm een jonge boom in de eerste jaren tot een open kroon met 3–4 gesteltakken.
- Zaag een tak terug tot op een zijtak of de stam, zonder stomp, en vermijd grote wonden.
- Haal takken met loodglans of kanker weg tot in het gezonde hout.
Let op: Snoei niet in de herfst of winter: zware snoei in de winter geeft kans op loodglans en bacteriekanker. Ontsmet je zaag en snoeischaar.
Vermeerderen
- Enten
- Een ras vermeerder je door in de zomer een knop op een onderstam te oculeren, of door in het voorjaar een ent te zetten.
- Zaaien
- Een pruimenpit geeft een nieuwe, onvoorspelbare pruim, niet hetzelfde ras; zaai hem in de herfst buiten.
Hoe komt een pruim de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; de vroege bloesem in april kan wel bevriezen.
- Haal in de winter verschrompelde pruimen (mummies) uit de boom, zonder te snoeien: daar overwintert monilia.
Ziektes en plagen
- Loodglans: Bladeren met een zilverachtige glans, daarna sterven takken af; het hout is vanbinnen bruin. Zaag aangetaste takken in de zomer weg tot in gezond hout.
- Bacteriekanker: Ingezonken plekken op de schors met gomvloei, en kleine gaatjes in het blad. Zaag aangetaste takken in de zomer bij droog weer weg.
- Monilia: Rottende pruimen met grijze schimmelkussentjes, en verdorde bloesem. Pluk rotte pruimen en mummies weg.
- Pruimenmot: Een rupsje in de pruim; aangetaste pruimen kleuren te vroeg en vallen af. Raap ze op, en hang in mei een feromoonval.
- Bladluis: Gekrulde bladeren aan de scheuttoppen in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en oorwormen ze op.
Het jaar rond
- Januari: Mummies uit de boom halen; niet snoeien.
- Maart: Compost onder de kroon; laatste maand om te planten.
- April: Bloei: let op nachtvorst.
- Mei: Feromoonval tegen pruimenmot ophangen.
- Juni: Vormsnoei van jonge bomen bij droog weer; pruimen dunnen.
- Juli: Snoei na de oogst van vroege rassen; eerste pruimen plukken.
- Augustus: Hoofdoogst; zomersnoei bij droog weer.
- September: Late rassen plukken; afgevallen pruimen oprapen.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Pruimen vers, als confituur, taart of gedroogd.
- Voor de natuur
- Bloesem voor bijen.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (juli–september)
- Pruimen pluk je als ze hun volle kleur hebben, licht berijpt zijn en bij zacht drukken wat meegeven; daarna worden ze niet zoeter meer. Ook kwetsen, mirabellen en reine-claudes horen bij deze soort. Vers, in vlaai of taart, als confituur of moes, gedroogd, of op brandewijn.
- Bewaring
- Rijpe pruimen blijven een paar dagen in de koelkast. Gehalveerd en ontpit laten ze zich goed invriezen. Kwetsen lenen zich ook goed om te drogen (zie recept).
Let op: Kraak of eet de pitten niet: ze bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vrijmaken. Wespen zijn dol op rijpe pruimen: kijk elke vrucht na voor je erin bijt en wees voorzichtig bij het plukken van aangevreten vruchten.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Pruimenconfituur (Jam · ± 4 potten · 45 min + 1 uur laten staan)
- Gedroogde pruimen (Gedroogd · ± 300 g · 15 min + 12–24 uur drogen)
- Pruimentaart met amandelcrème (Gerecht · 1 taart van 24 cm (8 porties) · 45 min + 30 min rusten + 45 min bakken)
- Pruimenlikeur (Likeur · ± 1 liter · 20 min + 6–8 weken trekken)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Veel pruimenrassen, zoals Victoria, zijn zelfbestuivend.
- Mirabellen en reine-claudes zijn ook pruimen: vormen van dezelfde soort.
- Het witte waslaagje op een pruim is natuurlijk en beschermt de vrucht tegen uitdrogen.
- ‘Belle de Louvain’ is een oud Belgisch ras uit Leuven: een grote, paarsrode kookpruim.
- De pruim is waarschijnlijk ontstaan als kruising tussen de sleedoorn en de kerspruim (Prunus cerasifera).
- De reine-claude is genoemd naar koningin Claude van Frankrijk, de echtgenote van koning Frans I.