Weichselboom (Prunus mahaleb)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Loofboom · Rozenfamilie (Rosaceae)

Weichselboom

Prunus mahaleb

De weichselboom is een kleine, taaie kers van 4–10 m, vaak struikvormig, met rond, glanzend blad en in april–mei sterk geurende witte bloemtrosjes. In juli draagt hij kleine, bittere zwarte kersjes, die vogels graag eten. Hij komt uit Midden- en Zuid-Europa en is in België inheems maar zeldzaam, op warme, droge kalkhellingen. In de tuin is hij een uitstekende keuze voor droge, kalkrijke grond in de volle zon, als losse struik, kleine boom of in een vrij groeiende haag. Zijn hout is geurig en gedroogd blad ruikt naar hooi.

Let op: Pitten en blad bevatten blauwzuurverbindingen: eet geen pitten, en laat kinderen er niet op kauwen. De kersjes zelf zijn bitter.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Elke tuingrond

    neutraal tot kalkrijk

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    4–10 m, vaak struikvormig

    hoog

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–augustus
Hoogte4–10 m, vaak struikvormig
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een weichselboom?

Groeivorm
Struik of kleine boom van 4–10 m met een losse, ronde kroon van zo’n 5 m; vaak meerstammig.
Blad
Verspreid, 3–6 cm, rond tot breed eivormig met een korte spitse top, fijn gekarteld en glanzend; gedroogd ruikt het naar hooi (cumarine).
Schors
Grijsbruin met horizontale lenticellen, zoals bij kersen; het hout is geurig.
Bloem
Kleine, sterk geurende witte bloemen in korte, rechtopstaande trosjes van 3–10, in april–mei, met het blad.
Vrucht
Kleine, bittere kersjes van 6–10 mm, eerst rood en rijp zwart, in juli.
Verschil met de zoete kers
De zoete kers heeft een groter, langwerpig blad met twee rode kliertjes op de steel, en bloemen in bundeltjes.
Verschil met de vogelkers
De vogelkers heeft een groter, dof blad en lang hangende bloemtrossen.

Bloei: april–mei · Snoeien: juni–augustus

Herkennen per kenmerk: Witte bloesem · Zwarte bessen

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de weinige bomen die het echt goed doen op droge, kalkrijke en schrale grond.
  • Sterk geurende witte bloesem in april–mei voor bijen.
  • Kleine zwarte kersjes in juli voor merels, lijsters en andere vogels.
  • Inheems maar zeldzaam: met een weichselboom geef je een soort van onze kalkhellingen een plek.
  • Weinig snoei en weinig zorg nodig.

Waar staat een weichselboom graag?

  • Volle zon; in de schaduw bloeit hij weinig en groeit hij ijl.
  • Droge, goed doorlatende grond, het liefst kalkrijk: zandleem, mergel of stenige grond. Op natte of zware, slecht doorlatende grond doet hij het slecht.
  • Verdraagt hitte, droogte en wind goed: geschikt voor een zonnige helling, een stenige border of een droge tuin.
  • Zo’n 5 m breed: past als struik of kleine boom in een middelgrote tuin.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog
Grootte
8 m hoog, 5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Wegedoorn: Inheemse struik van droge kalkgrond; samen een vogelrijke haag.
  • Gele kornoelje: Bloeit al in februari–maart en houdt ook van kalk: samen bloei van februari tot mei.
  • Spaanse aak: Inheemse kleine boom of haag die net als de weichselboom van kalkrijke grond houdt.
  • Geel zonneroosje: Laag, zonminnend plantje van kalkgrasland voor de zonnige voet van de struik.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een weichselboom?

  1. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; jonge plantjes slaan het best aan.
  2. Werk op zware grond grind of grof zand door het plantgat, zodat het water goed wegloopt; mest of veel compost is niet nodig.
  3. Voor een vrij groeiende haag of houtkant: om de 1–1,5 m een plant, eventueel gemengd met andere struiken van droge grond.
  4. Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte; daarna redt hij zich.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte; daarna is hij zeer droogtebestendig.
Bemesten
Niet nodig: hij houdt van schrale grond.
Onkruid
Houd de eerste jaren een strook rond de voet vrij van gras; een laag grind of houtsnippers helpt.
Onderhoud
Haal af en toe dode takken weg, in de zomer en bij droog weer.

Tip: Heb je een droge, kalkrijke helling waar weinig wil groeien? Plant er een weichselboom met wegedoorn, gele kornoelje en sleedoorn: een taai, inheems struweel met bloesem en bessen voor de vogels.

Wanneer snoei je een weichselboom?

Snoeimaanden: juni–augustus.

Wanneer: In de zomer, bij droog weer (juni–augustus).

Hoe:

  • Weinig snoei nodig: haal dode, zieke en kruisende takken weg en laat de struik verder vrij groeien.
  • Wonden in de herfst en winter geven kans op gomziekte; in de zomer, bij droog weer, groeien ze sneller dicht.
  • Wil je hem kleiner houden, haal dan liever geregeld een oude tak weg dan alles in één keer terug te zetten.

Let op: Snoei niet bij nat weer en niet in herfst of winter: dan dringen ziektekiemen in de wonden, zoals bij alle kersen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Haal in juli de pitten uit rijpe kersjes, maak ze schoon en zaai ze in de herfst buiten in een pot; na een winter in de kou kiemen ze meestal in het voorjaar.

Hoe komt een weichselboom de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard.
  • In de winter herken je hem aan de grijsbruine twijgen en stammen met horizontale lenticellen, zoals bij andere kersen.

Ziektes en plagen

  • Gomziekte: Kleverige, amberkleurige gom op stam en takken, vaak na wonden of op natte grond. Snoei alleen in de zomer bij droog weer en vermijd beschadigingen.
  • Natte grond: Op natte of zware grond verzwakt hij en sterven takken af; kies een droge, goed doorlatende plek.
  • Hagelschotziekte: Ronde bruine vlekjes in het blad die uitvallen, zodat het blad eruitziet als doorzeefd. Komt bij veel kersen voor; meestal onschuldig.
  • Bladluis: Luizen op jonge scheuten in het voorjaar; lieveheersbeestjes en mezen ruimen ze op.

Het jaar rond

  • Maart: Plantseizoen loopt af; jonge planten water geven bij droogte.
  • April: De bloei begint: geurige witte trosjes voor de bijen.
  • Mei: Bloei loopt af; kijk naar bladluis op jonge scheuten.
  • Juni: Snoeien kan: dode en kruisende takken weg, bij droog weer.
  • Juli: De kersjes worden zwart en de vogels eten ze op; snoeien kan nog, bij droog weer.
  • Augustus: Laatste maand om te snoeien; jonge planten water bij droogte.
  • Oktober: Pitten zaaien in een pot buiten.
  • November: Plantseizoen begint.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Taaie struik of kleine boom voor droge, kalkrijke grond; geurige bloesem in het voorjaar.
Ook gebruikt voor
Onderstam voor kersen. Het geurige hout (‘bois de Sainte-Lucie’) diende voor pijpen en wandelstokken.
Voor de natuur
Bloemen voor bijen, kersjes voor vogels.

Let op: Pitten en blad bevatten blauwzuurverbindingen: eet geen pitten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De gemalen pitjes (‘mahlab’) zijn in het Midden-Oosten een bekend bakkruid, met een smaak van bittere amandel en kers.
  • Het geurige hout (‘bois de Sainte-Lucie’) diende vroeger voor pijpen, wandelstokken en kleine voorwerpen.
  • Hij wordt gebruikt als onderstam voor kersen, vooral voor droge, kalkrijke grond.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…