
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Water- of oeverplant · Araceae
Slangenwortel
Calla palustris
In andere talen: Calla des marais (Français) · Bog arum (English)
De slangenwortel is een kleine, inheemse aronskelkachtige van venen, broekbossen en voedselarme vijverranden in de koele streken van Europa, Azië en Noord-Amerika. Hij kruipt met dikke, groene stengels over de modder en tot 10 cm diep het water in, en vormt zo een lage mat van glanzende, hartvormige bladeren van zo’n 25 cm hoog. Van mei tot juli, met een hoogtepunt in juni, verschijnen witte, open schutbladen rond een korte, geelgroene kolf, die aan een kleine calla doen denken. Daarna rijpen trossen rode bessen, die in de nazomer opvallen. Tuiniers gebruiken hem graag om de rand van een natuurvijver te verzachten en de overgang van water naar land te verbergen.
Let op: Alle delen, ook de rode bessen, zijn giftig en irriterend als je ze eet. De bessen trekken vooral kleine kinderen aan; ook katten, honden en grazende dieren lopen risico. Knip de bessen weg als kinderen of huisdieren in de buurt komen en draag handschoenen bij het werken met de plant.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of veen
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
mei–juli
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Hoe herken je een slangenwortel?
- Groeivorm
- Lage, kruipende mat van ongeveer 25 cm hoog, die zich langzaam tot 50 cm en breder uitbreidt.
- Blad
- Hartvormig, glanzend donkergroen, op lange stelen; in de herfst sterft het af.
- Bloem
- Een wit, open schutblad van enkele centimeters rond een korte, geelgroene kolf vol piepkleine bloempjes, van mei tot juli.
- Vrucht
- Dichte trossen glanzend rode bessen in de nazomer.
- Stengels
- Dikke, groene, kruipende stengels met knopen, die over en net onder het modderoppervlak groeien en daar wortelen.
Bloei: mei–juli · Planten: april–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Verbergt met zijn kruipende stengels mooi de rand van de vijverfolie en maakt een natuurlijke overgang van water naar land.
- Glanzend, hartvormig blad van het voorjaar tot de herfst.
- Witte schutbladen in de late lente en vroege zomer, daarna rode bessen.
- Een inheemse plant voor een natuurvijver met zacht, voedselarm water.
- De lage mat geeft kikkers, salamanders en waterinsecten een schuilplaats aan de rand.
- Volledig winterhard en weinig werk.
Waar staat een slangenwortel graag?
- Zon of halfschaduw.
- Natte, humusrijke leem- of veengrond, zuur tot neutraal; zacht regenwater is ideaal.
- Langs de rand van de vijver en tot 10 cm diep in het water.
- Reken op 30–40 cm tussen de planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Leem of veen
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Nat
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Wateraardbei: Purperrode sterbloemen in dezelfde zure, natte rand.
- Waterdrieblad: Witte, gefranjerde bloemen in het voorjaar, ook voor zure, ondiepe randen.
- Moerasvaren: Licht, fijn varenblad achter de lage mat.
- Veenpluis: Witte pluizen in de vroege zomer op natte, zure grond.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Lichtblauwe bloempjes die tussen de bladeren door groeien.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een slangenwortel?
Planten in april–juni.
- Plant in april–juni, als het water opwarmt.
- Gebruik een brede, lage vijvermand met voedselarme vijveraarde, eventueel gemengd met wat zand; geen mest of compost.
- Leg de kruipende stengel horizontaal op de aarde en druk hem licht aan, zonder hem helemaal in te graven.
- Zet de mand zo dat de bovenkant gelijk ligt met het water of tot 10 cm eronder, of plant direct in de modderige rand van een natuurvijver.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Vul het water daarna rustig aan met regenwater.
Verzorgen
- Water
- Mag nooit droogvallen. Vul bij met regenwater: kalkrijk leidingwater vindt hij minder fijn.
- Bemesten
- Niet nodig: hij houdt van voedselarm water.
- Afgestorven blad
- Haal geel en afgestorven blad in de herfst uit het water, zodat het daar niet wegrot.
- Uitbreiding
- Groeit vrij langzaam. Stengels die te ver gaan, snijd je in het voorjaar af en plant je elders.
- Verpotten
- Om de 3–4 jaar uit de mand halen en delen als hij te vol wordt.
Tip: Laat de dikke stengels over de rand van de vijver kruipen: zo verbergt hij de folie en vormt hij een natuurlijke overgang. Vul bij met regenwater, want hij houdt van zacht water.
Wanneer snoei je een slangenwortel?
Wanneer: De slangenwortel wordt nauwelijks gesnoeid: haal alleen in de herfst geel en afgestorven blad weg.
Hoe:
- Knip of trek geel blad weg zodra het afsterft, en haal het uit het water.
- Laat de rode bessen staan voor de sier, maar knip ze weg als jonge kinderen of huisdieren erbij kunnen.
- Snijd te lange stengels in het voorjaar af en gebruik ze als stek.
Let op: Draag handschoenen als je erin knipt: alle delen zijn giftig en het sap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Stekken
- In april–juli stukken van de kruipende stengel met minstens één knoop afsnijden en op natte modder of in een ondiepe pot in het water leggen. Ze wortelen snel.
- Zaad
- Zaai de zaden uit rijpe bessen in de herfst vers in een pot met natte, zure grond die in een schaal water staat, en laat de pot buiten overwinteren.
Hoe komt een slangenwortel de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de dikke stengels overwinteren in de modder.
- Een mand aan de vijverrand mag gerust dichtvriezen.
Ziektes en plagen
- Droogvallen: Slap, bruin blad als de rand in de zomer droogvalt. Houd het waterpeil op peil met regenwater.
- Slakken: Slakken kunnen gaten in het blad vreten. De schade blijft meestal beperkt; kikkers en padden helpen.
- Bleek blad: Bleek, geelachtig blad in hard, kalkrijk water. Vul bij met regenwater en plant in een zuurder mengsel.
- Verdrongen: Sterke oeverplanten groeien over de lage mat heen. Houd die in een eigen mand of snoei ze terug.
Het jaar rond
- April: Planten. De nieuwe bladeren verschijnen.
- Mei: Planten. De eerste witte schutbladen.
- Juni: Volle bloei. Stekken van de kruipende stengels nemen.
- Juli: Laatste bloei. Bij droogte bijvullen met regenwater.
- Augustus: De bessen kleuren rood. Bijvullen bij droogte.
- September: Bessen rijp: zaad oogsten en zaaien.
- Oktober: Geel blad uit het water halen.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de slangenwortel zijn giftig: net als bij de aronskelk bevat het sap naaldvormige kristallen die mond en keel pijnlijk doen zwellen. De felrode bessen aan de rand van de vijver, in de nazomer, trekken kleine kinderen aan. Knip ze weg als kinderen of huisdieren erbij kunnen, en draag handschoenen als je in de plant knipt. Ook katten, honden en grazende dieren lopen risico. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Calla palustris is de enige soort in het geslacht Calla. De ‘calla’ uit de bloemenwinkel hoort bij een ander geslacht, Zantedeschia.
- Hij groeit in de koele streken rond de hele noordpool: in Europa, Azië en Noord-Amerika.
- In Noord-Scandinavië werd vroeger in tijden van hongersnood brood gebakken van de gedroogde en lang bewerkte wortelstok; rauw is de plant giftig.