Kornoelje (Cornus officinalis)

Foto: Philipp Franz von Siebold and Joseph Gerhard Zuccarini, Public domain · bron

Heester · Cornaceae

Kornoelje

Cornus officinalis

In andere talen: Cornouiller officinal (Français) · Japanese cornel (English)

Cornus officinalis, de Japanse kornoelje, is een grote struik of kleine meerstammige boom uit China en Korea, die in Japan al lang gekweekt wordt. In februari–maart, lang voor het blad verschijnt, zitten de kale takken vol kleine schermpjes van goudgele bloempjes. In de nazomer volgen glanzend rode, langwerpige vruchtjes, die eetbaar zijn als ze volledig rijp zijn. De schors van oudere takken en stammen schilfert af in grijs, bruin en oranje, en in de herfst kleurt het blad rood tot paars. Hij lijkt sterk op de gele kornoelje, maar bloeit vaak nog rijker en heeft een mooiere schors.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    5 m

    hoog, 4 m breed

  • Bloei

    februari–maart

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril
Hoogte5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen en vogels
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeifebruari–maart

Herkennen

Hoe herken je een kornoelje?

Groeivorm
Grote, brede struik of kleine boom met één of meer stammen, op termijn 4–5 m hoog en ongeveer 4 m breed.
Blad
Eirond, 5–10 cm, tegenoverstaand, met de typische gebogen nerven van kornoeljes; in de herfst rood tot paars.
Bloem
Schermpjes van kleine, goudgele bloempjes aan het kale hout, in februari–maart.
Vrucht
Langwerpige, glanzend rode steenvruchtjes van ongeveer 1,5 cm, rijp in de nazomer; zuur, met één harde pit.
Schors
Op oudere takken en stammen afschilferend in grijs, bruin en oranje.

Bloei: februari–maart · Oogst en vruchten: september–oktober · Planten: maart–april en oktober–november · Snoeien: april

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de vroegste bloeiers: goudgele bloempjes aan kale takken in februari–maart.
  • Een vroege bron van nectar en stuifmeel voor bijen en hommels op zachte winterdagen.
  • Rode vruchtjes in de nazomer, voor de vogels en voor de keuken.
  • Afschilferende schors en een rode tot paarse herfstkleur: sierwaarde in elk seizoen.
  • Makkelijk, winterhard en weinig vatbaar voor ziektes.

Waar staat een kornoelje graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en kleuren de vruchten het best.
  • Elke gewone tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, zolang hij niet lang nat staat.
  • Normaal vochtig; jonge planten verdragen geen langdurige droogte.
  • Geef hem ruimte: reken op minstens 4 m doorsnede, als solitair of achteraan in een grote border.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
5 m hoog, 4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Lenteroos: Bloeit tegelijk aan de voet, in wit, roze of paars.
  • Sneeuwklokje: Een wit tapijt onder de gele takken in februari.
  • Krokus: Paarse of witte bloemen bij de gele bloei.
  • Toverhazelaar: Nog een gele of oranje winterbloeier voor een wintertuin.
  • Elfenbloem: Een bodembedekker die de schaduw onder de struik verdraagt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kornoelje?

Planten in maart–april en oktober–november.

  1. Plant in maart–april of in oktober–november, als de grond niet bevroren is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en maak de bodem van het gat los.
  3. Zet de struik even diep als in de pot en druk de grond goed aan.
  4. Houd minstens 3–4 m afstand tot andere struiken of gebouwen.
  5. Geef meteen een flinke gieter water en het eerste jaar regelmatig bij droogte.
  6. Leg een laag compost of houtsnippers rond de voet, niet tegen de stam.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
Bemesten
Niet nodig in gewone tuingrond; een laag compost in het voorjaar volstaat.
Mulchen
Bladcompost of houtsnippers houden de grond koel en vochtig.
Oogsten
Pluk de vruchten als ze donkerrood en zacht zijn, of raap ze op als ze vallen. Ze zijn zuur: lekker in confituur, gelei of siroop. Verwijder de harde pit.
Vogels
Laat een deel van de vruchten hangen: merels en andere vogels eten ze graag.

Tip: Plant hem waar de lage winterzon op de takken valt, liefst voor een donkere achtergrond: zo komen de gele bloemen en later de schilferende schors het mooist uit.

Wanneer snoei je een kornoelje?

Snoeimaanden: april.

Wanneer: Hij heeft weinig snoei nodig. Snoei als het moet in april, meteen na de bloei: de bloemknoppen voor volgend jaar worden in de zomer gevormd.

Hoe:

  • Haal dode, zieke en kruisende takken weg.
  • Wil je een boomvorm, verwijder dan geleidelijk de onderste zijtakken, zodat de schilferende stammen zichtbaar worden.
  • Snoei nooit de hele struik kort: je verliest dan jaren bloei en de natuurlijke vorm.
  • Een te grote struik verjong je door elk jaar één of twee oude takken aan de basis weg te nemen.

Let op: Snoei niet in de winter of de herfst: dan knip je de bloemknoppen weg.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Maak de pitten in de herfst schoon en zaai ze buiten in een pot. Ze kiemen traag, vaak pas na anderhalf jaar.
Afleggen
Buig in het voorjaar een lage tak naar de grond, kras de schors licht in en pin hem vast onder wat grond. Na een jaar loskoppelen en verplanten.
Stekken
Halfrijpe stekken in juni–juli, in vochtige stekgrond onder plastic; het slaagt niet altijd.

Hoe komt een kornoelje de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is geen bescherming nodig.
  • De bloemen verdragen lichte vorst; een strenge nachtvorst tijdens de bloei kan ze wel bruin kleuren.
  • In een grote pot kan hij jaren staan; wikkel de pot in strenge winters in jute.

Ziektes en plagen

  • Weinig vruchten: Koud, nat weer of vorst tijdens de bloei houdt bijen weg en geeft minder vruchten. Een tweede kornoelje in de buurt kan de vruchtzetting verbeteren.
  • Bladluis: Op jonge scheuten in mei. Meestal ruimen lieveheersbeestjes ze op; anders afspuiten met water.
  • Droogte: Jonge planten laten hun blad hangen of krijgen bruine randen. Geef ruim water en mulch.
  • Bladvlekken: Bruine vlekjes op het blad in natte zomers; meestal onschuldig. Hark het gevallen blad in de herfst op.

Het jaar rond

  • Februari: Begin van de bloei aan de kale takken.
  • Maart: Bloei. Planten.
  • April: Snoeien na de bloei. Compost geven. Planten.
  • Mei: Letten op bladluis op de jonge scheuten.
  • Juni: Halfrijpe stekken nemen. Jonge planten water geven bij droogte.
  • Juli: Water geven bij droogte.
  • Augustus: De vruchten kleuren rood.
  • September: Rijpe vruchten oogsten voor confituur of siroop.
  • Oktober: Herfstkleur. Planten. Pitten buiten in een pot zaaien.
  • November: Planten. De schilferende schors komt beter in beeld.
  • December: Rust. De ronde bloemknoppen zijn al zichtbaar.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Vruchten (september–oktober)
In augustus kleuren de langwerpige vruchtjes rood; in september en oktober zijn ze rijp. Ze zijn pas eetbaar als ze volledig rijp zijn: donkerrood en zacht. Dan vallen ze ook vanzelf: leg een doek onder de struik of raap ze elke dag op. Ze smaken zuur en wat wrang, als een zure kers: rauw eet je er hooguit een paar, maar gekookt tot siroop, gelei of moes, of gedroogd, zijn ze lekker. Elke vrucht heeft één harde, langwerpige pit die je verwijdert. Je gebruikt ze zoals de vruchten van de gele kornoelje, waar deze kornoelje sterk op lijkt.
Bewaring
Rijpe vruchtjes houden twee à drie dagen in de koelkast: verwerk ze snel, of vries ze in met pit en al. Ontpit en gedroogd blijven ze een jaar goed in een gesloten pot.

Let op: Eet enkel het vruchtvlees van volledig rijpe, donkerrode vruchten: onrijpe zijn zeer wrang. De harde pit eet je niet: bijt er niet op, maal hem niet en haal hem eruit voor je het moes of de gedroogde vruchtjes eet. Verwar de vruchtjes niet met giftige rode bessen, zoals die van taxus, kamperfoelie of kardinaalsmuts: de langwerpige vrucht met één pit, aan een struik die in februari–maart geel bloeide, is typisch.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Hij is een nauwe verwant van de gele kornoelje; je herkent hem onder meer aan de bruine haartjes in de nerfoksels aan de onderkant van het blad.
  • Wat op één bloempje lijkt, is een schermpje van een twintigtal piepkleine bloemen, omringd door vier kleine schutblaadjes.
  • De bloemknoppen worden al in de zomer gevormd: in de winter zie je ze als ronde knopjes op de takken.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…