Gele plomp (Nuphar lutea)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron

Water- of oeverplant · Nymphaeaceae

Gele plomp

Nuphar lutea

In andere talen: Nénuphar jaune (Français) · Yellow water lily (English)

De gele plomp is een inheemse waterplant uit de waterleliefamilie, die in grote delen van Europa voorkomt in meren, vijvers, kanalen en trage rivieren. Uit een dikke, kruipende wortelstok in de modder groeien grote, ovale drijfbladeren van 20–40 cm en, onder water, dunne, gegolfde bladeren die op sla lijken. Van juni tot augustus steken bolvormige, goudgele bloemen van 4–6 cm boven het water uit; ze ruiken zoetig, een beetje naar alcohol. Hij groeit krachtiger dan een waterlelie en verdraagt meer schaduw en stromend water. Voor een grote vijver of natuurvijver is hij een robuuste, inheemse keuze.

Let op: Groeit zeer krachtig met dikke wortelstokken en is niets voor een kleine vijver. Plant hem in een stevige mand, hou hem binnen de perken en zet nooit planten of wortelstokken uit in natuurlijk water.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Leem, klei of veen

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,15 m

    hoog, 2 m breed

  • Bloei

    juni–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,15 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuni–augustus

Herkennen

Hoe herken je een gele plomp?

Groeivorm
Drijfbladplant uit een wortelstok in de modder; een volgroeide plant wordt zo’n 2 m breed of meer.
Blad
Ovaal tot hartvormig, 20–40 cm, leerachtig en glanzend groen, drijvend op het water; daaronder dunne, gegolfde onderwaterbladeren.
Bloem
Bolvormig, 4–6 cm, op stevige stelen tot 15 cm boven het water, van juni tot augustus; de opvallende gele delen zijn kelkbladen.
Vrucht
Een groene, flesvormige vrucht die na de bloei rijpt; de zaden worden door het water verspreid.
Wortelstok
Dik, sponzig en kruipend; hij kan zich over meters uitbreiden.

Bloei: juni–augustus · Planten: mei–juni · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Robuust en inheems: groeit waar waterlelies het moeilijk hebben, in halfschaduw en in licht stromend water.
  • Goudgele bolbloemen van juni tot augustus, met een zoete geur.
  • De grote drijfbladeren geven schaduw, houden het water koel en remmen algen.
  • Kikkers rusten op de bladeren, en waterjuffers zoals de grote roodoogjuffer gebruiken ze als zitplaats en om eitjes af te zetten.
  • Vissen schuilen onder het bladerdek tegen zon en reigers.

Waar staat een gele plomp graag?

  • Zon of halfschaduw; hij bloeit nog in halfschaduw, waar een waterlelie weinig doet.
  • Diepe waterzone: plant op 50–200 cm diepte, gemeten van de bovenkant van de grond tot het wateroppervlak.
  • Alleen voor grote vijvers en natuurvijvers: reken op minstens 2 m² per plant.
  • Zware leem- of kleigrond; zuur tot kalkrijk water, stilstaand of licht stromend.
  • Laat hem niet meer dan de helft van het water bedekken, anders krijgen de zuurstofplanten te weinig licht.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Leem, klei of veen
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Nat
Grootte
0,15 m hoog, 2 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -30 °C)

Mooi samen met

  • Aarvederkruid: Een zuurstofplant onder het bladerdek, voor helder water.
  • Gele lis: Gele bloemen aan de rand, in harmonie met de gele bolbloemen.
  • Zwanenbloem: Roze schermen in de ondiepe zone.
  • Pijlkruid: Pijlvormige bladeren en witte bloemen in ondiep water.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gele plomp?

Planten in mei–juni.

  1. Plant in mei of juni, als het water opgewarmd is.
  2. Gebruik een grote, stevige vijvermand van minstens 40 cm breed met zware klei- of leemgrond, zonder potgrond of mest.
  3. Leg de wortelstok schuin of horizontaal, zo’n 5 cm diep, met de groeitop vrij boven de grond.
  4. Dek af met een laag grind van 2–3 cm, zodat de grond niet wegspoelt en vissen niet woelen.
  5. Zet de mand eerst op 20–30 cm diepte en laat hem in een paar weken zakken tot 50–200 cm, naarmate de bladstelen langer worden.
  6. In een natuurvijver met een modderbodem kun je de wortelstok ook rechtstreeks in de bodem planten, maar dan breidt hij zich vrij uit.

Verzorgen

Bemesten
Niet nodig: hij groeit al krachtig genoeg.
Geel blad
Knip gele en afstervende bladeren in augustus en september zo laag mogelijk af, zodat ze niet in het water rotten.
Uitgebloeide bloemen
Knip ze weg als je geen zaailingen wil.
Bedekking
Haal bladeren of stukken wortelstok weg als hij meer dan de helft van het oppervlak bedekt.
Verpotten
Om de drie tot vijf jaar in mei de mand uithalen, de wortelstok inkorten of delen en opnieuw planten in verse grond.

Tip: Laat de mand niet in één keer naar de diepte zakken: begin op 20–30 cm en zet hem lager als de bladeren het oppervlak bereiken.

Wanneer snoei je een gele plomp?

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: Hij wordt niet echt gesnoeid. In augustus en september knip je gele bladeren en uitgebloeide bloemen weg.

Hoe:

  • Knip gele bladeren met een lange schaar of een snoeimes zo dicht mogelijk bij de wortelstok af.
  • Haal uitgebloeide bloemstelen weg als je geen zaailingen wil.
  • Snijd wortelstokken die over de mandrand groeien in augustus af.
  • Laat afgeknipt blad even op de oever liggen, zodat waterdiertjes terug in de vijver kunnen.

Let op: Werk in diep water nooit alleen en gebruik lang gereedschap vanaf de kant of een stevige plank.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Scheuren
In mei een stuk wortelstok van 15–20 cm met een groeitop en een paar bladeren afsnijden en in een nieuwe mand planten.
Zaailingen
In een natuurvijver verschijnen soms zaailingen; neem ze in het voorjaar met wat grond op en zet ze in een mand.

Hoe komt een gele plomp de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: de wortelstok overwintert diep in de modder.
  • In de herfst sterven de drijfbladeren af; de onderwaterbladeren blijven vaak de hele winter.
  • Geen bescherming nodig, zolang de mand dieper staat dan de ijslaag; op 50 cm of meer is dat in België altijd zo.

Ziektes en plagen

  • Waterleliehaantje: Kleine bruine kevertjes en zwarte larven vreten het blad aan tot er groeven en gaten ontstaan. Spuit ze in het water, waar vissen ze opeten, en knip zwaar aangetaste bladeren weg.
  • Waterlelieluis: Kleine donkere luisjes op bladeren en bloemen. Spuit ze met de tuinslang in het water.
  • Waterleliemot: Ovale gaten in het blad van rupsen die zich met bladstukjes inpakken. Haal de losse bladstukjes met de rupsen eronder weg.
  • Woekeren: In een te kleine vijver bedekt hij snel het hele oppervlak. Kies daar liever een dwergwaterlelie.

Het jaar rond

  • April: Nieuwe bladeren groeien onder water uit.
  • Mei: Planten, verpotten of delen. Mand geleidelijk laten zakken.
  • Juni: Bloei begint. Laatste plantmaand.
  • Juli: Bloei. Letten op waterleliehaantje en luis.
  • Augustus: Laatste bloemen. Geel blad en uitgebloeide bloemen wegknippen. Wortelstokken buiten de mand afsnijden.
  • September: Geel blad wegknippen.
  • Oktober: Vallend blad uit de vijver scheppen.
  • December: Rust: de wortelstok ligt diep in de modder.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De opvallende gele ‘bloemblaadjes’ zijn eigenlijk kelkbladen; de echte kroonblaadjes zijn klein en dragen nectar.
  • In het Engels heet hij ook brandy-bottle, naar de flesvormige vrucht en de geur van de bloemen, die aan alcohol doet denken.
  • De waterleliefamilie hoort bij de oudste groepen bloemplanten die vandaag nog leven.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…