Foto: Kakidai, CC BY-SA 3.0 · bron
Boom · Rosaceae
Japanse abrikoos
Prunus mume
In andere talen: Abricotier du Japon (Français) · Japanese apricot (English)
De Japanse abrikoos komt oorspronkelijk uit Zuid-China en wordt in Japan en Korea al eeuwen gekweekt, waar hij ume heet. Het is een kleine boom of grote struik die al in februari–maart bloeit, nog voor er blad aan zit. De bloemen zijn 2–3 cm groot, hebben vijf kroonblaadjes in wit, roze of rood en geuren sterk en kruidig. De jonge twijgen zijn groen, ook in de winter. Na de bloei verschijnen de bladeren en later kleine, zure, geelgroene vruchten. Ondanks de Nederlandse naam is hij een aparte soort, verwant aan de abrikoos. Plant hem tegen een zonnige, beschutte muur.
Let op: De pit en rauwe, onrijpe vruchten niet eten: de vruchten worden in Azië pas na verwerking gegeten, bijvoorbeeld ingelegd.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
6 m
hoog, 5 m breed
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | maart–april |
|---|---|
| Hoogte | 6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een Japanse abrikoos?
- Groeivorm
- Kleine boom of grote struik van 4–6 m hoog en 4–5 m breed, met een ronde, wat losse kroon en groene twijgen.
- Bloem
- Vijf kroonblaadjes, 2–3 cm, wit tot roze of rood, enkel of dubbel; sterk geurend, in februari–maart op de kale takken.
- Blad
- Eirond, 4–8 cm, getand, frisgroen; verschijnt pas na de bloei.
- Vrucht
- Kleine, ronde vruchten van 2–3 cm, geelgroen en erg zuur. Bij ons zetten ze niet altijd vrucht.
- Wortels
- Ondiep tot middeldiep; houd de wortelzone vrij van graven.
Bloei: februari–maart · Oogst en vruchten: juni–juli · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: maart–april
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit al in februari–maart, in een tijd dat de tuin nog kaal is, met een heerlijke, kruidige geur.
- De bloemen zijn waardevol voor vroege bijen en andere insecten op zachte dagen.
- Kleine boom: past in een kleinere tuin, als leiboom tegen een muur of in een grote pot.
- Mooie groene twijgen en sierlijke takvorm geven ook in de winter karakter.
- Wint aan charme met de jaren: oudere bomen krijgen een knoestige, schilderachtige stam.
Waar staat een Japanse abrikoos graag?
- Volle zon, bij voorkeur tegen een zonnige, beschutte muur, zodat late vorst de bloesem minder schaadt.
- Goed doorlatende zand-, leem- of kleigrond, zuur tot kalkhoudend; geen drassige grond.
- Normale vochtigheid; de grond mag niet langdurig nat of helemaal droog staan.
- Beschut tegen koude wind. Reken op 4–5 m ruimte als vrijstaande boom, of 3–4 m breedte als leiboom.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Winterjasmijn: Bloeit eveneens in de winter, met gele bloemen op groene twijgen.
- Sneeuwklokje: Een wit tapijt onder de bloeiende takken.
- Winterheide: Bloeit tegelijk in roze en wit en trekt dezelfde vroege bijen aan.
- Kamperfoelie: Een geurende klimmer tegen dezelfde muur voor de zomer.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Japanse abrikoos?
Planten in maart–april en oktober–december.
- Plant in maart–april of in oktober–december, zolang de grond niet bevroren of drassig is.
- Graaf een gat dat twee keer zo breed is als de kluit en even diep. Maak de wanden en de bodem los met de schop.
- Zet de boom even diep als hij in de kwekerij stond; zorg dat een eventuele entplek ruim boven de grond blijft.
- Vul het gat op, druk lichtjes aan, bind de stam aan een boompaal en geef een flinke gieter water.
- Leg een laag compost of schors rond de voet, maar niet tegen de stam. Bij een muur: plant op 20–30 cm afstand en span draden.
Verzorgen
- Water
- Het eerste en tweede jaar bij droogte wekelijks flink water geven, vooral in het voorjaar en tijdens droge zomers. Daarna redt hij zich meestal zelf.
- Bemesten
- In het voorjaar na de bloei wat compost of een organische mest voor fruitbomen. Niet te veel stikstof.
- Mulchen
- Een laag compost of schors in het voorjaar houdt de grond vochtig en onderdrukt onkruid.
- Bloesem beschermen
- Hang bij vorst tijdens de bloei een stuk tuinvlies over de takken, en haal het overdag weer weg zodat de insecten erbij kunnen.
- Steun
- Een leiboom bind je jaarlijks aan draden of een latwerk; houd de banden los zodat de takken kunnen verdikken.
Tip: Plant hem tegen een zonnige, beschutte muur en leg bij nachtvorst tijdens de bloei een tuinvlies over de takken. Snoei altijd direct na de bloei.
Wanneer snoei je een Japanse abrikoos?
Snoeimaanden: maart–april.
Wanneer: Direct na de bloei, in maart–april, bij droog weer.
Hoe:
- Knip de uitgebloeide scheuten terug tot 2–3 knoppen: de nieuwe scheuten dragen volgend jaar de bloemen.
- Haal dode, zieke en kruisende takken weg tot aan de stam of een zijtak.
- Dun de kroon uit zodat er lucht en licht in komt; neem eventueel een paar oude takken weg.
- Bij een leiboom: knip de scheuten die van de muur af groeien terug of bind ze vast.
Let op: Snoei niet in de winter of bij nat, koud weer: dan krijgen schimmels zoals zilverglans en bacteriekanker een kans. Snoei dus direct na de bloei.
Vermeerderen
- Enten
- Cultivars worden door kwekers geënt op een onderstam van Prunus. Voor de thuistuinier is dat werk voor gevorderden: koop liever een geënte boom.
- Zaaien
- Zaai de pitten in de herfst buiten of laat ze eerst enkele weken vochtig in de koelkast koud worden en zaai in het voorjaar. Zaailingen verschillen sterk en bloeien pas na enkele jaren.
Hoe komt een Japanse abrikoos de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C; de bloemknoppen kunnen bij strenge vorst of late nachtvorst bevriezen.
- Tegen een zonnige muur loopt hij vroeg uit en is hij het best beschut tegen de koude.
- In een pot: zet hem op een beschutte plek, wikkel de pot in jute en geef af en toe water bij droog, vorstvrij weer.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruine, verlepte bloemen of knoppen na late vorst. Plant tegen een muur, gebruik tuinvlies bij vorst en snoei dode delen na de bloei weg.
- Moniliarot: Bloesems en twijgjes verwelken en drogen bruin op, vooral bij nat weer tijdens de bloei. Knip aangetast hout weg tot in gezond hout en ruim het op.
- Gomvloed: Hars of gom uit takken of stam, vaak bij bacteriekanker of stress. Knip aangetaste takken weg bij droog weer en vermijd snoeien in de winter.
- Bladluis: Gekrulde, plakkerige scheuten in mei–juni. Spuit af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
Het jaar rond
- Februari: Bloei begint. Bij vorst de bloesem beschermen met tuinvlies.
- Maart: Bloei. Na de bloei snoeien. Planten.
- April: Snoeien na de bloei. Compost geven. Planten.
- Mei: Jonge bomen water geven. Mulch aanbrengen. Letten op bladluis.
- Juni: Water geven bij droogte. Letten op bladluis.
- Juli: Water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven aan jonge bomen.
- Oktober: Planten. De bladeren kleuren en vallen.
- November: Planten. Gevallen blad opruimen.
- December: Planten. Tuinvlies klaarleggen voor de bloei.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (juni–juli)
- De Japanse abrikoos bloeit al in februari en maart, als er nog weinig bijen vliegen en nachtvorst de bloemen kan vernielen: bij ons zet hij niet elk jaar vrucht, en veel rassen dragen beter met een tweede, gelijktijdig bloeiende boom in de buurt. Zijn er vruchten, pluk ze dan in juni en juli. Voor umeshu, een likeur uit Japan, pluk je ze in juni, als ze volgroeid, groen en nog hard zijn; voor umeboshi, gezouten en in de zon gedroogde vruchten, laat je ze rijpen tot ze geel worden, wat zachter aanvoelen en naar abrikoos geuren. Eet ze nooit rauw: dan zijn ze heel zuur en bitter, en onrijpe vruchten zijn rauw niet veilig. Pluk ze met de hand en laat ze niet vallen: gekneusde vruchten beschimmelen.
- Bewaring
- Verwerk de vruchten binnen een dag of twee: groene vruchten worden snel geel en krijgen bruine vlekjes. Umeshu houdt jaren in een gesloten fles, koel en donker; umeboshi houden jaren in een gesloten glazen pot en worden zachter van smaak. Het zoute sap dat bij de umeboshi vrijkomt, umezu, bewaar je in een fles in de koelkast.
Let op: Eet de vruchten nooit rauw, en zeker niet onrijp: onrijpe vruchten en vooral de pitten bevatten amygdaline, dat in het lichaam blauwzuur kan vrijmaken. Pas na het inleggen in zout (umeboshi) of in alcohol (umeshu) worden ze gegeten of gedronken, zoals in Japan. De pit eet je nooit: breek, kraak of bijt hem niet, en gebruik enkel gave vruchten, zonder barstjes of kneuzingen. Houd onrijpe vruchten weg van kinderen en huisdieren. Umeshu bevat alcohol: drink hem met mate, en niet als je zwanger bent of nog moet rijden; niet voor kinderen. Umeboshi zijn heel zout: eet er één per keer. Gebruik niet minder zout dan in het recept, anders beschimmelen ze, en gooi alles weg als je schimmel ziet.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Umeshu (Japanse pruimenlikeur) (Likeur · ± 2,5 liter · 1 uur + minstens 3 maanden trekken)
- Umeboshi (gezouten Japanse abrikozen) (Andere · ± 750 g · 1 uur + 4 weken zouten + 3 dagen drogen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- In China is de pruimenbloesem een symbool van veerkracht, omdat hij midden in de winter bloeit; hij hoort bij de ‘drie vrienden van de winter’ met den en bamboe.
- In Japan worden de zure vruchten ingelegd tot umeboshi of verwerkt tot likeur, umeshu.
- Ondanks de Nederlandse naam is het geen abrikoos: hij is er wel nauw mee verwant.