
Foto: Fir0002, CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Abrikoos
Prunus armeniaca · ook: Abrikozenboom
De abrikoos is een kleine fruitboom van 3–6 m die al in maart wit tot lichtroze bloeit, vóór het blad, en in juli–augustus oranje, fluwelige abrikozen geeft. Hij komt uit China en Centraal-Azië en houdt van zomerwarmte. In onze streken is de vroege bloesem het grote risico: één vriesnacht kan de oogst kosten. Daarom plant je hem het best als leiboom tegen een warme zuidmuur of op een beschutte, zonnige plek. Snoei hem in het groeiseizoen, nooit in de winter.
Let op: De pitten in de steen bevatten amygdaline, waaruit in het lichaam blauwzuur ontstaat: eet ze niet en houd ze weg van kinderen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–6 m
hoog
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | mei–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 3–6 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een abrikoos?
- Groeivorm
- Kleine fruitboom van 3–6 m met een ronde, open kroon, of als waaiervormige leiboom tegen een muur.
- Blad
- Verspreid, breed eirond tot rond, 5–9 cm, met een korte spitse top, fijn gekarteld en glanzend; roodachtige bladsteel met kliertjes.
- Schors
- Roodbruin en glad met dwarse lenticellen, later donker en gebarsten.
- Bloem
- Witte tot lichtroze bloemen, alleen of per twee, al in maart, vóór het blad.
- Vrucht
- Oranjegele, fluwelige abrikozen (4–7 cm) met een gladde, platte pit, juli–augustus.
- Verschil met de perzik
- De perzik heeft lang, smal, lancetvormig blad, roze bloesem en vruchten met een gegroefde pit.
- Verschil met de pruim
- De pruim heeft dof, elliptisch blad en gladde pruimen zonder dons.
Bloei: maart–april · Oogst en vruchten: juli–augustus · Snoeien: mei–augustus
Herkennen per kenmerk: Witte bloesem · Roze bloesem
Lijkt op, maar is het niet
- Perzik Prunus persica: lang, smal, lancetvormig blad, roze bloesem en vruchten met een gegroefde pit. Verschil met perzik
- Pruim Prunus domestica: dof, elliptisch blad en gladde pruimen zonder dons. Verschil met pruim
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zongerijpte abrikozen, veel geuriger dan die uit de winkel.
- Witte bloesem al in maart, als de tuin nog kaal is.
- De meeste rassen zijn zelfbestuivend: één boom is genoeg.
- Als leiboom tegen een muur neemt hij weinig plaats in.
Waar staat een abrikoos graag?
- Volle zon en warmte: een zuid- of zuidwestmuur is ideaal.
- Beschut tegen koude wind, en niet in een lage, koude hoek waar ’s nachts de vorst blijft hangen.
- Goed doorlatende, voedzame grond die niet lang nat blijft; kalk is geen probleem.
- Reken op 4–5 m breed voor een vrijstaande boom, of 3–4 m muur voor een waaier.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Perzik: Een andere steenvrucht voor een warme muur, met dezelfde wensen: zon, beschutting en snoei in het groeiseizoen.
- Vijgenboom: Ook een vrucht voor de warmste plek van de tuin.
- Echte tijm: Een laag, geurend kussentje aan de droge, warme voet van de muur, voor bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een abrikoos?
- Plant van november tot maart; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Koop een geënte boom van een ras dat in ons klimaat beproefd is; vraag ernaar bij een fruitkwekerij.
- Tegen een muur: span eerst horizontale draden met wat afstand van de muur, en plant 20–30 cm van de muur, waar de grond minder droog is.
- Zet de entplaats boven de grond, druk aan en geef ruim water.
Verzorgen
- Bestuiven
- Hij bloeit zo vroeg dat er weinig bijen vliegen: strijk met een zacht penseeltje van bloem tot bloem.
- Water
- Grond tegen een muur droogt snel uit: geef regelmatig water in het voorjaar en als de vruchten groeien.
- Bemesten
- In maart wat compost of gedroogde koemest.
- Dunnen
- Dun in mei–juni de jonge vruchtjes tot één per 5–10 cm: de rest wordt groter en zoeter.
- Oogsten
- Pluk een abrikoos als hij helemaal oranje is en rond de steel wat meegeeft: aan de boom gerijpt smaakt hij het best.
Tip: Bloeit de abrikoos en voorspellen ze nachtvorst, hang dan ’s avonds een vlies of een oud laken over de leiboom en haal het ’s ochtends weer weg: zo red je de bloesem, en dus de oogst.
Wanneer snoei je een abrikoos?
Snoeimaanden: mei–augustus.
Wanneer: In de zomer, na de oogst (augustus), of in mei–juni na de bloei; altijd bij droog weer.
Hoe:
- Snoei weinig: dun de kroon uit en kort lange scheuten in.
- Een abrikoos draagt op eenjarig hout en op korte vruchttakjes: laat genoeg jonge scheuten en korte takjes staan.
- Bij een leiboom: knip in mei–juni scheuten weg die naar de muur of recht naar voren groeien, en bind de andere uitgespreid op.
Let op: Snoei niet in de herfst en de winter: dan dreigen loodglans en gomziekte. De vroege bloesem is gevoelig voor nachtvorst; bescherm hem op koude nachten met een vlies.
Vermeerderen
- Oculeren
- Een ras vermeerder je door in de zomer een knop te oculeren op een onderstam.
- Zaaien
- Een pit die je in de herfst buiten zaait, kiemt vaak in de lente, maar geeft nooit hetzelfde ras en pas na jaren vruchten.
Hoe komt een abrikoos de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Het hout is winterhard; de vroege bloesem is gevoelig voor nachtvorst: bescherm hem op koude nachten met een vlies.
- Een zachte februari doet de knoppen vroeg zwellen: hoe verder ze open zijn, hoe gevoeliger voor vorst.
- Snoei nooit in de winter: wonden helen dan slecht en laten ziekten binnen.
Ziektes en plagen
- Monilia: Bloesem en twijgen verwelken en verdorren plots in het voorjaar, en rijpe vruchten rotten met grijze schimmelkussentjes. Knip aangetaste twijgen tot in gezond hout weg en ruim gerotte vruchten op.
- Loodglans: Het blad krijgt een zilverige glans en takken sterven af. Zaag aangetaste takken weg tot in het gezonde hout, en snoei alleen in de zomer.
- Gomziekte: Kleverige, amberkleurige gom op stam en takken, vaak na een wonde of vorstschade. Snoei in de zomer en vermijd wonden.
- Bladluis: Gekrulde scheuttoppen vol luizen in de lente. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en mezen ze op.
Het jaar rond
- Maart: Bloei: met de hand bestuiven en bij nachtvorst afdekken met een vlies.
- April: Bloei loopt af; water geven bij droogte.
- Mei: Snoei na de bloei; jonge vruchtjes dunnen.
- Juni: Snoei en dunnen afronden; scheuten van een leiboom opbinden.
- Juli: Oogst; zomersnoei mag, bij droog weer.
- Augustus: Laatste abrikozen; snoei na de oogst, bij droog weer.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Abrikozen vers van de boom, in confituur, in taart of gedroogd.
- Tuin en landschap
- Als leiboom tegen een warme zuidmuur, of als kleine boom op een beschutte, zonnige plek.
Let op: De pitten bevatten amygdaline, waaruit in het lichaam blauwzuur ontstaat: eet ze niet.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (juli–augustus)
- Pluk abrikozen pas als ze helemaal oranjegeel zijn, zonder groene gloed rond de steel, en als ze bij lichte druk een beetje meegeven. Ze komen dan met een lichte draai los van de tak. Na het plukken worden abrikozen nog wel zachter, maar niet meer zoeter: laat ze dus zo lang mogelijk hangen. Pluk bij droog weer, leg ze voorzichtig in één laag in een mand en verwerk ze binnen enkele dagen. Voor confituur pluk je ze iets stevig, om rauw te eten volledig rijp. Verwijder altijd de pit: die eet je niet.
- Bewaring
- Rijpe abrikozen houden 2 à 3 dagen op kamertemperatuur en tot een week in de koelkast. Om in te vriezen halveer je ze, verwijder je de pit en leg je de helften een paar uur op een bord in de vriezer; daarna kunnen ze in een zak zonder aan elkaar te plakken. Gedroogde abrikozen houden maanden, confituur een jaar en chutney een half jaar.
Let op: De pit (de harde steen) en het zaad erin bevatten amygdaline, waaruit blauwzuur ontstaat: kraak de pitten niet open om het zaad te eten en gebruik ze niet in confituur, likeur of gebak. Ook bladeren, twijgen en schors van de abrikozenboom eet je niet. Wie allergisch is voor steenfruit, pruimen of perziken, kan ook op abrikozen reageren. Gooi overrijpe, gistende of beschimmelde vruchten weg. Pluk niet langs drukke wegen of van bomen die bespoten zijn, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Abrikozenconfituur (Jam · ± 4 potjes van 250 ml · 45 min + 1 uur rusten)
- Gedroogde abrikozen (Gedroogd · ± 250 g gedroogd fruit · 10–14 uur)
- Abrikozentaart met kruimels (Gerecht · 1 taart van 26 cm (8 stukken) · 1 uur + 30 min rusten)
- Abrikozenchutney (Andere · ± 3 potjes van 200 ml · 1 uur)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Prunus armeniaca betekent ‘pruim uit Armenië’, maar de abrikoos komt uit China en Centraal-Azië en bereikte Europa via Armenië.
- De abrikoos bloeit nog vroeger dan de perzik; daarom is hij in onze streken nog gevoeliger voor nachtvorst.
- Gedroogde abrikozen blijven fel oranje doordat ze met zwavel behandeld zijn; ongezwavelde worden bruin.