Japanse pruim (Prunus salicina)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron

Fruitplant · Rosaceae

Japanse pruim

Prunus salicina

In andere talen: Prunier japonais (Français) · Japanese plum (English)

De Japanse pruim komt oorspronkelijk uit China en kreeg haar naam doordat ze via Japan naar het Westen kwam. Het is een kleine boom van 4–5 m met een open kroon en smalle, wilgachtige bladeren. Al in maart–april verschijnen de witte bloemen, vaak voor of met het blad. De ronde, sappige vruchten van 4–6 cm zijn rood, geel of paars, en rijpen vroeg, van juli tot september. Ze zijn zoeter en steviger dan veel Europese pruimen. Omdat ze zo vroeg bloeit, is een beschutte plek belangrijk, en voor een goede oogst heb je meestal een tweede boom nodig als bestuiver.

Let op: Eet de pit en de bladeren niet: pitten van steenfruit bevatten stoffen die blauwzuur kunnen vormen. Hou pitten uit de buurt van kleine kinderen en honden.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand, leem of klei

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    5 m

    hoog, 4 m breed

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli–augustus
Hoogte5 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een Japanse pruim?

Groeivorm
Kleine boom van 4–5 m hoog en 4 m breed, met een open, vaak uitgespreide kroon.
Blad
Smal, omgekeerd eirond tot lancetvormig, 6–10 cm, met fijn gezaagde rand; glanzend groen.
Bloem
Witte bloemen in kleine trosjes van maart tot april, vaak voor of tegelijk met het blad.
Vrucht
Ronde tot hartvormige steenvruchten van 4–6 cm, rood, geel of paars; sappig en zoet, rijp van juli tot september.
Wortels
Matig diep en vertakt; hij heeft een vochthoudende, maar goed doorlatende grond nodig.

Bloei: maart–april · Oogst en vruchten: juli–augustus · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Vroege, sappige pruimen van juli tot september, vaak zoeter dan Europese pruimen.
  • Rijke bloei in maart–april: de witte bloemen zijn een feest voor bijen vroeg in het jaar.
  • Compacte boom van 4–5 m, geschikt voor kleine en middelgrote tuinen en voor leivormen tegen een muur.
  • Mooi in drie seizoenen: bloesem, bladrijke zomer en fruit.
  • Volledig winterhard en lang vruchtbaar bij goede verzorging.

Waar staat een Japanse pruim graag?

  • Volle zon en een warme, beschutte plek, bij voorkeur tegen een zuid- of westmuur, buiten het bereik van late vorst.
  • Diepe, humusrijke, goed doorlatende leemgrond; zand of klei kan ook als je compost toevoegt. Zuur tot kalkrijk.
  • Normaal vochtig: hij hoeft nooit droog te staan, maar verdraagt geen blijvend natte voeten.
  • Reken op 4–5 m per boom. Plant een tweede Japanse pruim die tegelijk bloeit als bestuiver.
Licht
Zon
Grondsoort
Zand, leem of klei
Zuurtegraad
Niet kieskeurig
Vocht
Normaal
Grootte
5 m hoog, 4 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -25 °C)

Mooi samen met

  • Narcis: Vroege gele bloemen onder de bloeiende boom.
  • Druivenhyacint: Blauwe bloemetjes die tegelijk bloeien met de witte bloesem.
  • Bieslook: Een lage, nuttige onderbeplanting onder fruitbomen.
  • Vrouwenmantel: Een zachte, groene bodembedekker onder de kroon.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een Japanse pruim?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant in oktober–december of in maart–april, bij voorkeur kaalwortel in de rustperiode, niet bij vorst of natte grond.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de wortels en even diep; maak de bodem los, maar werk er geen verse mest door.
  3. Zet de boom zo diep dat de entplek 5–10 cm boven de grond blijft en plaats een paal aan de windzijde.
  4. Vul het gat met de uitgegraven grond, druk goed aan en bind de boom losjes met een boomband aan de paal.
  5. Geef meteen 10–20 liter water, ook als het regent.
  6. Leg een ring van mulch (compost of schors) van 1 m rond de stam, maar niet tegen de stam.

Verzorgen

Water
De eerste 2–3 jaar bij droogte wekelijks een flinke beurt. Ook later in droge zomers, vooral als de vruchten zwellen.
Bemesten
In maart compost of organische mest en daarna een laag mulch. Niet te veel stikstof, want dat geeft veel blad en weinig fruit.
Vruchten uitdunnen
In juni knijp je overtollige vruchtjes weg tot ongeveer 6–8 cm tussen de pruimen: dat geeft grotere vruchten en voorkomt gebroken takken.
Steun
Zware vruchttakken ondersteun je met een stok of touw; Japanse pruimen hebben de neiging te veel te dragen.
Oogsten
Pluk de pruimen als ze volledig gekleurd en licht zacht zijn; ze rijpen ongelijk, dus oogst in meerdere rondes.

Tip: Bloeit vroeg: kies een plek die beschut is tegen late vorst. Snoei in de zomer na de oogst, niet in de winter, om loodglans te vermijden; de meeste rassen hebben een bestuiver nodig.

Wanneer snoei je een Japanse pruim?

Snoeimaanden: juli–augustus.

Wanneer: In de zomer, in juli–augustus na de oogst, bij droog weer. Niet in de winter.

Hoe:

  • Vorm een open kroon met 3–4 hoofdtakken; knip jonge bomen na het planten licht terug.
  • Haal dode, zieke, kruisende en naar binnen groeiende takken weg.
  • Verwijder waterlot (snelle, rechtopstaande scheuten) en dunne de kroon uit zodat er licht en lucht binnenkomt.
  • Knip met een scherp, schoon mes of snoeischaar en maak gladde sneden.

Let op: Snoei geen steenfruit in de winter: via de snoeiwonden dringt dan loodglans binnen, een schimmel die de boom kan doden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Enten en okuleren
In augustus okuleren of in maart–april enten op een pruimenonderstam. In de praktijk koop je een geënte boom bij de kweker.
Wortelopslag
Opslag van de onderstam komt niet overeen met de variëteit; verwijder hem.
Zaaien
Pitten geven bomen die niet gelijk zijn aan de moederboom; dit is geen aanrader.

Hoe komt een Japanse pruim de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C. De boom zelf heeft geen bescherming nodig.
  • De vroege bloei is het zwakke punt: dek de bloesem bij nachtvorst af met een fleecedoek of plant op een beschutte plek.
  • Jonge bomen: bescherm de stam met een boomkoker tegen konijnen en hazen, die in de winter aan de bast knagen.
  • In een pot: zet hem tegen een muur en wikkel de pot in jute.

Ziektes en plagen

  • Late vorst: Bruine, verdorde bloemen na een vorstnacht in maart–april. Plant op een beschutte plek en dek de boom in bloei af met fleece.
  • Pruimenmot: Wormstekige pruimen met een rood-roze larfje aan de pit. Hang feromoonvallen op in mei–juni en ruim gevallen vruchten op.
  • Monilia (vruchtrot): Vruchten rotten met ringen van beige schimmelpusteltjes en blijven als verschrompelde mummies hangen. Verwijder alle aangetaste vruchten en afgestorven twijgen.
  • Loodglans: Zilverglanzend blad en afstervende takken door een schimmel via snoeiwonden. Snoei alleen in de zomer en verwijder aangetaste takken.
  • Bladluis: Gekrulde, plakkerige bladeren aan jonge scheuten in mei–juni. Spuit af met water; lieveheersbeestjes en zweefvliegen ruimen ze vaak op.

Het jaar rond

  • Maart: Bloei. Compost geven. Planten of verplanten.
  • April: Bloei. Bij nachtvorst afdekken met fleece. Planten.
  • Mei: Pruimenmotvallen ophangen. Water geven bij droogte.
  • Juni: Vruchten uitdunnen tot 6–8 cm. Takken ondersteunen.
  • Juli: Eerste oogst. Snoeien na de oogst.
  • Augustus: Oogst. Snoeien na de oogst. Mummievruchten verwijderen.
  • September: Laatste pruimen plukken. Gevallen fruit opruimen.
  • Oktober: Planten. Mulch aanbrengen.
  • November: Planten. Stam beschermen tegen konijnen.
  • December: Planten als de grond niet bevroren is. Rust.

Gebruiken

Eetbaar en bruikbaar

Vruchten (juli–augustus)
Japanse pruimen rijpen vroeg, in juli en augustus, eerder dan de meeste Europese pruimen. Pluk ze als ze diep van kleur zijn en net zacht aanvoelen bij de steel. Ze zijn sappig en zoet, met een frisse, wat zure schil: vers, in clafoutis, compote, chutney of op een plaattaart.
Bewaring
Rijpe pruimen blijven een paar dagen goed in de koelkast. Ontpit en gehalveerd kan je ze invriezen. Als compote of jam houden ze maanden.

Let op: Het vruchtvlees is veilig. Kraak of eet de pitten niet: de kern bevat amygdaline, dat blauwzuur kan vrijmaken. Japanse pruimen bloeien vroeg en hebben vaak een tweede ras nodig voor de bestuiving; late vorst kan de bloesem vernielen.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Ondanks de naam komt de Japanse pruim oorspronkelijk uit China; ze kwam via Japan naar het Westen.
  • De soortnaam salicina betekent ‘wilgachtig’, naar de smalle bladeren die op wilgenbladeren lijken.
  • Een pruim is een steenvrucht, net als kers, perzik en abrikoos: ze horen allemaal tot het geslacht Prunus.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…