
Foto: Wouter Hagens, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Himalayaceder
Cedrus deodara · ook: Deodar
De Himalayaceder of deodar is de sierlijkste van de ceders: een groenblijvende naaldboom uit het westen van de Himalaya, met lange, zachte naalden, overhangende takpunten en een knikkende top. Hij wordt 20–35 m hoog, met een kroon van zo’n 12 m, smaller dan die van de Libanonceder. Voor een gewone tuin is hij te groot; als solitaire boom in een park of een ruime tuin is hij prachtig. Van de ceders is hij het minst winterhard: jonge bomen kunnen in strenge winters wat naaldschade oplopen.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
20–35 m
hoog
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 20–35 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een himalayaceder?
- Groeivorm
- Boom van 20–35 m met een kegelvormige kroon van zo’n 12 m; de takpunten hangen sierlijk over en de top knikt.
- Naalden
- 2,5–5 cm, de langste van de ceders, vrij zacht, groen tot grijsgroen; in toefjes op kortloten en los aan jonge loten. Groenblijvend.
- Schors
- Donkergrijs tot bruinzwart, in kleine platen gebarsten.
- Kegels
- Rechtopstaand en tonvormig, 7–12 cm, met een afgeronde top; jong blauwgroen berijpt.
- Verschil met de Atlasceder
- De Atlasceder heeft kortere, stijve naalden en schuin opgaande takken en top.
- Verschil met de Libanonceder
- De Libanonceder heeft kortere, stijve naalden en vlakke, horizontale etages.
Snoeien: augustus–september
Herkennen per kenmerk: Zachte naalden · Naalden in bundeltjes
Lijkt op, maar is het niet
- Atlasceder Cedrus atlantica: kortere, stijve naalden en schuin opgaande takken en top. Verschil met atlasceder
- Libanonceder Cedrus libani: kortere, stijve naalden en vlakke, horizontale etages. Verschil met libanonceder
- Ceder Cedrus: de fiche van het hele geslacht, met wat alle ceders gemeen hebben.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De zachtste naalden en de sierlijkste vorm van alle ceders, met overhangende takpunten.
- Groeit op bijna elke goed doorlatende grond, zuur of kalkrijk.
- Weinig snoei nodig.
- Al jong sierlijk, met de typische hangende takpunten.
Waar staat een himalayaceder graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij ijl.
- Elke goed doorlatende grond die niet uitdroogt en niet nat blijft; kalk is geen probleem.
- Een plek uit de koude oosten- en noordenwind helpt jonge bomen door strenge winters.
- Reken op 20–35 m hoog en een kroon van zo’n 12 m: alleen voor een park of een ruime tuin, op ruime afstand van het huis.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 30 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Ruwe berk: Witte stammen en licht blad naast de zachtgroene, overhangende ceder.
- Amberboom: Een parkboom met vurige herfstkleur, mooi naast het groenblijvende naaldwerk.
- Winterheide: Een lage bodembedekker voor de zonnige rand buiten de kroon, die in de winter bloeit en kalk verdraagt.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een himalayaceder?
- Plant bij voorkeur in april: dan heeft een jonge boom de hele zomer om in te wortelen voor zijn eerste winter. September kan ook.
- Kies een jonge boom in pot: een ceder verdraagt het slecht als zijn wortels verstoord worden.
- Maak rondgedraaide wortels los en zet de boom even diep als hij in de pot stond.
- Zet een steunpaal aan de windkant en haal hem na 2–3 jaar weg.
- Geef water na het planten en de eerste twee zomers bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; ook later in lange droge zomers, want hij houdt meer van een frisse grond dan de Libanonceder.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Mulch
- Een laag houtsnippers rond een jonge boom houdt de grond vochtig en beschermt de wortels bij vorst.
- Onderste takken
- Laat ze staan tot op de grond: dat is het mooiste van een vrijstaande ceder.
Tip: Te weinig plaats voor een boom van 30 m? Kies een lage, breed uitgroeiende vorm zoals ‘Golden Horizon’, met goudgele naalden, voor de voorgrond van een border of een grote rotstuin.
Wanneer snoei je een himalayaceder?
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Eventuele vormsnoei in de late zomer.
Hoe:
- Weinig snoei nodig. Laat de knikkende top staan: die richt zich elk jaar vanzelf weer op.
- Moet een tak weg, zaag hem dan helemaal weg tegen de stam.
- Heeft een jonge boom twee toppen, haal er dan in de late zomer één weg.
Let op: Snoei niet tot in het kale hout: een ceder loopt daar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai vers zaad uit een kegel die op de boom uiteenvalt in het voorjaar in een pot; oud zaad kiemt slecht.
- Enten
- Bijzondere vormen, zoals de lage ‘Golden Horizon’, worden door de kweker vegetatief vermeerderd.
Hoe komt een himalayaceder de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in België en Nederland, maar van de ceders het gevoeligst: jonge bomen kunnen in strenge winters wat naaldschade oplopen.
- Schud natte sneeuw van jonge bomen, en bescherm een pas geplante boom op een open plek met een windscherm tegen koude oostenwind.
Ziektes en plagen
- Vorstschade: Bruine naalden na een strenge winter, vooral bij jonge bomen op een open plek. Wacht tot de zomer met wegknippen: vaak lopen de takken nog uit.
- Bladluizen: Kleverige honingdauw en zwarte roetdauw onder de boom, soms met naaldval in het voorjaar. Meestal herstelt de boom vanzelf.
- Honingzwam: Honingkleurige paddenstoelen aan de voet en afstervende takken: wortelrot. Laat een boomverzorger de stevigheid controleren.
- Natte grond: Gele naalden en een kwijnende groei in grond die lang nat blijft. Kies een goed doorlatende plek.
Het jaar rond
- Januari: Natte sneeuw van jonge bomen schudden.
- April: Beste maand om te planten.
- Juni: Takken die na de winter niet meer uitliepen, nu wegknippen.
- Juli: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Augustus: Eventuele vormsnoei; een dubbele top wegnemen.
- September: Vormsnoei kan nog; planten kan ook nog.
- Oktober: De mannelijke kegels geven stuifmeel.
- December: Jonge bomen op een open plek beschermen tegen koude wind.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Sierlijke parkboom met overhangende takken en de zachtste naalden van alle ceders.
- Hout
- In India en Pakistan een gewaardeerd, geurig en duurzaam bouwhout.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam deodara komt uit het Sanskriet: ‘deva-daru’, het hout van de goden. In India worden er tempels mee gebouwd.
- De Himalayaceder is de nationale boom van Pakistan.
- Van alle ceders heeft hij de langste en zachtste naalden: tot 5 cm.