
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Atlasceder
Cedrus atlantica
De atlasceder is een statige, groenblijvende naaldboom uit het Atlasgebergte in Marokko en Algerije. Hij wordt 25–35 m hoog, met schuin opgaande takken, een rechtopstaande top en een kroon van zo’n 12 m breed. In parken zie je vooral de blauwgrijze vorm ‘Glauca’. Hij verdraagt droogte en kalk beter dan de meeste naaldbomen. Voor een gewone tuin is hij veel te groot: hij hoort als solitaire boom op een ruim gazon, in een park of op een groot erf, ver van het huis.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
25–35 m
hoog
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 25–35 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
Herkennen
Hoe herken je een atlasceder?
- Groeivorm
- Boom van 25–35 m met schuin opgaande takken en een rechtopstaande top; jong kegelvormig, later met een brede kroon van zo’n 12 m.
- Naalden
- 1,5–2,5 cm, stijf en spits, in toefjes op kortloten en los aan jonge loten; groen tot zilverig blauwgrijs (‘Glauca’). Groenblijvend.
- Schors
- Donkergrijs, lang glad, later in kleine platen gebarsten.
- Kegels
- Rechtopstaande, tonvormige kegels van 5–8 cm met een licht ingedeukte top; ze vallen na 2–3 jaar op de boom uiteen.
- Verschil met de libanonceder
- De libanonceder heeft lange, horizontale takken in vlakke etages, een afgeplatte kroon en grotere kegels.
- Verschil met de himalayaceder
- De himalayaceder heeft langere, zachtere naalden en sierlijk overhangende takpunten en top.
Snoeien: augustus–september
Herkennen per kenmerk: Stekende naalden · Naalden in bundeltjes
Lijkt op, maar is het niet
- Libanonceder Cedrus libani: lange, horizontale takken in vlakke etages, een afgeplatte kroon en grotere kegels. Verschil met libanonceder
- Himalayaceder Cedrus deodara: langere, zachtere naalden en sierlijk overhangende takpunten en top. Verschil met himalayaceder
- Ceder Cedrus: de fiche van het hele geslacht, met wat alle ceders gemeen hebben.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een majestueuze solitaire boom, het hele jaar groen of zilverig blauwgrijs.
- Verdraagt droogte, warmte en kalk goed: een boom die tegen droge zomers kan.
- Een ceder groeit het mooist zonder snoei: weinig werk.
- Een boom voor generaties: ceders kunnen honderden jaren oud worden.
Waar staat een atlasceder graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij ijl en scheef.
- Elke goed doorlatende grond, ook kalkrijk en droog; geen natte voeten.
- Een vrije plek met ruimte rondom: de lage, brede takken zijn het mooiste deel van de boom.
- Reken op 25–35 m hoog en een kroon van zo’n 12 m: geef hem minstens 10 m ruimte en plant hem ver van het huis en de perceelgrens.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 30 m hoog, 12 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Ruwe berk: Witte stammen en licht blad naast de blauwgrijze ceder.
- Perzisch ijzerhout: Een kleinere parkboom met vurige herfstkleur, mooi op de achtergrond.
- Echte lavendel: Voor de zonnige, droge rand buiten de kroon.
- Krokus: Bloeit in het voorjaar in het gras aan de rand van de kroon.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdragen de schaduw onder deze boom: mahonie, rododendron, olijfwilg, skimmia, haagliguster, camelia, altijdgroene sneeuwbal, haagkamperfoelie
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een atlasceder?
- Plant in april of in september–oktober, als de grond niet bevroren of kurkdroog is.
- Kies een jonge boom in pot: een ceder verdraagt het slecht als zijn wortels verstoord worden.
- Maak de wortels los als ze rond de pot draaien, en zet de boom even diep als hij stond.
- Zet een steunpaal aan de windkant en haal hem na 2–3 jaar weg.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee jaar bij droogte; daarna verdraagt hij droge zomers goed.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Onderste takken
- Laat ze staan tot op de grond: dat is het mooiste van een vrijstaande ceder.
- Sneeuw
- Schud natte sneeuw van de takken van jonge bomen.
Tip: Te weinig ruimte voor een boom van 30 m? Kies dan de treurvorm ‘Glauca Pendula’: die blijft veel kleiner en kan je langs een boog of muur leiden.
Wanneer snoei je een atlasceder?
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Eventuele vormsnoei in de late zomer.
Hoe:
- Een ceder groeit het mooist zonder snoei.
- Houd bij een jonge boom één doorgaande top: heeft hij er twee, haal er dan in de late zomer één weg.
- Zijtakken inkorten tot vlak buiten de stam ontsiert de boom blijvend: moet een tak weg, zaag hem dan helemaal tot aan de stam weg.
Let op: Snoei niet tot in het kale hout: een ceder loopt daar niet meer uit.
Vermeerderen
- Zaaien
- Raap zaden van een kegel die op de boom uiteenvalt, en zaai ze in het voorjaar in een pot. Zaailingen van de blauwe ‘Glauca’ zijn niet allemaal blauw.
- Enten
- Blauwe en treurvormen, zoals ‘Glauca’ en ‘Glauca Pendula’, worden geënt; dat is werk voor de kweker.
Hoe komt een atlasceder de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Winterhard in België en Nederland.
- Natte sneeuw op de takken kan ze breken: schud jonge bomen af.
Ziektes en plagen
- Sneeuwbreuk: Gebroken takken na zware, natte sneeuw. Zaag de breuk netjes weg tegen de stam of een gezonde zijtak.
- Bladluizen: Kleverige honingdauw en zwarte roetdauw onder de boom, soms met naaldval in het voorjaar. Meestal herstelt de boom vanzelf.
- Honingzwam: Honingkleurige paddenstoelen aan de voet en afstervende takken: wortelrot. Laat een boomverzorger de stevigheid controleren.
- Natte grond: Gele naalden en een kwijnende groei in grond die lang nat blijft. Kies een goed doorlatende plek.
Het jaar rond
- Januari: Natte sneeuw van de takken schudden; gebroken takken weg.
- April: Bomen in pot planten.
- Juni: Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water bij lange droogte voor jonge bomen.
- Augustus: Eventuele vormsnoei; dode takken weg.
- September: Vormsnoei kan nog; de mannelijke kegels geven stuifmeel.
- Oktober: Bomen in pot planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Statige parkboom, vooral in de blauwe vorm ‘Glauca’; verdraagt droogte en kalk goed.
- Hout
- Geurig, duurzaam hout dat in Marokko voor deuren, plafonds en snijwerk gebruikt wordt.
Let op: Wordt veel groter en breder dan hij er in de pot uitziet: geef hem minstens 10 m ruimte.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Afkomstig uit het Atlasgebergte in Marokko en Algerije. De blauwe vorm ‘Glauca’ is een van de meest geplante parkconiferen.
- In Marokko wordt het geurige, duurzame hout gebruikt voor deuren, plafonds en snijwerk.
- In de cederbossen van de Marokkaanse Midden-Atlas leven berberapen.