
Foto: Michael Becker, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Akkermunt
Mentha arvensis
In andere talen: Menthe des champs (Français) · Corn mint (English)
Komt in België in het wild voor.
Akkermunt is een lage, kruipende muntsoort met behaarde, eironde bladeren en kransen van kleine lila bloempjes in de bladoksels, verspreid over de hele stengel. Anders dan bij watermunt eindigt de stengel niet in een bloemhoofdje, maar in een paar bladeren. Hij groeit op vochtige akkers en stoppelvelden, in natte graslanden, langs sloten, poelen en bospaden; in België is hij vrij algemeen. De geur is muntachtig maar wat muf, minder fris dan bij pepermunt of watermunt. Van juli tot oktober is hij een welkome nectarbron voor bijen, zweefvliegen en vlinders.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–oktober
| Snoeimaanden | maart en juni |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant met liggende tot opstijgende, vaak vertakte stengels van 10–50 cm en kruipende wortelstokken.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond tot elliptisch, 2–6 cm, gekarteld tot getand, kort gesteeld en behaard. Ruikt bij wrijven naar munt, maar wat muf.
- Bloem
- Kleine lila, soms witte lipbloempjes van 3–5 mm in dichte, bolle kransen in de bladoksels, verspreid langs de stengel. De stengel eindigt in een bladpaar, niet in een bloemhoofdje. Van juli tot oktober.
- Stengel
- Vierkant, behaard en vaak roodachtig aangelopen.
- Vrucht/Zaad
- Vier kleine, gladde nootjes per bloem, in de behaarde, klokvormige kelk met korte, driehoekige tanden.
- Verwarring met
- Watermunt heeft een bol bloemhoofdje aan de top van de stengel en ruikt sterker. Kransmunt, een kruising van akker- en watermunt, heeft een kelk met lange, spitse tanden. Wolfspoot heeft ook bloemkransen in de bladoksels, maar witte bloempjes, diep ingesneden bladeren en geen muntgeur.
Bloei: juli–oktober · Snoeien: maart en juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit laat, van juli tot oktober, als veel andere wilde bloemen al uitgebloeid zijn.
- Bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders bezoeken de bloemkransen.
- Waardplant voor de rupsen van het muntvlindertje, een klein paars-met-goud motje dat overdag vliegt.
- Een natuurlijke bodembedekker voor een vochtige plek: langs een vijver, een poel of in een natte hoek van de tuin.
- De blaadjes kun je in de keuken gebruiken zoals andere munt, al is de smaak minder fijn.
Waar staat een akkermunt graag?
- In het wild: vochtige akkers en stoppelvelden, natte graslanden, oevers van sloten en poelen, karrensporen en vochtige bospaden.
- Zon tot halfschaduw.
- Vochtige tot natte, voedselrijke grond: leem, klei of zand; verdraagt tijdelijke overstroming.
- In de tuin: langs een vijver of poel, in een natte hoek, aan de rand van een moerasje of in een grote pot.
Mooi samen met
- Echte koekoeksbloem: Roze bloemen in het voorjaar, op dezelfde natte grond.
- Moerasvergeet-mij-nietje: Lichtblauwe bloempjes langs de waterkant.
- Kattenstaart: Hoge, paarse aren erboven, in dezelfde vochtige zone.
- Moerasspirea: Romige pluimen in de zomer, voor een vochtige ruigte.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een akkermunt?
- Koop planten bij een kwekerij voor inheemse planten of vijverplanten, en vraag naar echte akkermunt, geen kruising.
- Plant in april–mei of in september, op 30–40 cm afstand, in vochtige grond.
- Wil je hem in toom houden, plant hem dan in een bodemloze emmer of grote pot die je tot aan de rand ingraaft.
- Geef de eerste weken regelmatig water, tot hij goed geworteld is.
- Zaaien kan ook: strooi het fijne zaad in het voorjaar op vochtige zaaigrond in een pot en dek het niet af, want het kiemt in het licht.
- Graaf nooit planten uit in het wild; een plant van de kwekerij of een stek van iemand uit je buurt is een beter begin.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond vochtig. Bij droogte in de zomer water geven, anders verdroogt het blad.
- Bemesten
- Niet nodig; op te rijke grond wordt hij slap en gevoeliger voor roest.
- Woekeren
- Hij breidt zich uit met ondergrondse uitlopers. Steek de randen elk voorjaar af of houd hem in een ingegraven pot.
- Maaien
- In een vochtige hooiweide verdraagt hij maaien goed. Maai het deel waar hij groeit pas na de bloei, of laat een strook staan.
- Oogsten
- Pluk van mei tot september jonge topjes; dat houdt de plant ook compact.
Tip: Plant akkermunt in een grote pot zonder bodem die je tot aan de rand ingraaft: zo blijft hij op zijn plaats, en houd je de grond eromheen makkelijk vochtig.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en juni.
Wanneer: In maart de afgestorven stengels wegknippen; in juni eventueel half terugknippen voor fris blad.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide stengels in de winter staan: kleine insecten overwinteren erin.
- Knip ze in maart tot net boven de grond, voor de nieuwe scheuten opkomen.
- Wil je fris blad, knip de plant dan in juni half terug; hij loopt snel opnieuw uit en bloeit daarna nog.
- Stengels met roest knip je meteen tot de grond weg.
Vermeerderen
- Stekken
- Van mei tot augustus stengeltoppen van 8–10 cm in een glas water of vochtige stekgrond zetten; binnen een paar weken wortelen ze.
- Scheuren
- In maart–april of september een stuk wortelstok met scheuten afsteken en elders planten.
- Zaad
- In het voorjaar op vochtige zaaigrond strooien, niet afdekken. Stekken gaat sneller en geeft planten die zeker echte akkermunt zijn.
Hoe komt een akkermunt de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven in de herfst af; de plant overwintert met wortelstokken in de grond.
- De droge stengels geven in de winter beschutting aan kleine insecten.
- Volledig winterhard; al vroeg in het voorjaar verschijnen nieuwe scheuten.
Ziektes en plagen
- Muntroest: Oranje tot bruine puistjes op bladeren en stengels, soms met misvormde scheuten in het voorjaar. Knip aangetaste delen meteen weg en gooi ze bij het restafval.
- Woekeren: De wortelstokken lopen ver. Gebruik een ingegraven pot of steek de randen jaarlijks af.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in droge zomers. Geef water aan de voet en knip aangetaste stengels terug.
- Kruisingen: Naast watermunt ontstaan makkelijk kruisingen. Vermeerder via stekken als je zuivere planten wilt.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Randen afsteken.
- April: Planten of scheuren. Nieuwe scheuten.
- Mei: Topjes plukken. Stekken nemen.
- Juni: Eventueel half terugknippen voor fris blad. Water geven bij droogte.
- Juli: Eerste bloemkransen. Bijen en zweefvliegen.
- Augustus: Volle bloei. Letten op roest.
- September: Bloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Laatste bloemen. Stengels laten staan.
- December: Rust onder de grond.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Volgens de Griekse mythologie was Minthe een nimf die door de jaloerse Persephone in een plant werd veranderd; daar zou de naam Mentha van komen.
- In Azië wordt een nauw verwante munt, soms als een vorm van akkermunt beschouwd, op grote schaal geteeld als bron van natuurlijke menthol.
- Waar akkermunt en watermunt samen groeien, ontstaat vaak de kruising kransmunt, met kenmerken van beide ouders.