
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Fruitboom · Rozenfamilie (Rosaceae)
Amandel
Prunus dulcis · ook: Amandelboom
De amandel is een kleine boom van 4–8 m die als een van de eerste in het jaar bloeit, in februari–maart, met lichtroze tot witte bloemen ruim vóór het blad. Uit die bloesem groeien grijsgroene, fluwelige vruchten met de amandel in een harde dop. In ons klimaat rijpen ze niet elk jaar, want de vroege bloesem bevriest vaak, maar als sierboom voor een warme, beschutte plek is hij al de moeite waard. Hij is familie van de perzik en heeft net als die last van krulziekte.
Let op: Bittere amandelen en de pitten van wilde vormen bevatten amygdaline, waaruit in het lichaam blauwzuur ontstaat: enkele kunnen voor een kind al gevaarlijk zijn. Proef nooit amandelen van een onbekende boom of zaailing – een bittere smaak is een waarschuwing – en houd kinderen en huisdieren er weg van.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog
verdraagt droogte
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
4–8 m
hoog
Bloei
maart
| Snoeimaanden | juni–augustus |
|---|---|
| Hoogte | 4–8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart |
Herkennen
Hoe herken je een amandel?
- Groeivorm
- Kleine boom van 4–8 m met een open, wat onregelmatige kroon van ongeveer 5 m breed.
- Blad
- Verspreid, lancetvormig, 7–12 cm, fijn gezaagd en glanzend, met een vrij lange bladsteel (2–3 cm).
- Schors
- Donkergrijs, gebarsten in kleine plaatjes.
- Bloem
- Lichtroze tot witte bloemen (3–5 cm), alleen of per twee, februari–maart, ruim vóór het blad.
- Vrucht
- Grijsgroene, fluwelige, afgeplatte vruchten (3–6 cm) waarvan het leerachtige vruchtvlees in september openbarst; binnenin een harde dop met putjes, met daarin de amandel.
- Verschil met de perzik
- De perzik bloeit iets later roze, heeft een kortere bladsteel en sappige vruchten.
- Verschil met de abrikoos
- De abrikoos heeft breed, rondachtig blad en oranje, eetbare vruchten.
Bloei: maart · Oogst en vruchten: juni–juli en september–oktober · Snoeien: juni–augustus
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Witte bloesem · Roze bloesem
Lijkt op, maar is het niet
- Perzik Prunus persica: roze bloesem iets later, een kortere bladsteel en sappige vruchten. Verschil met perzik
- Abrikoos Prunus armeniaca: breed, rondachtig blad en oranje, eetbare vruchten. Verschil met abrikoos
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de vroegste bloeiers van het jaar, in februari–maart.
- In goede jaren eigen amandels, vers of gedroogd.
- Verdraagt droogte beter dan de meeste fruitbomen.
- Een kleine boom die in een gewone tuin past.
Waar staat een amandel graag?
- Volle zon en warmte: tegen een zuidmuur of op een beschutte, zonnige plek.
- Droge, goed doorlatende grond; natte voeten verdraagt hij slecht.
- Uit de koude wind, en niet in een lage, koude hoek waar ’s nachts de vorst blijft hangen.
- Reken op ongeveer 5 m breed.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Droog
- Grootte
- 6 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Abrikoos: Een andere steenvrucht voor een warme, beschutte plek, met dezelfde zomersnoei.
- Rozemarijn: Een mediterrane struik voor dezelfde droge, zonnige grond.
- Echte lavendel: Bloeit in de zomer aan de droge voet van de boom en lokt bijen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een amandel?
- Plant van november tot maart; een boom in pot kan het hele jaar, behalve bij vorst of droogte.
- Veel rassen hebben een tweede ras nodig voor de bestuiving: heb je plaats voor één boom, kies dan een zelfbestuivend ras.
- Koop een geënte boom van een zoet ras: een zaailing kan bittere amandelen geven.
- Zet de entplaats boven de grond, zet een steunpaal en geef ruim water.
Verzorgen
- Bestuiven
- Hij bloeit zo vroeg dat er weinig bijen vliegen: strijk met een zacht penseeltje van bloem tot bloem.
- Water
- Alleen de eerste jaren bij droogte; een gevestigde boom verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar is genoeg.
- Oogsten
- Oogst in september, als het vruchtvlees openbarst: haal de doppen eruit en laat ze enkele weken drogen op een luchtige plek.
Tip: Plant hem waar je hem vanuit huis ziet: in februari is een bloeiende amandel een van de eerste tekenen van de lente, ook in een jaar zonder oogst.
Wanneer snoei je een amandel?
Snoeimaanden: juni–augustus.
Wanneer: In de zomer (juni–augustus), bij droog weer.
Hoe:
- Snoei weinig: dun de kroon uit en haal kruisende takken weg.
- Hij draagt vooral op eenjarig hout en korte vruchttakjes: laat genoeg jonge scheuten staan.
- Zaag dode en zieke takken weg tot in gezond hout.
Let op: Gevoelig voor krulziekte, net als de perzik. Snoei niet in de herfst en de winter (loodglans en gomziekte).
Vermeerderen
- Oculeren
- Een ras vermeerder je door in de zomer een knop te oculeren op een onderstam.
- Zaaien
- Een amandel in de dop die je in de herfst buiten zaait, kiemt vaak in de lente, maar geeft nooit hetzelfde ras en kan bittere amandelen dragen.
Hoe komt een amandel de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Het hout is winterhard; de bloesem in februari–maart bevriest makkelijk: dek een kleine boom bij nachtvorst af met vlies.
- Tegen krulziekte: zet van januari tot april een afdakje boven een kleine boom of leiboom, net als bij de perzik.
Ziektes en plagen
- Krulziekte: Jong blad zwelt op, wordt rood en gekruld en valt af, net als bij de perzik. Pluk aangetast blad weg en houd het blad droog met een afdakje van januari tot april.
- Monilia: Bloesem en twijgen verwelken en verdorren plots in het voorjaar. Knip aangetaste twijgen tot in gezond hout weg.
- Loodglans en gomziekte: Zilverig blad, afstervende takken of kleverige gom op stam en takken. Zaag aangetaste takken weg en snoei alleen in de zomer.
- Geen amandels: Bevroren bloesem, geen tweede ras in de buurt, of een te koele zomer. Kies een zelfbestuivend ras en een warme plek.
Het jaar rond
- Januari: Afdakje tegen de regen plaatsen, tegen krulziekte.
- Februari: De bloei begint: bij nachtvorst afdekken met vlies.
- Maart: Bloei; met de hand bestuiven.
- April: Afdakje weg eind april; blad met krulziekte wegplukken.
- Juni: Snoei: kroon uitdunnen, bij droog weer.
- Juli: Zomersnoei; een jonge boom water geven bij droogte.
- Augustus: Laatste snoeimaand.
- September: Oogst: de amandels uit het openbarstende vruchtvlees halen en drogen.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Zoete amandels vers (groen) of gedroogd; in ons klimaat rijpen ze niet elk jaar.
- Tuin en landschap
- Een van de vroegste bloeiers (februari–maart), voor een beschutte, zonnige plek.
Let op: Bittere amandelen en de pitten van wilde vormen bevatten amygdaline en zijn giftig.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (juni–juli)
- Groene amandelen pluk je in juni–juli, als de vruchten volgroeid zijn maar nog grijsgroen, fluweelzacht en sappig. Snijd er eentje door: de dop binnenin moet nog zacht zijn en de pit nog geleiachtig of pas net wit en vlezig. Is de dop al hard of de pit stevig en wit, dan is het te laat voor dit gebruik en wacht je op de rijpe amandelen. Proef eerst een klein stukje van één vrucht: smaakt het bitter, stop dan en eet geen enkele amandel van die boom. Gebruik de groene amandelen zo vers mogelijk.
- Noten (september–oktober)
- Rijpe amandelen pluk je in september–oktober, als het grijsgroene, vlezige vruchtvlees openbarst en begint los te komen van de harde dop. Schud aan de takken of pluk de vruchten met de hand en haal het droge vruchtvlees eraf. Laat de amandelen in hun dop 1 à 2 weken drogen op een droge, luchtige plek, tot de pit droog en broos is en breekt in plaats van buigt. Kraak dan pas de dop. Proef eerst één pit: smaakt ze bitter, dan is die boom niet geschikt en eet je er geen enkele van. Omdat de amandelen in ons klimaat niet elk jaar rijpen, is een oogst een mooie meevaller.
- Bewaring
- Droge amandelen bewaar je het langst in hun dop, op een droge, koele plaats, tot een jaar. Gepelde amandelen houden een paar maanden in een gesloten pot in de koelkast en langer in de vriezer. Groene amandelen eet je binnen 1 à 2 dagen; in de koelkast houden ze een paar dagen. Amandelmelk houdt 3 dagen in de koelkast.
Let op: Bittere amandelen en de pitten van wilde vormen bevatten amygdaline, waaruit blauwzuur ontstaat, en zijn giftig: proef altijd eerst één pit en eet er niets van als ze bitter smaakt. Eet bittere amandelen nooit als snack en gebruik ze niet voor likeur of gebak. Eet groene amandelen alleen van een boom waarvan je zeker weet dat hij zoete amandelen draagt. Eet ook de zaden uit de stenen van perzik, abrikoos en pruim niet: die bevatten eveneens amygdaline. Amandelen zijn een veelvoorkomend allergeen (boomnoten): wie allergisch is, vermijdt ze ook in kleine hoeveelheden. Gooi beschimmelde of muffe amandelen weg. Pluk niet van bespoten bomen en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Groene amandelen met zout en citroen (Gerecht · 4 porties (als aperitiefhapje) · 10 min)
- Gebrande amandelen (Gerecht · ± 250 g · 20 min)
- Zelfgemaakte amandelmelk (Andere · ± 800 ml · 15 min + 8 uur weken)
- Zachte amandelkoekjes (Gerecht · ± 20 koekjes · 40 min)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wilde amandelen zijn bitter en giftig. De zoete amandel dankt zijn smaak aan één genmutatie, die mensen al duizenden jaren geleden uitselecteerden.
- Botanisch is de amandel geen noot, maar de pit van een steenvrucht, net als die van de perzik en de abrikoos.
- Amandel en perzik zijn zo nauw verwant dat ze met elkaar kruisen; zo’n kruising wordt ook als onderstam voor fruitbomen gebruikt.