Bruidssluier (Fallopia baldschuanica)

Foto: Palauenc05, CC BY-SA 4.0 · bron

Klimplant · Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)

Bruidssluier

Fallopia baldschuanica · ook: Russische duizendknoop

De bruidssluier is een uiterst snelgroeiende slingerplant uit Centraal-Azië, die vier tot vijf meter per jaar groeit en tot 10–15 m hoog slingert. Van juli tot oktober is hij bedolven onder schuimige pluimen van kleine witte tot roze bloempjes, vol bijen en zweefvliegen. Hij is ideaal om in één seizoen een schutting, schuur of lelijke muur te verbergen, maar hij overwoekert alles in de buurt: bomen, struiken, goten en daken. In het wild duikt hij hier maar zelden op; in de tuin heeft hij een grote, stevige steun en een jaarlijkse snoeibeurt nodig.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot nat

    niet kieskeurig

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    slingert tot 10–15 m

    hoog

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart–april en juli–augustus
Hoogteslingert tot 10–15 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Hoe herken je een bruidssluier?

Groeivorm
Slingerplant die tot 10–15 m hoog klimt; de stengels winden zich om elke steun.
Blad
Verspreid, 4–10 cm, hart- tot pijlvormig, lichtgroen, aan roodachtige stelen.
Stengels
Slingerende stengels die houtig worden.
Bloem
Massa’s kleine witte tot roze bloempjes in pluimen, van juli tot oktober.
Vrucht
Kleine, driehoekige nootjes met een roze vleugeltje.
Verschil met bosrank
Bosrank heeft geveerd blad en pluizige zaadpluimen.
Verschil met Japanse duizendknoop
Familie, maar geen klimmer: holle, bamboeachtige stengels, en zeer invasief.

Bloei: juli–oktober · Snoeien: maart–april en juli–augustus

Herkennen per kenmerk: Slingerende klimplanten

Lijkt op, maar is het niet

  • Bosrank Clematis vitalba: geveerd blad en pluizige zaadpluimen. Verschil met bosrank
  • Japanse duizendknoop (Fallopia japonica): familie, maar geen klimmer: holle, bamboeachtige stengels en zeer invasief.

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bedekt in één seizoen een schutting, schuur of lelijke muur.
  • Schuimige witte bloei van juli tot oktober, als veel andere klimmers uitgebloeid zijn.
  • Veel bijen en zweefvliegen op de late bloemen.
  • Groeit op bijna elke grond, in zon en halfschaduw.

Waar staat een bruidssluier graag?

  • Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
  • Elke grond, droog of vochtig.
  • Alleen tegen een grote, stevige steun: een sterke schutting, pergola, schuur of draadconstructie; nooit in een boom of tegen een gevel met goten en dakpannen.
  • Reken op 10–15 m klimhoogte en 4 m of meer breed; na een paar jaar weegt hij heel wat.
Licht
Zon of halfschaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Droog tot nat
Grootte
10 m hoog, 4 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Bosrank: Een inheems alternatief: groeit ook snel, bloeit wit in de zomer en draagt pluizige zaadpluimen in de winter.
  • Hop: Een inheemse klimmer die een schutting elke zomer snel bedekt en in de winter tot de grond afsterft: minder werk aan goten.
  • Wilde kamperfoelie: Inheems, veel minder woekerend, en ’s avonds heerlijk geurend.

Past goed bij, en liever niet bij

Liever niet bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een bruidssluier?

  1. Plant in het voorjaar of in de herfst, een plant in pot.
  2. Eén plant volstaat voor een hele schutting of schuur.
  3. Zet hem op 30–50 cm van de steun en leid de eerste scheuten met een stok of touw naar de steun.
  4. Geef het eerste jaar water bij droogte; daarna redt hij zich.

Verzorgen

Water
Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden nodig.
Bemesten
Niet nodig: hij groeit al meer dan genoeg.
Bijhouden
Knip in de zomer de scheuten weg die naar goten, ramen, het dak of buurplanten groeien.
Steun
Kijk elk jaar na of de steun het gewicht nog houdt.

Tip: Laat bruidssluier over een schuur, een oude schutting of een stevige draadconstructie groeien, nooit in een boom: hij legt er een deken over en neemt de boom het licht af.

Wanneer snoei je een bruidssluier?

Snoeimaanden: maart–april en juli–augustus.

Wanneer: Eind maart–april, en in de zomer zo vaak als nodig.

Hoe:

  • Zet hem in het voorjaar ruim terug, desnoods heel ver; hij groeit snel weer aan en bloeit op de nieuwe scheuten.
  • Houd in de zomer goten, ramen en buurplanten vrij door de uitlopers weg te knippen.
  • Haal om de paar jaar oud, verward hout weg, anders wordt hij een zware kluwen die alleen bovenaan bloeit.

Let op: In de dichte massa broeden vaak vogels: kijk na voor je in de zomer snoeit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Neem in de zomer halfhoutige stekken van 10–15 cm en laat ze wortelen in een pot onder plastic.
Afleggen
Leg een lange stengel op de grond en dek hem af met aarde; na een paar maanden heeft hij wortels.

Hoe komt een bruidssluier de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard; hij verliest zijn blad in de herfst.
  • In de kale winter zie je hoe zwaar het oude hout geworden is: een goed moment om de steun na te kijken.

Ziektes en plagen

  • Woekeren: Hij overwoekert bomen, struiken, goten en daken. Knip elk jaar fors terug en plant hem nooit bij bomen.
  • Zware last: Een oude plant weegt veel en kan een zwakke schutting of pergola doen omvallen. Zorg voor een stevige constructie en haal oud hout weg.
  • Kale onderkant: Na enkele jaren bloeit hij alleen nog bovenaan en is hij onderaan een kluwen van kale stengels. Zet hem in het voorjaar flink terug.

Het jaar rond

  • Maart: Eind maart: ruim terugzetten; steun nakijken.
  • April: Snoei afronden; planten.
  • Mei: Groeit hard: nieuwe scheuten naar de steun leiden.
  • Juni: Uitlopers weghalen bij goten en ramen.
  • Juli: De bloei begint; zomersnoei: goten, ramen en buurplanten vrijhouden.
  • Augustus: Volle bloei; zomersnoei waar nodig; stekken nemen.
  • September: Bloei vol bijen en zweefvliegen.
  • Oktober: Laatste bloemen; planten kan.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Om in één seizoen een schutting, schuur of lelijke muur te bedekken.
Voor de natuur
Veel bijen en zweefvliegen op de late bloemen.

Let op: Overwoekert bomen, struiken en dakgoten; hij heeft een stevige, grote steun nodig.

Goed voor dieren

Bijen
Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Zweefvliegen
Open bloemen voor zweefvliegen; veel van hun larven eten bladluizen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Groeit vier tot vijf meter per jaar: ideaal om snel een muur of schuur te verbergen, maar hij overwoekert alles in de buurt.
  • In het Engels heet hij ook ‘mile-a-minute’: een mijl per minuut.
  • De soortnaam baldschuanica verwijst naar Baldzjoean, een streek in Tadzjikistan waar hij gevonden werd.
  • Fallopia is genoemd naar de Italiaanse anatoom Gabriele Falloppio, bekend van de eileiders; baldschuanica verwijst naar de streek Baldzjoean in Tadzjikistan, waar hij vandaan komt.
  • Hij is familie van de beruchte Japanse duizendknoop. In het Engels heet hij ‘mile-a-minute’, een mijl per minuut, naar zijn razendsnelle groei.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…