
Foto: Wouter Hagens, Public domain · bron
Struik · Rozenfamilie (Rosaceae)
Glansmispel
Photinia · ook: Photinia, Red Robin
De glansmispel (Photinia) is een groenblijvende struik van 2–5 m met glanzend, leerachtig blad, bekend van het ras ‘Red Robin’. Zijn jonge scheuten zijn knalrood, en die kleur komt terug telkens je hem knipt: daarom is hij zo populair als haag. In mei bloeit hij met platte schermen kleine witte bloemen, die wat onaangenaam ruiken. Hij houdt van zon en een beschutte plek; in strenge winters kan hij bevriezen. Net als appel en peer kan hij bacterievuur dragen.
Let op: Kan bacterievuur dragen; in strenge winters bevriest hij soms.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
2–5 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 2–5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Weinig |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een glansmispel?
- Groeivorm
- Groenblijvende struik van 2–5 m, breed en dicht vertakt.
- Blad
- Verspreid, 8–15 cm, glanzend en leerachtig, fijn gezaagd; jong blad helderrood.
- Schors
- Grijsbruin.
- Bloem
- Platte schermen kleine witte bloemen in mei, wat onaangenaam ruikend.
- Vrucht
- Rode besjes (zelden).
- Verschil met de laurierkers
- De laurierkers heeft geen rode jonge scheuten en een (bijna) gave bladrand.
Bloei: april–mei · Snoeien: mei–juni en augustus–september
Herkennen per kenmerk: Groenblijvend blad
Lijkt op, maar is het niet
- Laurierkers Prunus laurocerasus: geen rode jonge scheuten en een (bijna) gave rand. Verschil met laurierkers
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Knalrode jonge scheuten in het voorjaar, en opnieuw na elke snoeibeurt.
- Groenblijvend: een dichte haag of solitaire struik die het hele jaar privacy geeft.
- Groeit snel en loopt na zware snoei goed weer uit.
Waar staat een glansmispel graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon kleuren de jonge scheuten het felst.
- Beschut tegen koude, uitdrogende oostenwind; op een open, koude plek bevriest hij sneller.
- Goed doorlatende, vruchtbare grond; geen natte voeten.
- Reken op 2–3 m breed als vrije struik; als haag hou je hem makkelijk op 1,5–2 m.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 5 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hulst: Een inheemse, groenblijvende partner voor een gemengde haag, met bessen voor vogels.
- Haagbeuk: Gemengd in een haag geeft hij meer leven voor insecten en vogels, en hij houdt zijn bruine blad in de winter vast.
- Wilde liguster: Inheems en halfgroenblijvend, met geurende bloemen voor insecten en zwarte bessen voor vogels.
Past goed bij, en liever niet bij
Liever niet bij
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een glansmispel?
- Plant uit pot bij voorkeur in het voorjaar (april–mei), zodat hij voor de winter goed ingeworteld is.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter.
- Meng wat compost door de plantgrond en zet de kluit even diep als in de pot.
- Geef na het planten flink water, en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; een haag op droge zandgrond ook later in droge zomers.
- Bemesten
- Wat compost of organische mest in het voorjaar, zeker bij een haag die je vaak knipt.
- Mulchen
- Een laag compost of bladaarde houdt de grond vochtig en beschermt de wortels in de winter.
- Vorst
- Bescherm jonge planten bij strenge vorst met een vlies.
Tip: Wil je een haag met meer leven, plant de glansmispel dan gemengd met inheemse struiken zoals hulst en haagbeuk: je houdt de rode accenten, en vogels en insecten vinden er meer voedsel.
Wanneer snoei je een glansmispel?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus–september.
Wanneer: In mei–juni en eind augustus; elke snoeibeurt geeft nieuwe rode scheuten.
Hoe:
- Snoei bij bewolkt weer, zodat het pas blootgestelde blad niet verbrandt; na zware snoei loopt hij goed weer uit.
- Knip een haag twee keer per jaar in vorm; een vrije struik alleen waar nodig.
- Een te grote of kale struik mag je in mei stevig terugzetten.
Let op: Snoei niet later dan september: de nieuwe scheuten moeten nog afharden voor de winter.
Vermeerderen
- Stekken
- Snijd in juli–augustus halfrijpe stekken van 10–15 cm, halveer de grote bladeren en steek ze in vochtige stekgrond onder plastic of glas; ze wortelen traag.
Hoe komt een glansmispel de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Meestal winterhard, maar in strenge winters bevriest hij soms, zeker jonge planten op een open, koude plek.
- Bevroren takken knip je in mei terug tot op gezond hout; meestal loopt hij goed weer uit.
Ziektes en plagen
- Bladvlekkenziekte: Kleine rode tot paarse vlekjes op het blad, die groter worden en in het midden grijs kleuren; het blad valt af. Ruim afgevallen blad op, knip aangetaste scheuten weg en zorg voor luchtige groei.
- Vorstschade: Bruine, verdroogde bladeren en scheuten na een strenge winter. Wacht tot mei en knip dan terug tot op gezond hout.
- Bacterievuur: Scheuten en bloemen verwelken plots en kleuren zwartbruin. Knip ruim in het gezonde hout weg, ontsmet het gereedschap en voer het snoeisel af.
- Bladluizen: Op de rode scheuttoppen in het voorjaar; meestal ruimen natuurlijke vijanden ze op.
Het jaar rond
- April: Rode scheuten; planten.
- Mei: Bloei; eerste snoeibeurt, bij bewolkt weer.
- Juni: Snoei afronden; nieuwe rode scheuten.
- Juli: Water geven bij droogte; stekken.
- Augustus: Tweede snoeibeurt, eind augustus.
- September: Laatste snoeimaand: daarna niet meer knippen.
- December: Bij strenge vorst jonge planten met een vlies beschermen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Groenblijvende haag met rode jonge scheuten, of een solitaire struik.
Let op: Kan bacterievuur dragen; in strenge winters bevriest hij soms.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De rode kleur komt terug telkens je de haag knipt; daarom zo populair als haag.
- Het rode jonge blad wordt na enkele weken groen, naarmate het uitgroeit en steviger wordt.
- Photinia komt van het Griekse photeinos, ‘glanzend’, naar het glanzende blad; vandaar ook de Nederlandse naam glansmispel.
- De meeste glansmispels in onze tuinen zijn Photinia × fraseri, een kruising genoemd naar een kwekerij in Alabama. De bekende cultivar ‘Red Robin’ werd in Nieuw-Zeeland geselecteerd.